De joint venture rond de Belgische kerncentrales: opstap naar nationalisatie?

De Belgische kerncentrales staan opnieuw centraal in het energiebeleid. Met de verlenging van Doel 4 en Tihange 3 werd, nog maar pas, een bijzondere constructie opgezet: een 50/50-joint venture tussen de Belgische staat en Engie. Deze samenwerking roept de vraag op of ze in de toekomst nog verder kan worden uitgebreid tot een volledige nationalisatie, en wat daarvan de gevolgen zouden zijn.
DE BLIEDEMAKER was destijds beroepshalve geïnteresseerd in dit onderwerp en schrijft hieronder enkele bedenkingen..

Kerncentrale Doel. (met ook nog Doel 3 in bedrijf) © ANP

1. De huidige structuur: een joint venture

Reeds in mei 2022 werd in DE BLIEDEMAKER positief gereageerd op de brief van de CEO van ENGIE, Catherine MacGregor, aan premier Alexander De Croo. “..ENGIE stelt voor om het nucleair risico te delen en vraagt dat de federale regering, naast mee te betalen voor dekosten voor de levensduurverlenging, ook “mede-uitbater” wordt van de 2 overgebleven kernreactoren. Dat houdt in dat de regering mee kan genieten van eventuele winsten, maar ook zal delen in mogelijke verliezen. 
Daarnaast zal de overheid als mede-eigenaar een deel van de berging van het EXTRA nucleaire afval moeten betalen.”


Na veel besprekingen tussen eerste minister Alexander De Croo en minister Tinne Van der Straeten werd uiteindelijk quasi volledig op dit voorstel van Engie ingegaan. Lees actualisatie onderaan deze link de opmerkingen in het rood>>>
De grootste overwinning van Engie betrof duidelijkheid over duidelijke exitstrategie uit nucleaire exploitatie en vooral de afkoping van de verantwoordelijkheid over de onzekerheid en de kosten rond het nucleair afval. Het gaat vooral om de vraag wie uiteindelijk de toekomstige rekening van het kernafval zal betalen: Engie of de Belgische belastingbetaler. (Engie betaalt onmiddellijk 15 miljard euro aan België om al hun verplichtingen rond toekomstige kosten voor verwerking, opslag en eindopslag van het nucleair afval en gebruikte splijtstof over te nemen normaal beheerd door NIRAS. Is dit wel voldoende?. Het geld gaat naar een publiek fonds dat door de Belgische staat wordt beheerd (de instelling “Hedera”). Het fonds moet dat geld beleggen en laten aangroeien zodat er in de komende tientallen jaren voldoende middelen zijn om het afval definitief te bergen.
De onderhandelingen gebeurden onder grote tijdsdruk omdat de regering absoluut reactoren tien jaar langer wilde openhouden

De kern van de huidige nieuwe regeling is een joint-venture onder een nieuwe vennootschap BE-NUC, waarin:

  • 50 % in handen is van de Belgische staat
  • 50 % in handen van Engie

De exploitatie blijft gedurende tien jaar in handen van Electrabel , de Belgische dochter van Engie. Maar de risico’s en de winst van de uitbating worden gedeeld.

De boekhoudkundige waarde van de twee reactoren Doel4 en Tihange 3 is verrassend vrij laag.
Volgens financiële analyses rond de overeenkomst met Engie wordt de waarde van deze centrales doorgaans geraamd op slechts ongeveer 1 à 2 miljard euro samen
Dat is laag omdat:
– De centrales in de jaren 1980 gebouwd zijn. 
– Ze al tientallen jaren afgeschreven zijn in de boekhouding.
– Een groot deel van de oorspronkelijke investeringskost dus al lang is terugverdiend via de E-tarieven
Er moet daarboven wel ook nog 1,6 tot 2 miljard euro geïnvesteerd om de levensduur met 10 jaar te verlengen

Samen hebben ze ongeveer: 2 000 MW vermogen. Hierdoor produceren ze ongeveer 16 terawattuur per jaar (TWh). (Dat is ongeveer 10 à 15 % van alle Belgische elektriciteit).
Stel een gemiddelde elektriciteitsprijs van 70 €/MWh. 16 miljoen MWh × 70 €
= ongeveer 1,1 miljard euro omzet per jaar. De productiekost van kernenergie ligt ruwweg rond25–40 €/MWh. Neem bijvoorbeeld 35 €/MWh.
Kosten: 16 miljoen MWh × 35 € = ongeveer 560 miljoen euro kosten
Omzet: ± 1,1 miljard €
Kosten: ± 560 miljoen €
Mogelijke winst: ongeveer 500 miljoen euro per jaar
Omdat de staat 50 % bezit in BE-NUC:
± 250 miljoen euro per jaar voor de staat (ruwe orde van grootte)
Over 10 jaar verlenging kan dat dus theoretisch: ongeveer 2 tot 3 miljard euro opleveren.

Daarom wordt de levensduur investering van ongeveer 800 miljoen tot 1 miljard euro soms gezien als potentieel financieel interessant voor de staat, afhankelijk van de elektriciteitsprijzen.
Hierboven wordt voor de E-verkoop een boekhoudkundige verkoopovereenkomst verwacht. Ik heb ergens gelezen dat men zou werken volgens de moderne berekeningen volgens een “Contract for Difference” zoals bij de nieuw geplande windmolenprojecten. Dus ieder kwartier een andere prijs volgens de marktprijzen voor E (maar wat is de vaste referentieprijs (“strike price”?) lees meer>>>>

De joint venture structuur werd opgezet om de levensduur van de twee reactoren met ongeveer 10 jaar te verlengen, en tegelijk investeringen en risico’s te delen.
– België krijgt meer energiezekerheid
– België ontvangt een grote financiële bijdrage voor de verantwoordelijkheid rond het kernafval
– en er is eindelijk duidelijkheid heeft over het nucleaire dossier.
Lees meer hierover>>>

2. Mogelijke oprichting van een nieuwe joint venture

Hoewel het huidige akkoord zich uitsluitend beperkt tot twee kernreactoren, wordt in het voorstel van eerste minister Bart De Wever gesuggereerd dat een uitbreiding van het model mogelijk is. Dat zou verschillende vormen kunnen aannemen:

  • verdere verlenging tot 20 jaar of meer van bestaande en besliste kernreactoren indien technisch haalbaar (nu door BE-NU voor maximum 10 jaar)?
  • nieuwe investeringsfasen voor modernisering van de E-productie in België o.a. in nieuwe of bestaande gascentrales en E-stockage (batterij en pompcentrales)
  • uitbreiding naar andere energie-infrastructuur (gascentrales of nieuwe nucleaire projecten) o.a. door SMR centrales (uitgezonderd de Hernieuwbare Energie waar Engie zijn bedrijfsmodel op concentreert. ?

Een structurele uitbreiding zou betekenen dat de staat en Engie hun samenwerking verder institutionaliseren in de Belgische energieproductie. DE BLIEDEMAKER denkt dat dit een goede evolutie is zeker omdat we op lange termijn best ook investeren in nieuwe kerncentrales. Dit is in West Europa niet meer mogelijk via private energiebedrijven omdat de investeringskosten te hoog zijn en de rentabiliteit over een te lange tijd lopen. Dus staatinmenging nodig cf EDF die recent van 75% staatsbedrijf naar 100 % verhoogd werd. Ook is een duidelijke lange termijn politiek op Belgisch niveau noodzakelijk. Dit werd de laatste 20 jaar in B verwaarloosd.

3. Voordelen van een uitbreiding

3.1. Meer energiezekerheid

België blijft voorlopig te sterk afhankelijk van import en schommelende gasprijzen. Kernenergie biedt een stabiele basisproductie o.a. nodig voor stabilisatie E-net in perioden van “dunkelflaute”.
Ook meer bevoorradings diversificatie bij wellicht toekomstig minder import van fossiele brandstoffen.
Pas op: de uranium bevoorrading en verrijking zou gespreid moeten worden

3.2. Risicospreiding

Door een 50/50-model worden:

  • financiële risico’s gedeeld
  • grote investeringen niet volledig door één partij gedragen

3.3. Strategische controle voor de staat

Een grotere rol van de staat kan leiden tot meer invloed op:

  • energieprijzen
  • bevoorradingszekerheid
  • langetermijnstrategie

3.4. Continuïteit in expertise

Engie en Electrabel behouden hun technische rol, wat belangrijk is voor complexe nucleaire installaties.

4. Nadelen en kritische punten

4.1. Complexe besluitvorming

Een 50/50-structuur betekent dat elke belangrijke beslissing unanimiteit vereist. Dat kan leiden tot vertragingen of blokkeringen!

4.2. Budgettaire druk voor de staat

Zelfs bij gedeelde financiering moet de overheid honderden miljoenen investeren, wat druk zet op de begroting. Daar is momenteel in B weinig ruimte voor mede door de opgedrongen investeringen in de defensie.

4.3. Beperkte flexibiliteit

Een langdurige joint venture kan moeilijk aan te passen zijn aan:

  • nieuwe energiepolitiek
  • technologische evoluties
  • Europese regelgeving

4.4. Blijvende afhankelijkheid van kernenergie

Een uitbreiding kan de overgang naar een volledig hernieuwbaar energiesysteem vertragen. Dit was één van de redenen waarom DE BLIEDEMAKER de steun van minister Tinne Van der Straeten ondersteunde.

5. Politiek en economisch evenwicht

De Belgische keuze voor een joint venture is in essentie een compromis:

  • De staat krijgt meer controle dan vroeger
  • Engie behoudt industriële continuïteit en inkomsten
  • Beide partijen delen risico’s, maar ook beperkingen

Of het model verder wordt uitgebreid, zal afhangen van de evolutie van:

  • elektriciteitsprijzen
  • energievraag
  • investeringskost van nieuwe centrales
  • maatschappelijke aanvaarding van kernenergie (momenteel hoog. Maar wat bij nucleaire accidenten ergens in de wereld cf Fukushima nuclear disaster in 2011?)

6. Volledige overname door B van alle nucleaire activiteiten van Engie in B

Op 30 april 2026 hebben de Belgische Staat , ENGIE en Electrabel de ondertekening aangekondigd van een intentieverklaring die het kader vastlegt voor exclusieve onderhandelingen over de “mogelijke volledige overname” door de Belgische Staat van alle nucleaire activiteiten van ENGIE en Electrabel in B(de “Transactie”).(dus de 7 reactoren inclusief de verplichtingen omtrent ontmanteling en stopzetting).
Dit kadert in de ambitie van B om de uitbating van bestaande kernreactoren te verlengen maar ook om nieuwe nucleaire capaciteit in België te ontwikkelen. Daarmee neemt de Belgische regering de verantwoordelijkheid op zich voor de ” langetermijnenergievoorziening van het land, met als doel een financieel en economisch levensvatbare activiteit uit te bouwen die de bevoorradingszekerheid, klimaatdoelstellingen, industriële weerbaarheid en sociaaleconomische welvaart ondersteunt“.
Conform deze intentieverklaring zal de Belgische Staat een volledige “Due Diligence” uitvoeren naar alleen de nucleaire activiteiten. Deze zou klaar moeten zijn tegen 1 oktober 2026. Zo weet B exact wat het overneemt en kan het de juiste prijs bepalen. Ook worden de mogelijke risico’s gecontroleerd en gezien of er geen verborgen schulden of verplichtingen zijn.
In afwachting van de uitkomst is overeengekomen om de lopende ontmantelingen uit te stellen. De intentieverklaring houdt nog niet de ondertekening van de “Transactie” in het vooruitzicht. (hiervoor zijn ook nog goedkeuring van de nucleaire regulator nodig evenals Europese en andere regulatoire goedkeuringen. 
Dit is dus een duidelijke overname of uitbreiding van de boven besproken Joint-Venture . Het past in de bredere evolutie van de Belgische energiemarkt en de strategie van Engie om zijn activiteiten te herschikken.
BENIEUWD naar het resultaat

7. Conclusie

De huidige 50/50-joint venture rond de Belgische kerncentrales is geen eindpunt, maar mogelijk een goed proefmodel voor toekomstige energie-samenwerking tussen overheid en privébedrijf.
Een uitbreiding kan stabiliteit en controle versterken, maar brengt ook risico’s van complexiteit, hogere staatsbetrokkenheid en helaas trage besluitvorming met zich mee.
De komende jaren zullen uitwijzen of dit model een uitzondering blijft, of het nieuwe fundament wordt van het Belgische energiebeleid.

Onbekend's avatar

Auteur: DE BLIEDEMAKER

"Teruggespoelde" echte Pannenoar sinds 1993. Vroeger burgerlijk ingenieur bij ELECTRABEL, later zelfstandig natuurgids. Het e-mail krantje DE BLIEDEMAKER is gestart in september 2005

Geef een reactie

Ontdek meer van DE BLIEDEMAKER

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder