
Zou Maurice Calmeyn vandaag tevreden zijn met zijn bibliotheek?
De nieuwe Maurice Calmeynbibliotheek is nauwelijks open of de Pannenaars spreken er met veel enthousiasme over.
En terecht. De vroegere Sint-Pieterskerk kreeg een tweede leven en is omgevormd tot een moderne bibliotheek, een ontmoetingsplaats voor lezen, cultuur en kennis.
Maar vandaag hoorde ik op straat iemand zeggen:
“Maurice Calmeyn zou raar opkijken als hij nu zou terugkomen en zijn bibliotheek zou zien.”
Ik moest er even over nadenken.
Want inderdaad: wat zou Maurice Calmeyn ervan gevonden hebben dat zijn naam vandaag boven een bibliotheek prijkt?

De mensen die voorgesteld hebben om de nieuwe bibliotheek zijn naam te geven, hebben dat ongetwijfeld zeer positief bedoeld. Zij wilden een naam geven aan een Pannenaar die een belangrijke rol heeft gespeeld in de geschiedenis van onze gemeente. En daar is veel voor te zeggen.
Maar Maurice Calmeyn was geen gewone Pannenaar.
Wie hem alleen kent als de man van het Calmeynbos, doet hem eigenlijk tekort. En wie alleen zijn liberale politieke verleden kent, evenzeer.
1. Van de grote Calmeyn familie.

Maurice Calmeyn stamde uit de bekende familie Bortier-Calmeyn, een familie die een belangrijke rol heeft gespeeld in de vroegste geschiedenis van De Panne.
De grote stamboom is te lezen in de bijlagen van het boek “In het zand geschreven” van notaris Hans Berquin. Hij is de zoon was van Joseph Calmeyn uit Ieper (°1802 – †1891) en Emilie Bortier. Zijn grootmoeder Emilie, zijn tante Louise (†1893) en zuster Hortense Calmeyn (°1860 – †1916) waren zeer vrome katholieke mensen. Ze lieten de Sint-Pieterskapel in De Panne bouwen.
Via zijn familie was hij aldus verbonden met de grote Westhoek en Oosthoek duingronden die later, vooral na de Tweede Wereldoorlog, een belangrijke rol zouden spelen in de ontwikkeling van onze badplaats.
De geschiedenis van die kerk is trouwens nauw verbonden met de geschiedenis van de lokale bevolking als zelfstandige gemeenschap. De eigen Sint Pietersparochie kwam er in 1894 en De Panne werd uiteindelijk in 1911 een zelfstandige gemeente. (lees voor de geschiedenis van de Sint Pieterskerk uitgebreid in DE BLIEDEMAKER (2 delen))
Maurice zelf zou later een heel andere weg bewandelen dan een groot deel van zijn familie.
Hij was er een buitenbeentje verstoten door zijn adellijke familie
2. De man van het Calmeynbos

Voor ons Pannenaars kennen wij Maurice Calmeyn (°1863-†1934) misschien nog het best door het bos dat zijn naam draagt. Hij was een inwoner van Drogenbos tot 1911 (48j) en later vaste inwoner van DP (tot zijn overlijden op 71j)
In 1899 erfde hij een stuk duinengrond waar nu het Calmeynbos.. Vanaf 1903 begon hij als landbouwingenieur te experimenteren met de aanplanting van bomen en struiken in de duinen. Dat was helemaal niet vanzelfsprekend. De omstandigheden waren er bijzonder moeilijk.
Toch lukte het.
Het Calmeynbos is vandaag een blijvend stukje groen in De Panne. De Inventaris Onroerend Erfgoed vermeldt het als een proefbos van ongeveer 45 hectare, aangelegd vanaf 1903 (tot 1920) door Maurice Calmeyn. (Inventaris Onroerend Erfgoed)
Dat alleen al maakt hem een figuur die bij De Panne hoort.
Maar er was veel meer.
Lees de uitgebreide 4 artikels over het Calmeynbos op De Bliedemaker>>>
Lees ook de vertaling van zijn boekje over de moeilijkheden van zijn aanplant>>>
3. De liberale Maurice
Toen De Panne zich in 1911 losmaakte van Adinkerke, stond Maurice Calmeyn aan het hoofd van de liberale lijst, officieel de “candidaaten der vooruitgang”. Ook mijn grootvader Jules Vanderpoorten stond op deze lijst.
Dat was geen onbelangrijke politieke rol. Maar het werd geen succes.
De katholieke lijst van Ernest d’Arripe behaalde alle negen zetels. Calmeyn en zijn liberale medestanders bleven dus volledig buiten de gemeenteraad. (Neem me mee Magazine)
Maurice was ook nauw betrokken bij het Institut Pannois, de liberale school die een belangrijke rol speelde in het onderwijsleven van het jonge De Panne.
Dat was de Maurice Calmeyn die de Pannenaars toen kenden: een rijke, vrijzinnige en strijdvaardige liberaal.
Maar zijn leven zou nog een heel andere richting uitgaan.
4. Van liberaal naar communist

Maurice Calmeyn was duidelijk geen man die zich gemakkelijk in één vakje liet stoppen. Hij interesseerde zich voor kunst, fotografie, film en maatschappelijke problemen. Hij evolueerde politiek steeds verder naar links.
Zijn naam wordt uiteindelijk zelfs verbonden met het communisme.
Daarvan is zijn grafmonument op de begraafplaats van De Panne misschien wel het meest merkwaardige bewijs. Wie voor het monument staat, ziet niet alleen een herinnering aan een rijke telg uit een vooraanstaande familie. De symboliek verwijst nadrukkelijk naar vrijmetselarij en communisme, met onder meer de hamer en sikkel.
Een opmerkelijke tegenstelling. Een man uit de rijke bourgeoisie die eindigt als communist. Een liberaal die later zeer ver naar links evolueert.
Een familielid van een vooraanstaande katholieke familie die zelf een uitgesproken vrijzinnige weg bewandelt.
5. De Congo-reiziger

Dan was er nog zijn andere grote passie: Afrika.
Maurice maakte in 1907 en 1908 twee reizen naar Congo. Het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika bewaart vandaag nog zijn archief, met onder meer reisnotities, foto’s en materiaal dat verband houdt met zijn boek Au Congo belge. Chasses à l’Éléphant, les indigènes, l’Administration, dat in 1912 verscheen. (Africamuseum Archives)
Maar ook hier was hij geen gewone reiziger. Lees DE BLIEDEMAKER >>>
(foto’s van Calmeyn hebben Hergé rechtstreeks geinspireerd voor Kuifje in Congo)
Maurice Calmeyn leverde scherpe kritiek op het koloniale beleid van Leopold II. Dat was voor die tijd bijzonder ongewoon. Zijn boek veroorzaakte dan ook heel wat beroering. (Enough Room for Space)
Hij was dus tegelijk jager en criticus van het koloniale systeem.
Ook hier weer die merkwaardige tegenstrijdigheid.

6. En dan was er Netje Slekke

Netje Slekke, het lief van Maurice Calmeyn, was de uitbaatster van Hotel des Sports.
Maurice woonde niet alleen in De Panne omdat hij er familiegrond had.
Hij bouwde er een villa aan de Zeedijk, op de hoek met de Visserslaan. Op deze plaats staat een building (nu in de stellingen) die nu noemt de “Calneyn Residentie”. Op het gelijkvloers kennen vele Pannenaars het vandaag als de Barraca (in 2026 uitgeroepen door het Laatste Nieuws als de plaats met de “beste wafels van de wereld”)
Ook zijn persoonlijke leven speelde zich gedeeltelijk in De Panne af. Vooral zijn relatie met Netje Slekke is bekend, de uitbaatster van Café des Sports op de Markt.
Volgens mijn vader was deze dame het mooiste meisje van DP en kregen zij samen een kind, dat Maurice later zou erkennen. Ook werd gezegd dat Netje Slekke model gestaan heeft voor het mooie niké beeld op het Koning Albertplein ( de vroegere “Square Bonzel”) voor beeldhouwer Pannese beeldhouwer Beernaert. Dat verhaal behoort inmiddels tot de kleurrijke geschiedenis van het oude De Panne, al moeten we dergelijke persoonlijke details onderscheiden van wat archiefmatig hard bewezen is.
Op latere leeftijd huwde hij, tegen de wil van zijn familie, met de Franse actrice Jeanne Heim in 1919 in Parijs (op 56 jarige leeftijd).
7. Zijn laatste grote engagement
Nog merkwaardiger wordt zijn levensverhaal op het einde.
Maurice Calmeyn steunde kunstenaars en sociale projecten. Net voor zijn dood in 1934 wordt hij de voornaamste financier (20.000 BEF) van de film Misère au Borinage (van Joris Ivens en Henri Storck). De zwart-witfilm, geëdit door Helen van Dongen, werd opgenomen tijdens de grote depressie en start met een filmkaart met de tekst Wereldcrisis van het kapitalisme. Fabrieken liggen stil, verlaten. Miljoenen proletariërs hebben honger. De film speelt zich af in de Borinage tijdens de algemene staking van 1932. Men toont er de slechte levensomstandigheden van de arbeiders en mijnwerkers in de Borinage, De film wordt beschouwd als een klassieker in de politieke cinema en wordt beschreven als een van de belangrijkste referenties in het documentaire genre. Hij zal de film nooit zien, hij sterft de dag van de première ingevolge een treinongeval tijdens de heenreis. De film ging diezelfde dag in première. (Lees op WIKI DEBLIEDEMAKER)
Een merkwaardig einde van een nog merkwaardiger leven.
8. En nu staat zijn naam op een bibliotheek
En daar zijn we terug bij het begin.
Vandaag staat de naam Maurice Calmeyn op een van de mooiste nieuwe publieke gebouwen van De Panne.
Een bibliotheek.
Een plaats waar mensen komen lezen, studeren, nadenken, discussiëren en kennis opdoen.
Eigenlijk is dat misschien helemaal geen slechte plaats voor zijn naam.
Want Maurice Calmeyn was bovenal iemand die nieuwsgierig was naar de wereld.
Hij trok naar Congo.
Hij fotografeerde.
Hij schreef.
Hij interesseerde zich voor kunst.
Hij engageerde zich voor onderwijs.
Hij hield zich bezig met natuur.
Hij mengde zich in de politiek.
Hij steunde sociale projecten.
En hij durfde vooral van mening veranderen.
Misschien zou hijzelf daarom niet zozeer verbaasd zijn dat er vandaag een bibliotheek naar hem genoemd is.
Maar misschien zou hij wel even verbaasd zijn wanneer hij zou ontdekken welke Maurice Calmeyn wij vandaag gekozen hebben om te herinneren.
De liberale kandidaat van 1911?
De man van het Calmeynbos?
De Congo-reiziger en criticus van Leopold II?
De kunstliefhebber?
De sociaal bewogen mecenas?
Of de man wiens grafmonument uiteindelijk duidelijk naar het communisme verwijst?
Waarschijnlijk zijn ze allemaal dezelfde Maurice Calmeyn.
En misschien is dat juist het interessante aan deze naam.
Een bibliotheek is uiteindelijk een plaats waar men niet alleen boeken leest die men graag leest. Het is ook een plaats waar men ontdekt dat de geschiedenis zelden zwart-wit is.
Misschien zou Maurice Calmeyn daarom, na een eerste verwonderde blik, uiteindelijk toch glimlachen.
En misschien zou hij daarna meteen vragen:
“Waar staan de boeken over mij?”
De bibliotheek wordt dan niet alleen een gebouw met een naam, maar een aanleiding om de Pannenaars eraan te herinneren dat een historische figuur niet noodzakelijk in één hedendaags politiek hokje past.


Ook geluidswerende gordijnen om cultuurevenementen te organiseren


Dit wordt mijn voorkeurplaatsje om een DE BLIEDEMAKER te schrijven met zicht op de 4 heiligen: De vier heiligen van de glasramen in de apsis zijn van links naar rechts: de apostel Andreas, broer van Petrus, met het Andreaskruis in X-vorm, waarop hij de marteldood stierf; de apostel Petrus met de sleutels van het Rijk Gods; Johannes de Doper, voorloper van Christus, met het Lam Gods, symbool van Christus naar het woord van Johannes; de missiebisschop Amandus (7de eeuw) met een kerkje, verwijzend naar de kloosters en kerken die hij als ‘Apostel van Vlaanderen’ oprichtte

https://debliedemaker.be/2013/08/01/beeldengroep-rotonde-adinkerke/
Dank voor de uitgebreide duiding; Maurice Calmeyn was dermate polyvalent dat dit strookt met de veelzijdigheid van het aanbod in de Bib; daarnaast is het feit dat de Bib grenst aan zijn Calmeynbos. Een goede naamkeuze, alhoewel dat de Bib in de volksmond steeds de “Bib van De Panne” zal heten.