De Maurice Calmeyn Bib (deel 2/2)

In vorig artikel werd in de paragraaf “De man van het Calmeynbos” te weinig benadrukt dat Maurice Calmeyn ook voor het behoud van de andere Westhoek/Oosthoekduinen een belangrijke rol heeft gespeeld en dus ook voor het tot stand komen van de huidige Groene Gordel rond De Panne.

Maurice Calmeyn, één van de weinige foto’s. Bron: verkiezingspamplet van 1911

Maurice Calmeyn en de Westhoekduinen
Het “Project Panne-Schuilhaven” is een blijkbaar een vergeten hoofdstuk uit de geschiedenis van De Panne, waarin drie belangen met elkaar botsten: de economische toekomst van de vissers, de ontwikkeling van de toeristische gemeente en het particuliere grondbezit van de familie Calmeyn, waaronder actief: Maurice Calmeyn. Eerst als lijsttrekker van de liberale partij voor de eerste gemeenteraadsverkiezingen van de gloednieuwe gemeente De Panne. Later in 1937 bij de afkoop van grootste deel van de deelgerechtigheden in de monsteronverdeeldheid van de 450 ha Calmeynduinen tussen de Oosthoek en het Westhoekreservaat.
Was hij vóór of tegen de Schuilhaven?

Een havenproject dat bijna onze Westhoekduinen voorgoed zou hebben veranderd !
Wie vandaag door deze duinen wandelt, kan zich moeilijk voorstellen dat daar ooit een grote vissers- en handelshaven had moeten komen. Meer dan honderd jaar geleden bestonden er immers zeer concrete plannen om De Panne uit te bouwen tot een belangrijke zeehaven. Het was een ambitieus plan dat niet alleen een haven voorzag, maar ook nieuwe wegen, spoorverbindingen, woningen voor vissers, visverwerkende bedrijven en een volledige uitbreiding van de gemeente richting Franse grens.
Maar er was een groot probleem: de geplande haven moest grotendeels worden aangelegd op duingronden die eigendom waren van de familie Bortier-Calmeyn.
En daar kwam Maurice Calmeyn in het verhaal. Hij en zijn familie waren niet bereid hun gronden zomaar af te staan. De onderhandelingen liepen vast en uiteindelijk werd zelfs de onteigeningsprocedure gestart.
Gelukkig zou de Eerste Wereldoorlog in 1914 definitief een einde maken aan deze ambitieuze plannen.
,

Een uniek plan over jet Project-Schuilhaven 1913

1. Een oude droom: een haven in De Panne

De plannen voor een haven in De Panne waren helemaal niet nieuw.
Reeds in 1846 bestond er een ontwerp voor een handelshaven, gecombineerd met een spoorweg, een hippodroom en een badhuis. Het was een bijzonder ambitieus project, maar tot uitvoering kwam het niet. Volgens de toenmalige verklaringen speelden ook diplomatieke bezwaren vanuit Frankrijk een rol.

Grootgrondbezitter Pieter Bortier, die een belangrijke rol speelde in de ontwikkeling van het vissersdorp, bleef echter in een haven geloven. In zijn testament van 1877 drong hij erop aan het project verder te laten bestuderen. Hij schakelde daarvoor ingenieur Ward uit Brussel in.
Het idee was dus al tientallen jaren oud toen het begin twintigste eeuw opnieuw ernstig op tafel kwam.

2. De vissers hadden een haven nodig

Rond 1900 was De Panne een belangrijke vissersgemeenschap. De vissersvloot telde toen een honderdtal aantal vaartuigen en was, na Oostende, de tweede belangrijkste aan de Belgische kust.
Maar de visserij veranderde.
Door de invoering van het slepend korrennet en de teruglopende visstand dicht bij de kust moesten de vissers verder de zee op. De vaartuigen werden groter en zwaarder. Veel nieuwe schepen hadden een kiel en konden niet langer eenvoudig op het strand worden getrokken.
De vissers kwamen daardoor in moeilijkheden. Wie zijn schip veilig wilde onderbrengen, moest uitwijken naar Nieuwpoort of een andere haven. Dat betekende extra verplaatsingen, kosten en tijdverlies.
Een eigen schuilhaven was dus niet alleen een prestigeproject. Voor de vissers betekende ze een mogelijke toekomst voor hun beroep en hun gemeenschap.
Ook de handelaars van Veurne begrepen dat. Een verdere leegloop van de vissersgemeenschap in De Panne zou immers ook hun handel schaden.

3. Een politiek steekspel in Brussel

De realisatie van de haven was echter geen eenvoudige zaak. Lees op de WIKI DE BLIEDEMAKER >>>>
– In 1902 nam de liberale Oostendse volksvertegenwoordiger Adolf Buyl het initiatief om financiële middelen aan te vragen voor de studie van een schuilhaven. Verschillende aanvragen voor een bedrag van 50.000 frank werden afgewezen.
– Na 3 jaar stilstand bracht Buyl op 20 december 1905 het onderwerp opnieuw ter sprake in de Kamer. De minister weigerde andermaal de gevraagde steun en stelde voor om in De Panne een vuurtoren te bouwen (vanaf 1877 was er reeds een primitief Panneviertje waar nu het Vuurtorenplein. In werking tot juni 1940)
-In 1906 kwam er beweging in het dossier. De handelaars van Veurne steunden het project en stuurden via volksvertegenwoordiger August Pil een verzoekschrift naar de Kamer.
Ook pastoor Seraphijn Dequidt, die in 1906 de nieuwe pastoor van de Sint-Pietersparochie was geworden, zette zijn contactrelaties in. Hij wist onder anderen professor Emiel Vliebergh bij de zaak te betrekken.
Vliebergh stelde een rapport op met de titel “De Visschers van de Panne“. Daarin werden de moeilijke omstandigheden van de plaatselijke vissers beschreven en de noodzaak van een haven toegelicht.
Volksvertegenwoordiger Joris Helleputte verdedigde de belangen van De Panne in het parlement.
-In 1907 is de eerste minister graaf Paul de Smet de Naeyer trad af, de tegenstander van de schuilhaven . Hij is ook de minister van Openbare Werken en Financiën.
Het project kreeg stilaan meer politieke steun.

4. Een koninklijke studiecommissie onderzoekt de mogelijkheden: 1907

Op 31 mei 1907 kwam een belangrijk keerpunt kwam. Koning Leopold II ondertekende een Koninklijk Besluit waarbij een studiecommissie werd opgericht om de mogelijkheden van een schuilhaven in De Panne te onderzoeken. In de commissie zetelden ook twee Pannenaars: schepen van Adinkerke Ernest d’Arripe, kleinzoon van Pieter Bortier, en patroon-visser August Pinson.
Deze technische subcommissie ging op studiereis naar verschillende buitenlandse havens. Ze bezocht onder meer Scheveningen en IJmuiden in Nederland, verschillende havens aan de Britse oostkust, Duitse en Deense havens en de Franse havens Boulogne, Calais, Gravelines en Duinkerke.
De ingenieurs onderzochten de zeebodem, de stromingen, de zandbanken en de mogelijkheden om schepen veilig naar een haven te leiden.
Een belangrijk element was het zogenaamde ‘Potje’, een geul voor de kust van De Panne die aansloot bij de rede van Duinkerke.
De zandbanken Trapegeer, Broers en Den Oever boden volgens de studie een zekere natuurlijke bescherming. Bovendien bleek dat er op betrekkelijk korte afstand van de eblijn al een aanzienlijke waterdiepte aanwezig was.
Toch waren er technische vraagstukken. Hoe moesten de havenhoofden worden gebouwd? Hoe zouden zeilschepen bij storm de haven kunnen binnenvaren? En was een sluis noodzakelijk (vooral voor het uitschuren van de havengeul)?

5. De familie Calmeyn wordt een belangrijke tegenstander

Terwijl de technische studies vorderden, ontstond een ander probleem: de grond waarop de haven moest komen.
Eind 1908 nam de gemeenteraad van Adinkerke, waartoe De Panne toen nog behoorde, een optie op de aankoop van de nodige gronden. Toen was Ernest d’Arripe, de kleinzoon van Pieter Bortier, reeds schepen te Adinkerke
Het ging om een bijzonder grote oppervlakte. De duinen ten westen van de weg De Panne-Veurne besloegen ongeveer 450 hectare en waren grotendeels eigendom van de familie Calmeyn.
Voor de eigenlijke haven had de commissie ongeveer 40 hectare berekend. Maar wanneer men ook de bijkomende infrastructuur meetelde, zoals wegen, spoorlijnen, woningen, akkers en aanverwante nijverheden, liep de totale oppervlakte op tot ongeveer 276 hectare.
De familie Calmeyn was niet bereid zoveel grond af te staan.
Via haar Brusselse notaris liet ze weten dat ze hoogstens een beperkt gedeelte wilde verkopen. In de historische beschrijvingen wordt daarbij een oppervlakte van 30 tot 40 hectare vermeld. Ook over de voorgestelde vergoeding van 1.000 frank per hectare bestond onenigheid.
De onderhandelingen liepen vast.

Maurice Calmeyn , eveneens een kleinzoon van Pieter Bortier, en zijn familie stonden dus tegenover een ambitieus openbaar project dat een groot gedeelte van hun eigendom dreigde in te nemen.
De overheid zag zich daardoor voor een moeilijke keuze geplaatst: het project aanpassen, opnieuw onderhandelen of overgaan tot onteigening..

6. Een steeds groter havenproject: 1910

In 1910 werd een concreter voorstel aan de minister van Openbare Werken overhandigd. Het oorspronkelijke idee van een eenvoudige schuilhaven was ondertussen uitgegroeid tot een veel omvangrijker project: een volwaardige vissers- en handelshaven. Het ontwerp voorzag havenhoofden die naar elkaar toeliepen, naar het voorbeeld van Duinkerke, met een open verbinding naar een grotere achterhaven zonder sluis. Ook de uitbreiding van de toekomstige gemeente De Panne werd in het project opgenomen. Er zouden nieuwe woonwijken, wegen, spoorverbindingen en bedrijven komen. De financiële gevolgen waren aanzienlijk. Het oorspronkelijke budget van ongeveer twee miljoen Belgische frank volstond niet langer voor deze veel ruimere plannen.

Intussen was ook de politieke situatie veranderd. Na de verkiezingen van 1910 werd Joris Helleputte minister van Openbare Werken. Hij was een uitgesproken voorstander van het project.
Volksvertegenwoordiger August Pil bracht bovendien het goede nieuws dat er budgettaire steun voor de haven was goedgekeurd.

Maar het grondprobleem bleef bestaan. De familie Calmeyn wilde niet zomaar haar duinen afstaan. De overheid hield vast aan de noodzakelijke grondverwerving. En er waren nog andere tegenstanders. Natuurbeschermers en mensen die bezorgd waren over het behoud van de duinen, verzetten zich eveneens tegen de plannen.
Het project bracht dus twee heel verschillende visies op de toekomst van De Panne tegenover elkaar: economische ontwikkeling door middel van een grote haven enerzijds en het behoud van het bestaande duinenlandschap anderzijds.

7. De eerste gemeenteraadsverkiezingen van De Panne

Lijstrekker Maurice Calmeyn in het midden. Verkiezingspamflet 1911 van de liberalen.

In de verkiezingscampagne voor de eerste gemeenteraad voor De Panne in 1911 staan de 2 lijsttrekkers tegenover elkaar. Ernest d’Arripe, kleinzoon van Pieter Bortier, reeds schepen te Adinkerke en ook Maurice Calmeyn ook een kleinzoon van Pieter Bortier. Beiden concurrenten verdedigen in hun kiescampagne het project Schuilhaven wellicht om stemmen te winnen bij de vissersbevolking. De familie wil maar een beperkte oppervlakte opofferen voor de eigenlijke haven en vraagt een billijke verkoopprijs.
Verkiezingspamflet Maurice Calmeyn>>> (Bron: Pierre Boonefaes)

8. De kersverse gemeente Panne start de onteigening: 1913

In 1911 werd De Panne een zelfstandige gemeente, met Ernest d’Arripe als eerste burgemeester. Hij was reeds 56 jaar toen hij zijn ambt opnam.  Hij was  geboren in Amsterdam en ingenieur van beroep.  Reeds in 1906, ijverde hij als schepen van Adinkerke voor de afsplitsing van De Panne. Dit gebeurde pas op 24 juli 1911. Tijdens zijn eerste mandaat bestuurde hij de gemeente met een katholieke meerderheid die alle 9 zetels had, bijgestaan door Jeroom Ver Eecke,. De tegenpartij was  ‘de candidaaten der vooruitgang’ van Maurice Calmeyn. Beiden, kleinzonen van Pieter Bortier,  tellen 9 kandidaten. Bemerk dat slechts 15% van de 2.900 inwoners mocht gaan stemmen. De anderen zijn te jong of vrouw ofwel betalen te weinig belastingen.
Het dossier van de schuilhaven bleef echter aanslepen.
De resultaten van de technische studies waren beschikbaar, de politieke steun was er en minister Helleputte bleef achter het project staan.
Maar zonder de nodige gronden kon de haven niet worden gebouwd.
In 1913 kwam er een nieuwe stap. De gemeente De Panne diende een verzoekschrift in om de onteigening van de Westhoekduinen voor openbaar nut mogelijk te maken.
Minister Helleputte gaf de gemeenteraad opdracht de nodige onteigeningsprocedure op te starten.
Daarmee kwam het conflict met de familie Bortier- Calmeyn in een nieuwe fase.
De familie had zich tijdens de onderhandelingen verzet tegen de omvang van de grondverkoop en de voorgestelde prijs. Nu dreigde ze een belangrijk gedeelte van haar eigendom door onteigening te verliezen.
Voor Maurice Calmeyn moet dit een bijzonder moeilijke situatie zijn geweest. De duinen waren niet zomaar een stuk grond. Hij had er zelf jarenlang geëxperimenteerd met bomen en struiken en was vanaf 1903 begonnen met de aanleg van het bos dat vandaag zijn naam draagt.
Of zijn verzet uitsluitend met de grondprijs en het eigendomsrecht te maken had, dan wel ook met zijn visie op het behoud van de duinen, kunnen we op basis van de beschikbare gegevens niet met zekerheid zeggen.

9. De Eerste Wereldoorlog maakt een einde aan de schuilhavenplannen: 1914

Het ambitieuze project Panne-Schuilhaven verdween naar de achtergrond. De militaire gebeurtenissen, de bezetting en de enorme menselijke en economische schade maakten verdere uitvoering onmogelijk.
Na de oorlog was België met andere prioriteiten bezig.
De vissersgemeenschap van De Panne zou zich bovendien nooit meer op dezelfde manier herstellen. De vissers weken steeds meer uit naar andere havens en de plaatselijke visserij verloor geleidelijk haar vroegere betekenis.
De haven die De Panne een heel andere toekomst had kunnen bezorgen, werd nooit gerealiseerd.

10. De Begraafplaats van De Panne

5923

Deze is ook aangelegd op duinengrond van de familie Calmeyn. De zelfstandige gemeente had al in 1912 geprobeerd de grond te kopen, maar kon de gevraagde prijs niet aan en vraagt aan generaal Alexander Andringa, de militaire gouverneurom, om de grond op te eisen om de dode militairen en burgers te begraven. Hulptroepen van de genie en soldaten van gevechtseenheden die op rust waren in De Panne hielpen bij de aanleg van de begraafplaats. De grond werd in 1918 onteigend en op 1 juni 2018 ingehuldigd voor een burgerlijk en een militair gedeelte. Architect Eugène Dhuicque ontwierp zowel het burgerlijke als het militaire gedeelte. Pas in 1927 werd dat juridisch geregulariseerd.
Vandaag is dit militair kerkhof het grootste van België met meer dan 3.700 graven.
Luister naar de toespraak van Johan Dhaenens voor 100 jaar begraafplaats>>>

Naamloos

11. Het verdere verloop van de verkoop van de duingronden

In 1879 overleed de kinderloze Pieter Bortier en dan veranderde er veel. Zijn zus Emilie Bortier was gehuwd met Joseph Calmeyn uit Ieper. Na het overlijden van Pieter in 1879 kwamen zijn bezittingen bij Emilie terecht. Emilie overleed in 1891 en liet zes kinderen na. Door opeenvolgende overlijdens en erfenissen kwamen de gronden terecht bij steeds meer erfgenamen, onder wie de families Calmeyn, Maskens, Sanchez de Aguilar en Orban.
Er ontstond een bijzonder ingewikkelde gemeenschappelijke eigendom: de zogenaamde monsteronverdeeldheid. Geen enkele erfgenaam kon zomaar zelfstandig over zijn deel van het volledige gebied beschikken. Lees>>>
In de jaren twintig groeide het ongeduld bij een aantal erfgenamen. Zij wilden hun erfenis verzilveren. Een van hen was Alfred Orban, een achterkleinzoon van Emilie Bortier. In 1928 stapte hij naar de rechtbank om een einde te maken aan de onverdeeldheid. Dat was begrijpelijk: zolang de familie het niet eens raakte over de verkoop of verkaveling, bleef een groot vermogen grotendeels geblokkeerd o.a. ook ingevolge de lopende onteigeningsprocedure voor de Schuilhaven.. De rechtbank besliste uiteindelijk, vermoedelijk rond 1930, dat de gronden openbaar verkocht moesten worden. Maar de gemeente De Panne protesteert. Zij verwijzen hiervoor naar de hangende onteigeningsprocedure van 1913 voor de “Schuilhaven”. De individuele en persoonlijke belangen moeten wijken voor het algemeen belang: nl. de Schuilhaven. De heibel hier rond heeft geleid tot aanzienlijke vertraging van de gerechtelijk opgelegde openbare verkoop. Het grote verkavelingsplan met de zeer vele aangrenzende eigenaars is te vinden in bijlage van het boek van Hans Berquin. Daar ook meer tekst over de juridische afwikkeling. Het was gepland dat de 10 loten openbaar zouden aangeboden op 2 zitdagen in 1937.
Een vermogend industrieel en zakenman, Graaf de Launoit, zag een mogelijkheid om het ingewikkelde eigendomsprobleem op te lossen. In plaats van de openbare verkoop af te wachten, begon hij rechtstreeks te onderhandelen met de erfgenamen.
Hij slaagde erin ongeveer 33 van de 46 mede-eigenaars uit te kopen. Dat vertegenwoordigde 127/180 van de totale eigendom, ongeveer 70,6%.
Er bleven dus 13 mede-eigenaars over die niet wilden verkopen.
Samen met architect Alexis Dumont richtte graaf de Launoit in 1939 de naamloze vennootschap Société des Dunes du Littoral Belge – Westhoek op.De constructie was interessant:
– De aangekochte eigendomsrechten werden in de vennootschap ingebracht.
– Ook de gronden van de andere deelnemers werden ingebracht.
– De eigenaars kregen aandelen in de vennootschap in plaats van rechtstreeks mede-eigenaar te blijven van de duingronden.
– Het beheer kwam bij een raad van bestuur te liggen.
Daardoor kon men beslissingen nemen met een meerderheid van stemmen, zonder telkens alle individuele erfgenamen te moeten overtuigen.
De tien loten die voor de openbare verkoop waren voorzien, werden in de NV ingebracht.
Een belangrijk gevolg: de monsteronverdeeldheid heeft de verkaveling van de Westhoekduinen jarenlang vertraagd. De familiale twisten, de gerechtelijke procedures en de oprichting van de NV hebben samen een rol gespeeld in het behoud van dit duinengebied.

Uit het boek “In het zand geschreven” van notaris Hans Berquin

Bij het bestuderen van bovenstaande stamboom en de overgang van de eigendommen naar de nieuwe vennootschap valt op dat zowel de tak Maurice Calmeyn als de stam Ernest d’Arripe hun deelgerechtigdheden verkocht hebben. Voor hen telde blijkbaar geld.
De verdere naoorlogse evolutie naar de oprichting van het natuurreservaat De Westhoek (1957) en de Westhoekverkaveling (1970) valt verder te lezen in DE BLIEDEMAKER>>>
Een urbanist ir. Deleye uit Koksijde krijgt in de periode begin van de jaren 1950 opdracht van de gemeente om een ontwerp van een eigen plan van aanleg op te maken ter confrontatie  van de diverse ontwerpen van architect Alexis Dumont in opdracht van NV Westhoek. Ir. Deleye kwam met een volledig nieuw ontwerp voor de dag met nadruk op de Ollevier-Houtsaegerduinen. Hij stelde een hoefijzervormige grote baan voor van 100 m breedte die De Panne volledig zou omsluiten. (vertrekkend van de Koninklijke Baan ter hoogte van de huidige inrit camping Zeepark, dwars door de Houtsaegerduinen, over de Veurnestraat en via een grote bocht door het Calmeynbos om aan te sluiten op de Duinkerkelaan). Van dit project is hier nog geen exact plan beschikbaar maar wel de felle kritiek van de NV. Westhoek via hun architect en aandeelhouder Alexis Dumont (1952).   Lees in ’t Frans>>>.

12. Wat als de haven er wél gekomen was?

Het is natuurlijk verleidelijk om zich af te vragen hoe De Panne er vandaag zou hebben uitgezien als de plannen van Panne-Schuilhaven waren uitgevoerd.
Zouden de Westhoekduinen grotendeels verdwenen zijn onder havenbekkens, wegen, spoorlijnen en industrie? Zou De Panne uitgegroeid zijn tot een belangrijke vissers- en handelshaven, met een heel andere economische structuur?
We zullen het nooit weten.
Wel staat vast dat het project een ingrijpende verandering van het landschap en van de toekomst van De Panne zou hebben betekend.

Maurice Calmeyn speelde in dit verhaal een opmerkelijke rol. Hij was een grootgrondbezitter die zich verzette tegen de omvang van de geplande grondverwerving. Tegelijk was hij de man die in diezelfde duinen een bos aanlegde dat vandaag nog altijd zijn naam draagt.

Een merkwaardige historische tegenstelling: de grond waarop ooit een grote haven had moeten komen, is uiteindelijk grotendeels duingebied gebleven.
En misschien mogen we ons vandaag afvragen of de Pannenaars zich nog voldoende realiseren hoeveel er bijna verloren was gegaan.

Tafereel over de Schuilhaven met 3 varianten A, B en C. Dumontfeesten 2011
Onbekend's avatar

Auteur: DE BLIEDEMAKER

"Teruggespoelde" echte Pannenoar sinds 1993. Vroeger burgerlijk ingenieur bij ELECTRABEL, later zelfstandig natuurgids. Het e-mail krantje DE BLIEDEMAKER is gestart in september 2005

2 gedachten aan “De Maurice Calmeyn Bib (deel 2/2)”

  1. Hallo José,

    Zoals verwacht nog altijd even actief !

    En zoals afgesproken zien we elkaar opnieuw in het Parkhotel, maar dat stuur ik jou per mail ! Discretie verzekerd. Tot zolang.

    Willy & Irène V. D.

Geef een reactie

Ontdek meer van DE BLIEDEMAKER

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder