2. Wat vóór de aanplanting door Maurice Calmeyn? (<1903)

De 2 volgende artikel betreffen de geschiedenis van het Calmeynbos. Veel werd overgenomen uit de uitgebreide artikelenreeks op DE BLIEDEMAKER onder de titel Groene Gordel- La Centure Verte>>>>
Een eerste artikel situeert het terrein vóór de tijd dat Maurice Calmeyn zijn bos aangeplant heeft. In een tweede artikel tonen we aan hoe het bos diverse verkavelingsprojecten heeft doorstaan.
In de tiendelige TV reeks “Het Verhaal van Vlaanderen’ begon men vanaf de Neanderthalers. Maar voor de geschiedenis van “De Panne” (zonder Adinkerke) is een mooi tijdpunt om de geschiedenis te beginnen vanaf de Ferraris landkaarten van rond 1777. Voordien was hier bijna niets op uitzondering enkele zoutzieders in de “Late IJzertijd” (3de = 4de eeuw vóór Christus. Lees hiervoor In ‘t zand geschreven (vervolg 4: van de Romeinen tot de middeleeeuwen)>>> (gebaseerd op de opgravingen van ingenieur Georges Donny in onze duinen. De Romeinen hebben hier nooit gewoond (ook niet op de “Romeinse Vlakte”)

De duinen hebben van de middeleeuwen tot einde 18 de eeuw een desolaat landschap geweest alleen maar goed om te jagen (zie Ferrariskaart van rond 1777). Deze gronden waren eerst eigendom van de graven van Vlaanderen en later van de bezetters van onze streek (uitgezonderd de duinen van de Abdij ter Duinen). Dat veranderde toen in 1783, op aandringen van keizer Josef II van Oostenrijk, in deze duinen de pecherie “Kerckepanne” werd opgericht (vandaar ook wel Joseph Dorp genoemd). (De historische en internationale context wordt uitgebreid beschreven in het eerste artikel van de reeks Groene Gordel- La Centure Verte>>>>).
De steenweg Veurne-Kerckepanne werd 5 jaar later, in 1788, aangelegd op kosten van de kasselrij Veurne. (de fameuze Pannekalsijde). Dan zijn bijna geen duinen doorsneden.


Toch bleven ALLE duinen waar nu het Calmeynbos ligt onder controle van de staat (uitgezonderd de enclave van de Kerckepanne).
De Franse revolutie van 1792 veranderde veel. Sinds de Franse overheersing in onze steek, vanaf 1794, was dus het einde van het feodaal beheer van de duinen. Hierdoor werd de poort opengezet voor de publieke ingebruikname van deze duinen. In 1799, 15 jaar na de stichtingen de Kerckepanne, komen alle duingronden waar later De Panne Bad zal ontstaan, onder het bestuur van de gemeente Adinkerke en onder de jurisprudentie van het “Département de la Lys” (dus pas vanaf het begin van de 19de eeuw werd De Panne bijgevoegd aan Adinkerke. Niet vroeger.).
Het Franse Keizerrijk had veel geld nodig. Het leger moest gefinancierd worden en keizer Napoleon I liet in 1806 grote bouwwerken opstarten te Parijs. Vandaar dat vanaf 1811 grote stukken van de staatsduinen openbaar verkocht werden. De Krakeelpanne, waar het latere Calmeynbos zal aangeplant worden, werd in 1817 verkocht aan notaris Josephus Mulle die de duinen op zijn beurt in 1828 doorverkoopt aan Pieter Louis Joseph Bortier van Brussel. In dezelfde akte kocht hij ook het ander gedeelte dat in 1811 aan burgemeester Rysman verkocht werd. Twee jaar later overleed de steenrijke Pieter Bortier en liet de duinen van De Panne en veel eigendommen in Gistel over aan zijn neef Pieter Louis Antoine Bortier. Dus vanaf 1830 (toevallig dan ook de onafhankelijkheid van België).
Parallel met aankoop door Bortier in 1828 werd in 1820 ook reeds 76 ha “domaniale gronden” verkocht aan Bruggeling Andreas Verpoorten (wellicht ongeveer de huidige Houtsaegerduinen). In 1835 verkocht hij deze door aan Veurnenaar Louis Ollevier. In de volgende 10 jaar heeft hij zijn bezit met ongeveer nog 100 ha uitgebreid. Lees Groene Gordel>>>>
(details + kopie van de akten in het boek “In het zand geschreven” van Hans Berquin).

Dus in de jaren 1830, het begin van het Koninkrijk België, hadden we slechts 2 zeer grote duineigenaars in De Panne: Bortier: 694 ha + Ollevier: 176 ha = 870 ha = 96,5 % van totaal duingebied van ongeveer 900 ha. De scheiding was een lijn ten oosten van de Witte Berg loodrecht op het strand tot aan de perfecte oost-west lijn van de Kerkepanne met een 60 tal vissers. Tussen deze 2 eigendommen lag het gehucht Kerckepanne met een oppervlakte van ongeveer 80 ha dat aanvankelijk eigendom was van vrederechter Decae en veelal als cijnsgrond verhuurd werd aan onze vissertjes.
Dus 870 ha duinen
De duinen waren dan een privéjachtgebied van 2 grote eigenaars, Bortier en Ollevier, die ze beiden hoofdzakelijk als jachtgebied aangekocht hadden. Dan maakten de duinen, waar later vanaf 1903 het Calmeynbos geplant werd, deel uit van 1 immens duineigendom van Pieter Bortier tot rond 1870 nog niet doorkruisd door een weg naar Adinkerke (dus vanaf de grens tot aan de Oosthoek)



Pieter Bortier was een rijk man en kwam ook op voor de belangen van de vissers. (Zijn weldoener Louis Joseph Bortier was superrijk omdat hij door zijn “goede relaties” in Groot Bretagne om de “Continentale Blokkade” van Napoleon te doorbreken en via het kanaal persoonlijk gecontroleerde scheepstransporten te organiseren tussen het Europese vasteland en het geblokkeerde Groot-Brittanië Lees meer>>>>)
Pieter Bortrier bouwde o.a. een schooltje en een kapel voor de kleine vissersgemeenschap. Hij schonk sloepen en netten aan de armste vissers, hij leerde hen netten breien en zonder een noemenswaardige vergoeding te vragen liet hij hen toe z’n duinen te beweiden en er aardappelen te poten. Hij leerde hen ook zeesterren als meststof te gebruiken.Op de bovenstaande kaart van Bruggen en Wegen van 1877 zien we dat alle vlakke delen van het huidig Calmeynbos (langs weerszijden van de nieuwe weg naar Adinkerke) ingetekend staan als “terres laborables” . Toen reeds waren daar vissers die van Pieter Bortier toelating hadden om daar kleinschalig te boeren.
Merkwaardig is dat Pieter Bortier dan reeds zware campagne voerde om de duinen van de kust van Duinkerke tot Knokke, les “Dunes de Flandre”, te herbebossen. Zeer merkwaardig is zijn studie “Boisement du litoral & des dunes de Flandre”. Lees>>>>
Daar becijferde hij o.a. de financiële meerwaarde van de duinen door bebossing. De meest aangewezen boom bleek volgens zijn eigen experimenten in de duinen de ratelpopulier te zijn afgeschermd door eerst helm en dan duindoorn. Ook experimenteerde hij met kalkbemesting.
In 1879 overleed de kinderloze Pieter Bortier en dan veranderde er veel. Zijn zuster Emilie was dan reeds 85 jaar maar zeer rijk. Zij had het volledig vruchtgebruik van de duinen geërfd had van haar broer, haar zuster niets. Het is Emilie die via akte van 7 mei 1887 een stuk grond aan de rand van haar duinen “met de daaropstaande gebouwen” schonk aan de kerkfabriek van Adinkerke. De ganse ruzie met Adinkerke om daar een volwaardige kerk te mogen maken kunt u lezen in het mooie boekje “100 jaar Sint-Pieters De Panne 1897-1987” van dr. Godgaf Dalle). De Sint-Pieterskerk was dan nog geen canonieke kerk. Pas in 1892 wordt het een zelfstandige volle kerk met een eigen parochie.Lees uitgebreide geschiedenis kerk>>>>
Emilie Bortier was gehuwd met Joseph Calmeyn uit Ieper. Zo bleven deze duinen eigendom van 1 eigenaar. In het testament van Bortier stonden wel veel zware verplichtingen o.a. één om bouwconcessies te verlenen op een deel van zijn duinen bestemd voor villa’s, cottages en chalets.
Bij het overlijden van haar man Joseph Calmeyn had Emilie Bortier 6 kinderen. Door de opeenvolgende overlijdens, huwelijken en erfopvolgingen zou dit later tot een “monsteronverdeeldheid” leiden onder het explosief groeiend aantal erfgenamen (en nog een geluk want door ruzie’s zijn de Westhoekduinen pas laat verkaveld geraakt).
Emilie overleed in 1891, pas 11 jaar na haar monstererfenis.
Rond 1870 ontstond met de doortrekking van het spoor naar Duinkerke een beginnend toerisme op de plaats waar later het “Dorp” zou genoemd worden. Aldus werd een nieuwe baan aangelegd, de huidige Kerkstraat, die de woeste Bortier-Calmeynduinen doorsneed.
Einde van de 19de eeuw ging het plots opnieuw vrij goed met de visserij. Het aantal vissersvaartuigen, 25 in 1887, verdrievoudigde, het aantal inwoners 1.310 in 1887, 1.450 in 1891 was in 1.900 tot 1.852 gestegen. Door de vooruitgang werden de boten ook zwaarder zodanig dat er ernstig gelobbyd werd om een “schuilhaven” te bouwen in de Westhoekduinen.
Dit was immers een oude droom van Pieter Bortier die in 1877 reeds aan ingenieur Ward van Brussel vroeg om een vroeger project voor het oprichten van een schuilhaven te bestuderen. Later in 1910 wou de familie Bortier-Calmeyn het onderstaand nieuwe project van de staat verkleinen en slechts 30 ha verkopen aan zeer hoge prijs. De autoriteiten dachten bijgevolg aan een noodgedwongen grote onteigening. In 1913 geeft minister van openbare werken Helleputte opdracht aan de gemeenteraad van De Panne om de onteigening te starten . Maar de eerste wereldoorlog trekt een streep door alle plannen.
Gelukkig voor onze duinen want dan zou het grootste gedeelte van de Westhoekduinen nu vissershaven zijn.Meer over de Schuilhaven>>>>

Eerste vooroorlogse embrionale pogingen tot bescherming van de duinen:
1.De stichting van “Natuur en Stedenschoon” was reeds vanaf haar oprichting, vóór de Eerste Wereldoorlog, zeer bekommerd over de teloorgang van de kustduinen. Reeds in 1912 had hun toenmalige voorzitter Arthur Cornette een onderhoud met minister Van de Vyvere. Hij verklaarde zich niet bij machte om de duinen tussen Koksijde en Nieuwpoort op te kopen maar dacht de staat een deel van deze van De Panne (261ha) zou kunnen terugkopen zoals tijdens het Franse bewind). Hetzelfde jaar gaf de vereniging een brochure uit “Voor de duinen onzer Zeekust” door Armand Lattin.
2. Ook de toenmalige “Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen” had op 1 oktober 1912 de wens uitgedrukt dat de Belgische Staat de Bortier-Calmeynduinen zou opkopen.
3. Het is ook in 1912 dat prof. Jean Massart zijn baanbrekend werk “Pour la Protection de la Nature en Belgique” publiceerde. Hierin hield hij een vurig pleidooi voor het behoud van ten minste 1 zeer kenmerkend natuurlandschap aan onze kust.
Maar in 1913 had de gemeente De Panne een verzoekschrift ingediend waarin zij de onteigening van de Westhoekduinen voor openbaar nut vroeg nl voor het “Project Schuilhaven” (zie hierboven)
Vervolg: De Bortier-Calmeyn duinen na de Eerste Wereldoorlog en dus NA de aanplanting van het bos


Mooi bedankt, heb weer wat bijgeleerd