Maurice Calmeyn en Kuifje in de Congo

Tintin, reporter du petit “Vingtième” au Congo (reproductie van de kaft van de originele uitgave van 1931)

Hergé heeft zijn eerste boek”Tintin au Congo” geïnspireerd op de 2 reisverslagen van Maurice Calmeyn in de Congo. De rijke bourgeoisie hield van jacht op groot wild (vóór de Eerste Wereldoorlog). De eerste reis van Maurice in 1907 was naar Zuid Soedan langs de Witte Nijl tezamen en op uitnodiging van zijn neef Ernest Orban. Maurice was zeer nauw verwant met de familie Orban, grote industrieel in het Luikse. Maurice zijn schoonzus was o.a. een Orban. Zij heeft de grootste villa ooit gebouwd in DP: villa Les Mouettes (ook “Chateau Orban” genoemd) op 400 m van de villa Calmeyn eveneens op de Zeedijk.
In het reisverslag van zijn tweede individuele Congo-reis in 1908 beschrijft hij hoe hij eigenhandig 17 olifanten doorgeschoten heeft. Op het einde van zijn reizen is hij geweldig gerevolteerd geraakt over het kolonialisme en de missionarissen. Zijn kritiek op Leopold II was zo groot dat zijn eerste uitgave ingehouden werd. Een nieuwe gecensureerde uitgave verschijnt in 1930 (nog bestelbaar). Maar DE BLIEDEMAKER heeft een link gevonden naar een eerste gescande versie van de eerste uitgave (650 pag) (link verder).
Het is deze tweede uitgave van het reisverslag (1930) dat Hergé de inspiratie gevonden heeft voor zijn eerste boek over Kuifje met Bobbie in de Congo (1931). (Maurice Calmeyn was ook op olifantenjacht in de Kongo met zijn foxterriër). Ook veel later, de eerste Nederlandstalige uitgave van “Kuifje in Congo”, werd verder aangepast bij de volgende uitgaven “Kuifje in Afrika” met minder dierenleed en minder rasisme


Een door Maurice Calmeyn doodgeschoten olifant met zijn foxterriër op de vangst (uit de oorspronkelijke uitgave).

1. Reisverslag van Maurice Calmeyn zijn Congo-reizen

Het oorspronkelijk Boek “Au Congo belge : chasses à l’éléphant, les indigènes,l’administration“(1912) in Bibliothèque nationale de France (BNF)
of volgende link>>>>

De Orbans zijn een rijke familie van industriëlen in het Luikse. Voor een eerste reis naar Zuid Sudan (Meridi en Lado) in 1907 nodigt Ernest (Alfred) Orban (met vrouw Sidonie Viot) zijn neef vrijgezel Maurice Calmeyn uit en hun gemeenschappelijk vriend Armand Solvay (met vrouw Fanny Hunter). Ernest Orban had speciaal een stoomboot afgehuurd in Karthoum om zo de Witte Nijl op te varen tot aan de grens met Congo. Regelmatig legde de boot ergens aan om de jagers toe te laten om individueel in de wildenis te gaan jagen vergezeld van een inheemse spoorzoeker. Maar ook onderweg vanaf het bovendek van de stoomboot werden op een beestachtige manier groot wild afgeschoten. Telkens vermelde hij in zijn boek de soort gebruikte munitie en de afstand.
Na een 2 tal maanden op het meest zuidelijk punt van de bootreis wordt Solvay enkele dage zwaar ziek. Maurice Calmeyn besloot toen om alleen te voet verder te trekken naar Matadi (monding Congostroom: grootteorden afstand in vogelvlucht 2.500 km). Hij werft enkele dragers aan en ook onderweg spoorzoekers. Hij heeft maar beperkte bagage en voedsel. Hij heeft zelfs geen tent. Het wordt dus een zeer zware tocht van de ene koloniale nederzetting naar de volgende. Onderweg neemt hij de tijd om vooral op olifanten te jagen. Met het veel betaalt hij zijn personeel. Hij wordt ook enkele dagen ziek maar kon doorzetten. Regelmatig verplaatst hij zich ook met lange roeiboten. Alles wordt dag per dag opgenomen in zijn boek (zie link hogerop). Na 6 maanden bereikt hij Matadi.
Onderweg noteert hij ook zijn kritiek over het koloniaal systeem

Calmeyns oordeel over Leopold II is verpletterend. Straffe taal voor een Pannenoar in de jaren 1912. Als reactionair schrijft hij reeds:
Het is spijtig dat de soeverein van Congo een deel van de Belgische en buitenlandse pers heeft omgekocht, maar het is nog erger dat hij bepaalde politici heeft gedegradeerd tot zijn slippendragers en dat die nu geen enkele waardigheid of onafhankelijkheid meer tonen in het parlement. Nu ik dit schrijf weet ik dat men mij een gebrek aan loyauteit aan de koning zal verwijten. Het kan me niets schelen.….Ministers en politici leggen het landsbelang naast zich neer en verworden tot lakeien van de Kroon. Veel van hen worden voor hun slaafse dienstbaarheid beloond met adellijke titels of postjes in de haute-finance, iets wat ze anders nooit hadden kunnen bekomen.”
Als landbouwingenieur is hij deskundig genoeg om een vernietigend oordeel uit te spreken over de rubberpolitiek: “In Bima heb ik in aanwezigheid van een landbouwinspecteur een plantage bezocht die zes jaar daarvoor was aangelegd, met duizenden aangeplante rubberlianen. Met moeite heb ik er één gevonden die nog niet was afgestorven.Hele bevolkingen worden het woud in gestuurd om rubber te oogsten en kwasi permanent in het woud te kamperen, zonder nog voor zichzelf iets te kweken en dit zonder echte schuilplaats, ze zijn ondervoed….De lokale bevolking is niet meer in staat om rubber aan te voeren, alle lianen in de streek zijn weg, kapot geoogst en dus zal men daar tegen de bevolking een politionele actie organiseren….Zo een ‘politionele actie’ leidde vaak tot grote opstanden.Met stelligheid kan ik beweren dat de bevolking nu veel meer afziet dan in de tijd van de Arabieren… Je mag niet vergeten dat deze ‘Arabische veroveraars’ overal plantages van allerlei voedselculturen hadden aangelegd en dat de lokale bevolking hier alle baat bij vond. Nu zijn die plantages verdwenen en is er niets in de plaats gekomen… Het is spijtig dat er nooit een onpartijdige geschiedenis is geschreven van de aanwezigheid van de Zanzibari Arabieren en van alles wat ze daar hebben gecreëerd.
Wij zullen nog lang en veel werk hebben om de wonden te helen die het kolonialisme van Leopold II en zijn zakenpartners hebben geslagen…..Miljoenen zwarten worden door het koloniaal bestuur geminacht en draaien iedere dag op voor de fouten en de onbekwaamheid van de ambtenaren, tot natuurlijk het moment komt dat ze onvermijdelijk in opstand zullen komen….Na mijn twee reizen ben ik tot de conclusie gekomen dat de Vrijstaat alleen maar aan zijn onmiddellijk eigenbelang heeft gedacht en nooit aan de toekomst van Congo…..Hier werd systematisch geplunderd door zowel de Vrijstaat als door commerciële bedrijven.”
“De kwestie is niet of onze morele principes van, beschaving en godsdienst, superieur zijn aan die van de inboorlingen, maar wel of ze op een betere manier gaan leven als ze onze principes aannemen. Wel, ik kan u verzekeren dat geen enkel contact met missionarissen, katholiek of protestant, ze moreel beter heeft gemaakt,,,,Deze missionarissen vormen een staat binnen de staat, erger nog een staat boven de staat…..Ze verspillen hun tijd met de zwarten de catechismus bij te brengen en om hun mooie eigen gezangen te vervangen met van die verschrikkelijke kerkelijke hymnen. Ze zitten nog altijd in de tijd van de Reformatie en steken al hun tijd in aanvallen tegen Protestantse missionarissen of ongelovige Europeanen”.
“De staat zou eigen scholen moeten oprichten waarin de Congolezen een vak leren want zowel de staat als de firma’s hebben nood aan lokale bedienden die kunnen lezen, schrijven en rekenen, vakmensen als metsers, timmerlui, smeden of mecaniciens. Als je het resultaat van de missiescholen bekijkt dan is op dit vlak het resultaat nul.,,,Het ergste is dat de staat met geweld nog altijd kinderen naar de missiescholen brengt en de religieuzen het recht geeft om die tot hun twintig, vijfentwintig uit te buiten. En als ze vluchten stuurt men het leger op hen af.”

Bron: Lucas Catherine

Het jaar erop in 1908 onderneemt hij alleen een tweede expeditie maar vanuit Matadi hen en terug. Nu is hij veel beter uitgerust met tent, keuken,…en een 35 tal kisten gedragen door zwarten. Ook deze tocht wordt in detail beschreven, met veel foto’s in hetzelfde boek.. Het is voor deze reis dat hij in Matadi zijn witte foxterriër koopt die hem uitermate behulpzaam is bij het jachtgebeuren.

Het is dus niet verwonderlijk dat Maurice Calmeyn zijn felle kritiek op de kolonisatiepolitiek hem voert naar steeds radicalere kritiek op het kapitalistische systeem in België. Hij eindigt zijn carrière als communist.
Hij wordt hierdoor sociaal uitgestoten door zijn familie in Drogenbos die hem een verrader noemde. Zijn boek werd grondig afgewezen zodat het moeilijk is om nu nog ergens een exemplaar te vinden. Vandaar dat hij in DP komt wonen vanaf 1911. De maatschappijkritiek van Calmeyn werd radicaler en leidde uiteindelijk tot het communisme.

Toch moet de Bibliothèque nationale de France het de moeite waard om het oorspronkelijk weggemoffeld boek van 1912 in facsimilé te laten heruitgeven.

Nieuwe “gekuiste” uitgave van 1930 door Hachette
Marcice Calmey

Kuifje in Congo

“Kuifje on Congo” is voor het eerst in 1930-1931 in het Frans in serie gepubliceerd in de jeugdbijlage Le Petit Vingtième van de Franstalige en Waalse krant Le Vingtième Siècle. De eerste Nederlandstalige uitgave volgde in 1940-1941 in de Belgische krant Het Laatste Nieuws. Er zijn drie albumversies. Het originele in zwart-wit uit 1931, de vernieuwde, ingekleurde uit 1946 en de versie uit 1975, waarin een pagina werd hertekend om het verhaal diervriendelijker te maken. Het eerste Nederlandstalige album verscheen in 1947. In 1974 verscheen een nieuwe Nederlandse vertaling.

Uit Le Petit Vingtième (1931)
Editie in het Nederlands vanaf 1947. Waarom staat op de nummerplaat 1385?

Het verhaal geeft een karikatuur van het plaatselijke leven in Congo, destijds een Belgische kolonie, van de jaren dertig. Het bevat veel scènes en grappen die racistisch of neokoloniaal overkomen. De plaatselijke bevolking wordt voorgesteld als achterlijk en het is Kuifje die enige orde onder hen moet zien aan te brengen.De plaatselijke bevolking wordt voorgesteld als achterlijk en het is Kuifje die enige orde onder hen moet zien aan te brengen

Villa’s van Orban en Calmeyn

Villa Les Mouettes door de vissers het “kasteel Orban” genoemd.

Op de hoek van het Bortierplein eb de Zeedijk de villa les Mouettes. Was een bijzonder imposant gebouw, de grootste villa ooit in De Panne gebouwd. De villa stond op de hoek van het huidige Bortierplein met de Zeedijk.
Opdrachtgever voor de bouw is Louis Orban de Xivry, in 1877 gehuwd met Marie Calmeyn (1857-1932). Dus de neef van Maurice Calmeyn.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog verblijven de gasten van koning Albert en koningin Elisabeth in de villa; o.a. eredame Gravin de Caraman-Chimay.
Weduwe Orban schenkt haar fortuin en haar villa bij testament aan de paters Salesianen. Op aandringen van bisschop Lamiroy van Brugge openen Les Soeurs de la Sainte-Obéissance, gekend als de Blauwe Zusters, er op 1 augustus 1936 een tehuis voor bejaarde dames en alleenstaande juffrouwen. 
De Duitse bezetter dynamiteert de villa in 1942. Een grote lage bunker verschijnt tegen het strand, andere bunkers erachter waar we veel op gespeeld hebben.
Bekijk ook de Pannetheek>>>

Op de hoek van de Visserslaan de Villa Calmeyn. Albert en Alexis Dumont zijnde architecten. Maurice Calmeyn was één van de grote erfgenamen van de monsteronverdeeldheid Bortier-Calmeyn. Vandaar dat het huidig appartementengebouw nu “Résidentie Calmeyn” noemt.
Maurice Calmeyn (15 oktober 1963 – 5 maart 1934) is een kleinzoon van Joseph Calmeyn en Emilie Bortier, erfgename van de bijna 650 hectaren duinen van haar broer Pieter.
Hij is plaatselijk liberaal politicus, laat het Calmeynbos aanplanten en samen met Jacques Dumont richt hij de privéschool Institut Pannois op. In 1911 dingt hij met ‘de Candidaaten der Vooruitgang’ naar het burgemeesterschap van de nieuwe gemeente De Panne. De katholieke kandidaat Ernest D’Arripe geeft kritiek! Over het bos: “Hoe durft hij, de arme visschers hunnen akker af te nemen, of erin boomen te planten, die zij vetten en mesten moeten.” Over de school: “Hij wilt eene nieuwe knechtenschool zien oprijzen met onzijdig, ’t is te zeggen met geusch en goddeloos onderwijs.” Maar de katholieken veroverden in 1911 toch alle 9 zetels! (Adinkerke is vanaf dan afgesplitst van DP)
In de jaren 1920 afficheert Maurice Calmeyn al aanbevelingen voor de toeristen. Zo mogen ze geen vuilnis achterlaten in de duinen, noch zeldzame bloemen, zoals de teunisbloem, plukken.

Meer over Calmeyn en zijn bos in DP

Collectie van Maurice Calmeyn op de Wereldtentoonstelling te Brussen in 1910

Onbekend's avatar

Over DE BLIEDEMAKER

"Teruggespoelde" echte Pannenoar sinds 1993. Vroeger burgerlijk ingenieur bij ELECTRABEL, later zelfstandig natuurgids. Het e-mail krantje DE BLIEDEMAKER is gestart in september 2005
Dit bericht is geplaatst in Erfgoed, Geschiedenis. Bookmark de permalink.

11 reacties op Maurice Calmeyn en Kuifje in de Congo

  1. Wilfried Laforce's avatar Wilfried Laforce schreef:

    Mooi gedocumenteerd artikel. Een aanrader voor iedereen. Ik

  2. Eddy Deboyser's avatar Eddy Deboyser schreef:

    Heel mooi artikel José. Ik heb wel de link naar het boek van 1912 afgestempeld door de Bibliotèque Nationale, jammer genoeg pas verkregen NA het verschijnen van ons boek over de geschiedenis ven het Panne Instituut. Maurice werd inderdaad een fervent tegenstander van het Koninklijk gezag en de katholieke kerk met zijn invloed op het bestuur (kerk><staat). Hij was dan ook met Jacques Dumont medeoprichter van de "geuzenschool". Hij was ook een ecologist avant la lettre en had een schondpaal staan op het strand met de namen van de strandbevuilers. Ik denk dat je die paal kunt zien op bijgaande foto waarop de tekst niet leesbaar is.

    • DE BLIEDEMAKER's avatar DE BLIEDEMAKER schreef:

      Juist Eddy. Ik heb mijn inspiratie (vooral ook in de bijlage) ook gedeeltelijk gezocht in uw mooi boekje “100 jaar Panne Instituut”. (Zal deze bron ook bij de bronnen vermelden)

  3. Eddy Deboyser's avatar Eddy Deboyser schreef:

    Ik kan de foto niet invoegen.

  4. julienbulcke's avatar julienbulcke schreef:

    Wat een boeiende tekst José!

    Ik denk direct op een lezing van Herlinde Leyssens over “Het Kongokorset”, een verhaal over Gabrielle De Man die met haar man meer dan 100 jaar geleden in Kongo was.

    Gabrielle De Man was dochter van een uitgever in Brussel, bevriend met alle grote culturele namen. Zij was de eerste vrouw die universitaire studies deed, al mocht ze de eindexamens niet afleggen wegens ongepast voor een vrouw.

    Zij had het vooral over het aanleggen van spoorwegen en het “brengen van beschaving”.

    Het verhaal van Maurice Calmeyn herinnert me direct aan de grote rijke industriële families zoals onze Philippe Cols die eigenlijk idealistisch streefde naar een betere energie voorziening. (Jawel zijn familie en beste vrienden kregen een veel beter loon dan ik.)

    Op vandaag zijn er nog namen zoals Torfs, Colruyt, … die in deze moeilijke tijden hun ideaal niet verliezen.

    Het doet me ook denken aan de gekleurde analyses die we vandaag lezen over de Kongolese geschiedenis. Vandaag zou de nadruk liggen op het schandalig onverantwoord doden van olifanten, terwijl het verhaal zoveel complexer is.

    hartelijke groet,

    Julien

    >

    • DE BLIEDEMAKER's avatar DE BLIEDEMAKER schreef:

      Ik hoop dat je mijn bijlage op de WIKi DE BLIEDEMAKER ook gelezen hebt (meer over de persoon zelf Maurice Calmeyn en zijn maîtresse alhier en zijn grafsteen als communist).
      Toch dank zij hem hebben we hier een mooi natuurbos.

  5. gerardabryon's avatar gerardabryon schreef:

    Zo’n mooi en leerrijk artikel ! Bedankt José. Wat me vooral heeft getroffen is de zin van Maurice( De Vrijstaat heeft alleen maar aan zijn onmiddelijk eigenbelang gedacht en nooit aan de toekomst van Congo) Dat vat het Kolonialisme helemaal samen

  6. Patrick Dusart's avatar Patrick Dusart schreef:

    Beste,
    Ik wist niet dat er een ‘ gekuiste ‘ versie bestond. Bedankt voor deze info.
    In de editie 1912 is er ook veel aandacht, fotografisch, voor de inheemse bevolking,
    Groeten

  7. Jan Claes's avatar Jan Claes schreef:

    Proficiat voor al deze mooie gegevens en interessante informatie, José.

Geef een reactie