6. Het Verhaal van De Panne: de Badtoeristen

Geïnspireerd door tien affiches uit de collectie van Roland Florizoone publiceert DE BLIEDEMAKER een aansluitende reeks artikeltjes over de korte maar boeiende geschiedenis van onze mooie gemeente.
Deze reeks vormt een synthese van eerder verschenen bijdragen op mijn websites (klik hiervoor op de onderstreepte koppelingen).
Uw opmerkingen en aanvullingen zijn welkom via de rubriek Reactie

Affiche uit de “Collectie Roland Florizoone” : 1924.
Villa Eddy op de hoek van de Prins Albertlaan met de Leopold II laan

De eerste badgasten verschenen eind 19e eeuw in De Panne, toen het zich begon te ontwikkelen tot een moderne badplaats. De brede, uitgestrekte stranden en het rustgevende duinenlandschap trokken welgestelde families aan die op zoek waren naar ontspanning. Ook de gezondheidsideeën van die tijd speelden een grote rol: artsen prezen de heilzame werking van zeelucht en zeebaden, waardoor kustverblijven populair werden als therapie.

Begin 1900 werd De Panne ontdekt door gegoede burgers, kunstenaars en schrijvers, en zelfs door de toenmalige prins Albert en prinses Elisabeth, die er in 1904 hun vakantie doorbrachten. De Panne begon actief te investeren in de badcultuur. Er kwamen badcabines, hotels, horecazaken en betere bereikbaarheid via de trein en tram, wat het toerisme verder stimuleerde.
Ook de thalassotherapie kwam in de mode, geïnspireerd door Franse badplaatsen zoals Nice en Dieppe. Zee­waterkuren werden een statussymbool en gaven De Panne een extra duw richting toeristische ontwikkeling.  Apotheek  “Honoré Ruyssen” van de van het zogenaamde Maison du Cerf of “huis van het hert” bood zelfs mineraal water “Dunebronnen”aan, rechtstreeks uit onze duinen. De “pensionairs” van het hotel Teirlinck roemden de niet “zoute” smaak van dat duinwater. Luxehotels zoals hotel Kursaal, hotel Continental, hotel Terlinck, hotel Océan,… gaven DP een degelijke reputatie.
Ook architecten werden ingeschakeld om de badplaats uit te bouwen. Op en achter de Promenade werden elegante cottagevilla’s gebouwd. Een woning met zicht op zee werd een gegeerd statussymbool waarvoor men diep in de buidel wilde tasten.

Het werk van de cabineboer op het strand is achterf veel geëvolueerd de voorbije 50 jaar. Waar vroeger de nadruk lag op de echte “badgast”, die zich in houten badkarren omkleedde en ongezien in zware wollen badpakken de zee in ging, verhuurt men tegenwoordig vooral ligbedden aan zonnekloppers. Zelfs Plopsaland heeft in 2025 één concessie afgekocht. De grote typische rollende badkarren – vroeger door paarden tot aan de waterlijn getrokken om badgasten een lange wandeling te besparen – dienen vandaag enkel nog als opslagplaats voor strandmeubilair.

Er waren tijden – niet eens zo heel lang geleden – waarin de kinderen van ’s morgens vroeg tot de laatste zonnestraal op het strand speelden. Het zand was hun wereld, de zee hun avontuur, en de dagen leken eindeloos. Vandaag keren vele ouders terug naar De Panne om precies die herinneringen op te zoeken.

Voor veel gezinnen blijven deze strand herinneringen een stille reden om een tweede verblijf in De Panne te kiezen. Een keuze uit het hart, meer dan uit cijfers of vergelijkingen. Toch gebeurde het weleens dat, vóór 2008, de lagere gemeentebelastingen in Koksijde die keuze doorkruisten. En nu, vanaf 2026, worden die belastingen wellicht in beide gemeenten opnieuw opgetrokken en gelijkgesteld op 5%

Maar de heimwee van wie terugkeert, gaat verder dan het strand alleen. Ze zoeken ook het avondleven dat ooit de Zeedijk en de Zeelaan kleurde. Alle brasseries zaten in de zomervakantie vol tot ’s nachts. Sinds de televisie haar intrede deed, is dat alles langzaam verdwenen. Gedaan met filmtjes over Laurel en Hardy op de Zeedijk.

Oudere terugkeerders koesteren ook nog altijd de herinnering aan de vroegere villawijken, waar elk huis zijn eigen karakter had en waar een straatje nog écht gezellig kon zijn. Vandaag ziet men echter hoe de “immobilia-olievlek” zich gestaag uitbreidt achter de Zeedijk. Vooral in de Houtsaegerwijk verdwijnt het oude straatbeeld stilaan onder moderne bouwvolumes.

Gelukkig blijft de Dumontwijk een stevige tegenstem. Daar lijkt de tijd minder haast te hebben: de belle-époque-sfeer, de menselijke schaal en het erfgoed ademen er nog volop. Het is één van die plekken waar De Panne zichzelf nog herkent — en waar bewoners en terugkerende zomergasten even kunnen zuchten: “Zo was het hier vroeger.”

Interieur van het hotel Terlinck
Links Villa Eddy van op de affiche op de hoek van de Prins Albertlaan met de Leopold II laan
Onbekend's avatar

Over DE BLIEDEMAKER

"Teruggespoelde" echte Pannenoar sinds 1993. Vroeger burgerlijk ingenieur bij ELECTRABEL, later zelfstandig natuurgids. Het e-mail krantje DE BLIEDEMAKER is gestart in september 2005
Dit bericht is geplaatst in Achitectuur, Erfgoed, Geschiedenis, Kunst, Natuur. Bookmark de permalink.

Geef een reactie