Geïnspireerd door tien affiches uit de collectie van Roland Florizoone publiceert DE BLIEDEMAKER een aansluitende reeks artikeltjes over de korte maar boeiende geschiedenis van onze mooie gemeente.
Deze reeks vormt een synthese van eerder verschenen bijdragen op mijn websites (klik hiervoor op de onderstreepte koppelingen).
Uw opmerkingen en aanvullingen zijn welkom via de rubriek Reacties.

Hoe De Panne groeide van een afgelegen duinengemeenschap tot een badplaats met allure — dankzij spoor, zee en zand.
De eerste toeristen en kunstschilders ontdekten De Panne pas na de aanleg van de spoorlijn Veurne–Duinkerke in 1870 (zie vorig artikel). Enkele hotels vestigden zich toen in het gehucht “De Panne”, op de kruising van de Pannekalsijde (nu Veurnestraat–Koninklijke Baan) met de nieuwe zandweg naar het station. Die weg dwars door de duinen werd pas geplaveid in 1892, tegelijk met de aanleg van de “Nieuwe Zeelaan”.
De normale toegangsweg naar het strand was toen nog het verlengde van de Pannekalsijde (1788) – de huidige Veurnestraat – tot aan de plek waar op 17 juli 1831 Leopold van Saksen-Coburg voet aan wal zette. De bewoning in die tijd was erg beperkt: van het gehucht Oosthoek tot aan de bewaarschool van de “Blauwe Nunnen” (geopend rond 1867). De eerste Sint-Pieterskerk werd gebouwd vanaf 1878, op kosten van de familie Calmeyn, en in 1895 uitgebreid.
Tot het einde van de 19de eeuw bleef Kerkepanne een vissersgemeenschap. Vanaf 1800, in de Franse periode (hier invasie 1794-1795), op het van het einde Ancien Régime, werd het gehucht bij Adinkerke gevoegd. Daarvóór behoorde het tot de duinen van de graven van Vlaanderen en bijgevolg onder het gezag van de Oostenrijkse kiezers sinds 1713: Karel VI, Maria-Theresia en Jozef II. De oostelijke duinen, tot aan de grens met het huidige Oostduinkerke, waren eigendom van de Abdij Ten Duinen. In 1783 stichtten zes notabelen uit Veurne de vissersgemeenschap Kerckepanne (vanaf 1788 “De Panne” genoemd). . Tijdelijk Taxvrij! Noch bij Veurne, noch bij Adinkerke: vandaar leegloop mede doordat er geen armensteun was. In 1799 wordt het gehucht De Panne door de Franse Republiek administratief bij Adinkerke gevoegd.
Wie zich een beeld wil vormen van het leven in de negentiende eeuw, kan terecht bij Bella Stock van Hendrik Conscience. De schrijver verbleef rond 1859 meerdere keren enkele dagen om zijn legerdienstvriend Petrus Smagge in de Pannekalsijde te bezoeken, niet ver van de Keesjesdreef, en vond daar zijn inspiratie. Hij beschreef de eindeloze duinen: stuivend zand, nauwelijks bebouwing, enkel wat hutten rond de Kerkepanne, de Duinhoek en de later ondergewaaide Krakeelpanne.
De hoofdweg van Veurne naar Duinkerke, een kasseiweg uit 1788, liep toen nog verder over het strand bij laagwater. Daar, waar nu de Esplanade ligt, bevond zich een afspanning voor de diligencedienst. De weg langs het Spaanse Kanaal (Duinkerke–Veurne, aangelegd in 1630) was meestal te moerassig om te gebruiken.
Pas op het einde van de 19de eeuw kwamen de eerste toeristen en kunstschilders in grotere aantallen. Dankzij de treinverbinding met Adinkerke vanaf 1870 werd de streek eindelijk bereikbaar. Een nieuwe weg naar het station werd aangelegd dwars door de duinen – het gebied waar grootgrondbezitter Maurice Calmeyn later, vanaf 1903, het Calmeynbos liet aanplanten.
De kinderen van de vissers trokken met hun klompen over de zandweg naar school in Adinkerke, vanaf het eerste studiejaar. Op het einde van de gentiende eneeuw werden grotere vissersboten gebouwd, die bij hoogtij met mankracht op het strand werden getrokken. Ze werden gebouwd op één van de drie scheepswerven en kregen elk een registratienummer beginnend met de letter P..
De 19de eeuw was de hoofdperiode van ons vissersverleden en in het begin van de jaren 1900 was de Pannese vissersvloot de tweede grootste van de kust en bestond uit een honderdtal boten met zeilen. De helft zijn de grotere “pannenpotten“. Een kleinere “panneschuit” kunt u nog zien aan de nieuwe Maurice Calmeynbibliotheek.
Voordien in de negentiende eeuw hebben de vissers moeilijke economische tijden doorstaan. Vandaar dat jongeren en avontuurlijke vissers voor 6 maand vanaf 1 april mee uitvaarden naar IJsland voor de kabeljauwvangst.
De “laptjesnaam” voor de Pannenoars was de “Panharing”. er waren immers meerdere haring/sprot-rokerijen in het Dorp. Vroegere naam was de “Puzzeschieters“
Lees ook:
1. Geschiedenis van de enclave “Kerckepanne”
2. Chronologie Geschiedenis De Panne
3. Hendrik Conscience in De Panne
4. De echte landing van prins Leopold 1







Zou interessant zijn als je een boek zou schrijven over De Panne
Juist
Op mijn websites “Wiki De BLIEDEMAKER” “Dumontwijk” en “De BLIEDEMAKER” staat veel meer tekst dan voor 1 boek. Ik probeer hier een zeer korte samenvatting met enkele “links” te geven. Het zou een enorm werk zijn om dat allemaal te bundelen in 1 boek. Ik ben hiervoor te oud voor, maar ik weet ook niet wie na mijn dood deze sites zal blijven in stand houden (en betalen).