4. Natuur van het Calmeynbos

Maurice Calmeyn zou raar opkijken indien hij vandaag zijn bos zou bezoeken. Hoe is het mogelijk dat zijn (50 ha aangeplant) bos nog niet verkaveld is? Wat een wanorde van omgewaaide bomen die grotendeels blijven liggen, zeker kant Aquaduin?
Hij had voorzien dat zijn bos na ongeveer 35 jaar gevecht tegen de natuur voldoende sterk zou staan om te kunnen schakelen naar een beheer dat hij “jardinage”noemde (dus ongeveer vanaf 1940). Hij verwachte immers een luxueuze villaverkaveling waar de wandeltoeristen welkom zouden zijn (lees deel 1/4>>>).
Hij legt in zijn artikel niet uit wat hij met “jardinage-beheer” bedoelt maar men kan veronderstellen dat hij een soort “parkbeheer” voorstelde. Dus een mooi opgekuist zoals nu in bijvoorbeeld Hardelot juist over de grens.
Maar intussen is veel veranderd. De inzichten over natuurlijk bosbeheer zijn sterk geëvolueerd. Door toenemende druk vanuit de hoek van natuurbeschermers en de op de achtergrond dalende houtprijzen (import uit regenwouden en uit landen met overwegend machinale oogst) wordt weer naar natuurlijke bosbouw gestreefd.
Toch krijgen boswachters die dood hout laten liggen, vaak met onbegrip te maken. Er worden dan verwijten gemaakt dat het bos er verwaarloosd en slordig uitziet. Het beeld van het onderhouden en opgeruimde bos dateert nog uit de tijd dat hout als brand- en bouwmateriaal nodig was, en gedeeltelijk uit het idee van het bos als opgeruimd natuur-idylle, waarin begrippen als dood en vergaan niet passen. Het laten liggen van takken of omgevallen bomen wordt ook vandaag nog als verkwisting van ruwe materialen gezien, of als ‘onverzorgd’. De kosten voor het ruimen van bijvoorbeeld na een storm ontwortelde bomen moet de gemeente De Panne of de waterintercommunale Aquaduin maar betalen.
Toch zorgen overdreven ordeningsliefde, een emotionele instelling ten opzichte van de wilde natuur, de voorstelling van het bekende “mooie” bosbeeld er ook vandaag de dag nog voor dat veel bossen in de buurt van verstedelijkte gebieden leeggeruimd worden, waardoor veel levende wezens hun biotoop wordt ontnomen.

1. Bosbeheer
Vandaar dat we in eerste instantie proberen uit te leggen wat “bosbeheer” omhelst.
Dergelijke acties worden verplicht, voor openbare natuurgebieden, vastgelegd in een natuurbeheerplan met een horizon van 24 jaren.
Het Calmeynbos is de verantwoordelijkheid is van 2 eigenaars, Aquaduin (kant Westhoekreservaat) en de gemeente (kant Oosthoek). Beide hebben elk een natuurbeheersplan opgesteld:
1. Beheerplan “Waterwinningsgebied De Westhoek” uit 2005: tekst>>> met de kaarten>>>
(96 ha tussen de Kerkstraat en het VNR “De Westhoek” dus inclusief de Krakeelduinen)
2. Beheerplan “VNR De Duinen en de Bossen van De Panne” uit 2013 tekst met figuren>>>
( 740 ha voor alle eigendommen van ANB + gemeentelijke Oosthoekduinen (inclusief Calmeynbos gedeelte kant Oosthoek. Voor het bosgedeelte wordt regelmatig verwezen naar het meer gedetailleerd uitgewerkt gedeelte van het vroeger Aquaduin plan van 2005.
Belangrijk: in 2003 had de gemeente De Panne het natuurbeheer over al hun natuur-eigendommen overgedragen aan ANB.
Intussen heeft, volgens het beheerplan van 2013, het bos kant Oosthoek het statuur van “Speelbos” verkregen.
Beide Beheerplannen zijn nog grotendeels geldig maar beiden zijn in herziening. Binnen 1 a 2 jaar zullen we wellicht 2 nieuwe plannen hebben voor beide helften van het bos. Met de nieuwe wetgeving moeten zij in Openbaar Onderzoek komen vooraleer goedgekeurd.
Één van de belangrijke items in het bosbeheer gaat over “Het Belang van dood hout in een natuurbos”. Volgens de nieuw aangeworven “biologist Natuur” van Aquaduin, Thomas Rogier, zal in het tweede beheerplan voor het Calmeynbos (in ontwerp voor de zijde Aquaduin) een integraal bosbeheer voorgesteld worden waarin een stijging van het percentage dood hout wordt nagestreefd en er tevens gekozen wordt voor bosverjonging.
In punt 2 worden enkele ingrepen ten behoeve van de recreatie besproken omdat die de belevingswaarde voor de bezoeker verhogen.
1.1. Belang dood hout in Bosbeheer
In een bos zijn niet alleen de levende bomen van belang. Ook dood hout is nodig voor talrijke planten, dieren, paddenstoelen en bacteriën die het als woonplaats OF voedselbron gebruiken. In het Calmeynbos is veel dood hout te wijten aan de “windval” (omgewaaide bomen ingevolge stormwinden meestal uit het westen). Men onderscheidt staand en liggend dood hout. Beiden zijn ecologisch zeer waardevol.
Rottend dood hout wordt door de modale wandelaar veelal gezien als teken van nalatig of slordig bosbeheer. Vooral in de winterperiode, wanneer geen bladeren aan de bomen, vallen de omvergewaaide bomen goed op. Het is echter een van de belangrijkste factoren die de biodiversiteit van een bos vergroten (diversiteit aan levende wezens of soortenrijkdom, zijnde planten, dieren, zwammen, bacteriën, etc….).
In het eerste Aquaduin beheerplan van 2005 schatte men het percentage, niet liggend, dood hout op 4 %. Dit zal met de huidige inzichten wellicht als te laag beschouwd worden.
Waarom?
Zeer veel soorten paddenstoelen en kevers zijn betrokken bij het volledig opruimen van dat hout. “Dood hout bruist van leven”.
Larven van kevers, vliegen, muggen en rupsen van nachtvlinders doen zich te goed aan het rottend hout. Deze larven en rupsen trekken parasitaire wespen aan die houtkever larven gebruiken om er een ei in te leggen.
Ook vogels (bijv. spechten) worden aangetrokken door deze lekkernij. De gangetjes die de larven maken in het hout worden bewoond door bijen en wespen. Wanneer er grotere holen in de stam ontstaan, kunnen er zich ook vogels, eekhoorns, boommarters en vleermuizen in nestelen. Deze trekken op hun beurt insecten aan die specifiek afhankelijk zijn van vogel- en zoogdiernesten.
Zeer kenmerkend zijn ook de mooie mossen en korstmossen die het dood hout gebruiken als groeiplaats.
De vertering van dood hout is een proces dat tientallen jaren kan duren tot het hout omgezet is tot humus, mineralen en CO2. Bij volledige vertering, inclusief de humus op de bodem, komt evenveel CO2 vrij als dat de levende boom gedurende zijn leven omgezet heeft uit de CO2 vanuit de lucht via bladgroen-synthese. Een verteerd of verbrand bos levert dus geen CO2 winst op (wel “hernieuwbare energie” bij verbranding van het hout).
De temperatuur en vooral het vochtgehalte zijn belangrijke factoren die de afbraaksnelheid van dood hout zullen beïnvloeden. Te droog of te nat hout breekt maar traag af. Als het vochtgehalte te laag wordt kunnen er bijna geen organismen meer in overleven. Anderzijds bevat te nat hout zeer weinig zuurstof om veel leven mogelijk te maken. Enkel bacteriën en enkele gespecialiseerde schimmelsoorten kunnen daarin overleven. Sommige schimmels breken het hout maar traag af maar zijn wel in staat andere schimmels buiten te houden waardoor het hout relatief traag verteert.
Een rottende stronk zal in een paar jaar tijd sterk van uitzicht veranderen, van vers en stevig hout tot een witte vezelige massa en uiteindelijk is bijna geen spoor meer terug te vinden. In eerste instantie zal een vers stuk hout binnenin verteerd worden door bacteriën. Aan de buitenkant beginnen kleine mosjes te groeien. Iets later komen kleine schimmels ten tonele. Maar hun invloed is klein. Ze leven enkel van de inhoud van de cellen en laten de structuur van het hout met rust. Ondertussen zijn er wel bastkevers hun gangen aan het graven en eieren aan het leggen. Daarna begint het pas echt goed. De grotere schimmelsoorten, degenen die paddenstoelen vormen, beginnen nu echt de houtstructuur aan te tasten. Elfenbankjes en oesterzwammen zijn gekende voorbeelden in het Calmeynbos. Het hout wordt nu ook doorgraven door boktorren en houtwespen. Als het hout nog wat verder is verteerd zien we hoe langer hoe meer paddenstoelen met een steel verschijnen. Er groeien grote plakkaten mossen en varens op de stam. Uiteindelijk is de stam volledig verteerd en blijft er gewoon een wat rijkere begroeide plek op de grond met wat intensievere plantengroei over.
Je moet eens de proef doen door een stuk rottend hout in te pakken in plastic. Je zult versteld staan van de hoeveelheid insecten die eruit kruipen. Dat betekent dus dat dood hout tienduizenden beestjes per kubieke meter hout kan bevatten.
Het is evident dat deze een belangrijke voedselbron zijn voor spechten, zangvogels, spitsmuizen, vleermuizen en roofinsecten.
Er zijn ook veel dieren die het hout niet nodig als voedsel maar als schuilplaats. Amfibieën zoals de Pad en de Vuursalamander, zitten overdag goed verscholen onder een stuk hout. Pissebedden en andere kleine beestjes zijn ook afhankelijk van ideale vochtomstandigheden om in leven te blijven. Als je een stronk omdraait komt er een hele wereld tevoorschijn van kleine organismen die allerlei organisch materiaal afbreken en zo de voedselcyclus in het bos vervolbrengen. Naast pissebedden vinden we slakjes, miljoenpoten, oorwormen, springstaartjes en mierennesten. Deze trekken een flink aantal al even kleine roofdieren aan zoals loopkevers, spinnen en duizendpoten.
Het is duidelijk dat dood hout een grote ecologische waarde kan bieden aan een bos.
Hoeveel dood hout moet er minimaal moet aanwezig zijn om een duidelijk effect te hebben op biodiversiteit?
Een eerste benadering is het bekijken van bossen met minimale menselijke invloed, zeer oude bosreservaten bijvoorbeeld, waar al zeer lange tijd geen hout meer uit het bos is gehaald. We zien dat daar tussen de 15 en 20% dood hout kan aanwezig zijn. Deze percentages drukken de hoeveelheid uit ten opzichte van het totale houtvolume. Dat is natuurlijk vrij veel en ook niet nodig om al die dieren, schimmels en planten kansen te geven. In beheerrichtlijnen, zoals in het eerste beheerplan van het Aquaduinbos werd in 2005 een percentage van 4% vooropgesteld (alleen voor het staand dood hout: lees in de link naar het oude beheerplan)
Men mag dus niet al het dood hout uit het bos verwijderen. Bij een boomkapping kan het takhout meestal blijven liggen. Bij het achterlaten van hout is het ook geen goed idee gericht dood hout gaan stapelen op schrale plaatsen. De daaropvolgende verrijking van de bodem is funest voor planten en paddenstoelen die gebonden zijn aan schrale situaties. De beste mogelijkheid is de stervende bomen, die bijvoorbeeld overschaduwd zijn door succesvollere soortgenoten, gewoon te laten staan. Zij zullen de sterke groeiers toch niet meer hinderen. In bosbouwkundig opzicht mogen ze blijven staan. Dikwijls hebben deze bomen ook holtes, veroorzaakt door rotting of spechten. Zij bieden gelegenheid aan holenbroeders om een nest te maken. En nadat de stambasis gerot is vallen ze om en bieden schuilgelegenheid aan insecten en amfibieën.
Wordt dit gecombineerd met het nieuw planten van inheemse boomsoorten, respect voor de bodem en de vegetatie, groepsgewijze verjongingen in plaats van kaalkap,… dan evolueert een bos tot een prachtig halfnatuurlijk landschap. waar de biodiversiteit hoog is en waar recreatie ook welkom is.

Dus dood, rottend hout zijn uitermate belangrijke bouwstenen van het bosecosysteem: heel wat soorten zijn er op één of andere manier van afhankelijk. Rottend hout is bovendien een onmisbare schakel in de koolstof- en mineralenkringlopen. Het Calmeynbos wordt niet bemest. Toch zijn vele mineralen nodig voor de groei van de bomen zoals zwavel, fosfaten, nitraten, en vele andere. Indien het dood hout integraal weggehaald wordt worden deze mineralen in het hout ook meegenomen en zullen nooit meer terugkeren naar de bodem. We krijgen aldus verarming van de oorspronkelijke zandbodem die het moeilijk heeft om vruchtbaar te blijven. (gelukkig wel nog wat zwarte humus van de verterende bladeren).
De aanwezigheid van dood hout wordt vaak aanzien als rommelig en onverzorgd. Toch moeten we ernaar streven om ook in beheerde bossen dood en rottend hout een plaats te geven. In een ‘proper’ en ‘opgekuist’ bos valt voor de natuur eenmaal weinig te beleven.
Door de aanwezigheid van dood en rottend hout ‘boomt’ de biodiversiteit. Dus zelf als de boom uiteindelijk toch sterft, blijft zijn rottende stam een waardevol biotoop vormen.
Besluit: “dood hout” in een bos speelt dus een belangrijke rol in het bosbeheer. Niet alleen omdat het een waardevolle leefomgeving is voor vele dieren- en plantensoorten. Maar dood hout is ook een belangrijke bron van voedingsstoffen voor de bodem. Het is daarom belangrijk om dood hout te behouden in bosbeheerplannen en te zorgen voor een gezonde balans tussen het verwijderen van dood hout en het behouden van deze belangrijke ecosystemen.
1.2 Levenscyclus van een boom

Bomen doorlopen verschillende levensfases.
Een jonge boom investeert eerst in zijn lengtegroei en later in zijn diktegroei. Bij een volwassen boom worden takken en bladeren in de kroon continu vervangen, maar blijft de kroon ongeveer even groot: hij heeft zijn maximale afmetingen bereikt. De stam wordt uiteraard wel steeds dikker. Afhankelijk van de boomsoort kan deze fase tientallen of zelfs honderden jaren duren.
Als de boom op een gegeven moment zijn gigantische kroon niet langer kan voorzien van voldoende water en mineralen, gaat hij op zoek naar een nieuw evenwicht. Takken in de buitenkroon sterven af en de boom begint dan aan de veteraanfase van zijn leven (zo zijn er veel in het Calmeynbos). Deze boom gaat niet onmiddellijk dood. Die laatste levensfase kan zelfs de langste zijn in het leven van een boom en kan opnieuw tientallen of honderden jaren duren. En net in die laatste levensfases wordt een boom ecologisch uitermate interessant.
In een natuurlijk bos zorgen spontane processen voor een continue aanvoer van dood hout: windval, veroudering, concurrentie, …

Veteraanbomen kunnen er natuurlijk maar op één manier komen: door te wachten en ondertussen de bomen niet om te zagen. Je kunt in het beheerplan zones aanduiden waar de bomen hun natuurlijke leeftijdsgrens kunnen bereiken of je kunt verspreid in het bos bomen aanduiden die niet gekapt zullen worden. Het is de boswachter die hierin een grote verantwoordelijkheid draagt. Hij detecteert zieke bomen of bomen die te schuin staan en riskeren om te vallen bij storm. Anderzijds zorgt hij ervoor dat zeldzame bomen voldoende ruimte en licht hebben om zich te kunnen ontplooien. (ook de grootte van de kruin t.o.v. de dikte van de stam is belangrijk i.v.m.de windweerstand). Deze waardevolle bomen worden in het Calmeynbos door de boswachter aangeduid met blauwe verf op de stam.Van de andere. op termijn te verwijderen bomen, wordt de schors “gehamerd”. Een minder sympathieke manier om bomen te verwijderen is door bomen te “ringen”. Daarbij worden rondom de boom schors, bast en cambium verwijderd tot op het hout. Daardoor stopt de neerwaartse sapstroom en sterft de boom en vooral ook zijn wortels. Dit is bijvoorbeeld recent gebeurd om de spontane uitbreiding van het bos richting Krakeelduinen tegen te gaan. Vooral Abelen en Populieren. Niet mooi om zien hoe een dergelijke ingreep de bomen langzaam doet sterven. Maar het is soms het enige techniek om de heropslag via de wortels te bestrijden)

In het nieuwe Aquaduin beheersplan zal bosverjonging worden gestimuleerd door de huidige dominantie van Gewone Esdoorn tegen te gaan waardoor zich een natuurlijke verjonging van andere soorten (Zomereik, Haagbeuk, Winterlinde, Fladderiep,…) zal voordoen.
Bij kaalkap zal gekozen worden voor ofwel spontane verbossing ofwel aanplanting.
Uitheemse expansieve soorten als Hemelboom en Ontariopopulier worden zekerlijk verder gekapt, waarna een spontane verbossing verwacht wordt. Hiertoe wordt over de ganse kust het DUNIAS plan gelanceerd. Lees>>>. (maar hierover komt een speciale DE BLIEDEMAKER wanneer men deze actie start in onze duinen. Nu is men hiermee gestart aan de Oostkust).
Kaalkap en beperkte bijplanting gebeurde kort na 2005 reeds in de achterliggende Krakeelduinen waar super snelgroeiende UNAL-populieren geplant werden. De heraanplanting gebeurde daarna met inheemse struiken en heden ten dage is deze kapschade mooi hersteld.
Er zal ook gestreefd worden naar een groter aantal open plekken in het bos door het toepassen van hakhoutbeheer. Automatisch zal het stijgend aantal windgevoelige soorten zoals Canadapopulier en Grauwe abeel in de toekomst voor meer welkome “windval” gaten zorgen, die open plekken in het bos creëren. Door meer lichtinval op deze plaatsen zullen wellicht ook meer bloemen en struiken een kans krijgen. Dus grotere diversiteit.

In de week van 23 januari 2023 werden langs de wandel-, fiets- en ruiterpaden een 30-tal bomen gekapt ten behoeve van de veiligheid. Aquaduin selecteerde de te kappen bomen in het voorjaar van 2022 samen met boswachter Johan Lamaire. Enkel bomen die een duidelijk gevaar inhielden werden aangeduid en nadien openbaar verkocht. Concreet gaat het over holle bomen, bomen waarvan de wortelkluit omhoog komt door de kracht van de wind en scheef gewaaide bomen die alleen nog rusten tegen hun buur. Het betreft hoofdzakelijk uit de kluiten gewassen populieren en grauwe abelen, maar ook enkele essen. De populieren en abelen zijn snelgroeiende en hoge bomen die vatbaar zijn voor “windval”. De essen hebben dan weer te lijden onder de zogenaamde ‘essentaksterfte’ die zowat overal in Europa de essenpopulatie decimeert. De grootste intacte stammen werden na het vellen meegenomen voor verdere verwerking. Het kruinhout werd ter plaatse gehakseld en afgevoerd.
2. Natuurbeheer in de Krakeelduinen

Tussen het bos en het Westhoekreservaat ligt een oude duinpanne van …ha: de Krakeelduinen genoemd (oorsprong naam is mij onbekend), De paraboolduin die hoort bij deze panne noemt de Leugenaar. Nog zeer goed te zien op Google Earth Lees ook Ontstaan van paraboolduinen>>>>
Dit duin werd destijds doorsneden door een 7-tal betonnen paadjes, de dienstpaadjes naast de ondergrondse waterwinningsleidingen waardoor de waterwinningsputten hun water konden weghevelen naar de centrale pompput. Om het herstellen van de vorm van het centrale paraboolduin mogelijk te maken werden de betonbaantjes verwijderd zodat het zand er weer vrijer kan stuiven en het landschap weer natuurlijker werd door het verdwijnen van de lanenstructuur. In het voorjaar 2011 werd in deze duinen een begrazingszone ingericht van ca 20 ha. De begrazing gebeurt door een kudde ‘Scottish Blackface’ schapen. Door te grazen houden zij de begroeiing kort zodat de vegetatie meer gediversifieerd kan worden.
Langs de externe rand grenzend aan het Calmeynbos wordt de spontane bosranduitbreiding bestreden.
Vanuit de duinrand verspreidde soorten als Witte abeel, Gewone esdoorn en Amerikaanse vogelkers zich gemakkelijk in het mosduin.
Om een sluipende verbossing van deze duinen te verhinderen, werden deze soorten daar reeds gekapt in 2022 (zie foto hierboven).


Ten zuiden van de Centrale asfaltweg wordt een afsluiting geïnstalleerd in functie van een nieuwe begrazingszone van 9 hectare met schapen tot aan de achterkant van de bewoning in de Duinhoekstraat. Het doel van de begrazing is om het dichtgroeien van het duingrasland tegen te gaan. In het zuidelijke deel van het gebied zijn immers nog mooie stukken duingrasland en zogenaamd ‘mosduin’ met een tapijt van zeer zeldzame korstmossen aanwezig die beetje bij beetje dichtgroeien met snelgroeiende grassen en houtige planten. Dit is een gevolg van het wegvallen van de zandverstuiving en de stikstofproblematiek. Een kleine kudde schapen zal ons helpen bij het kort houden van het oprukkende gras
Klik hier voor meer uitleg.
Gespreid over het gebied, het vegetatietype en het beheerregime worden jaarlijks vegetatieopnames gemaakt ter evaluatie van het gevoerde beheer.
2. Waterwinning
In de Krakeelduinen wordt sinds eind juli 2009 geen water meer opgepompt. Hierdoor stijgt het niveau van het grondwater zodat in natte periodes weer poeltjes voorkomen. Er werd een peilbuizenraster geplaatst om het herstel van de grondwatertafel te monitoren.
Momenteel wordt er bestudeerd om eventueel een nieuwe kleine waterwinning in te richten dicht bij de watertoren (o.a. proefboringen). Men zou wellicht ook het systeem van inpompen van het effluent van gezuiverd rioolwater toepassen zoals gebruikt in de Doornpanne te Koksijde Lees>>>.. Dit zuiveren zou kunnen gebeuren in het rioolwaterzuiveringsinstallatie in Adinkerke achter de parking van Plopsaland of in de gebouwen van de watertoren. Een ondergrondse waterleiding tussen beide is doenbaar. De oude spoelgracht in het Calmeynbos zou kunnen ingezet worden als infiltratiebekken. Deze spoelgracht diende tot 2006 om het ijzerrijke spoelwater van de zandfilters in te lozen. Sindsdien is deze gracht echter niet meer in gebruik als gevolg van het efficiënte hergebruik van dit spoelwater. Het voordeel van deze werkwijze is dat er geen nieuwe infiltratiebekkens moeten uitgegraven worden.
3. Recreatieve inrichting

In elk natuurbeheerplan is op het einde steeds een hoofdstuk over de “recreatieve inrichting”. Bij iedere herziening wordt dit hoofdstuk steeds langer en beter uitgewerkt. Niet alleen de natuurverenigingen maar ook de toeristische websites spelen hierop in. We zullen hier niet in detail over schrijven maar verwijzen naar de website De Panne , website van ANB, de vele wandelactiviteiten vanuit de Provincie, en nog veel wandelverenigingen….
De duinen van onze waterwinning de Westhoek maakten samen met de meer oostelijke gelegen duinen van de Gemeente De Panne, deel uit van het Natuurinrichtingsproject Oosthoekduinen in 2005?. Dit natuurinrichtingsplan van de Vlaamse landmaatschappij (VLM), heeft gezorgd voor een grondige opknapbeurt van het gebied. In de laatste fase werden alle populieren gekapt, waardoor er terug een open landschap is ontstaan. De wandelpaden werden heringericht en sluiten aan op de wandelpaden van de naburige duinen. In het kader van de natuurinrichting werden ook de tracés voor ruiterpaden officieel vastgelegd.
Aan alle toegangen werden de nodige informatiepanelen aangebracht.
Vele toeristen vertrekken van het bezoekerscentrum de Duinpanne met zijn nieuwe uitgebreide parking en de mooiste consumptieterras van DP. Binnenkort volgt de 4de fase nl nl de “inrichting van de duinentuin” volgens de 7 biotopen van de streek.
Er wordt wel steeds gevraagd om op de aangeduide wandelpaden te blijven en de hond aan de leiband te houden. Normaal bestaat van alle wandelpaden een plannetje en veelal zijn er aanduidingen in het bos. De officiële wandelpaden zijn ook te bewandelen volgens Google Streetview in onze duinen sinds 2018>>>>


Ook de gemeente heeft zijn best gedaan om 2 wandelpaden in te richten voor mensen in een rolwagen:
1. Het Wieltjespad sinds 2018>>>.
Dan heeft men ook ruimere afsluitpoorten voorzien voor rolstoelen. Het volledig traject vanaf de Duinpanne is vrij lang en heeft nog steeds enkele fouten Lees>>>.
2. Vandaar dat een korter en gemakkelijke begaanbaar deelpad voorzien is vanaf de handicaptenparking aan de watertoren (dit anderdeel alleen maar in het Aquaduingedeelte). Het pad werd genoemd naar de initiatriefnemer Marcel Lassence in 2021 Lees>>>
In de Aquaduin duinen is ook een mountainbike parcours voorzien, evenals een Calmeynruiterpad
4. Andere artikels van DE BLIEDEMAKER over Calmeynbos
- Het Calmeynbos>>>
- Bomenwandeling>>
- De persoon Maurice Calmeyn>>>
- Calmeynbos>>>
- Maurice Calmeyn in Congo>>>
Opmerking het artikel 3/4 in de reeks over de recente geschiedenis van het Calmeynbos is nog in voorbereiding. Verschijnt eerstdaags.
Uitstekende bijdrage !!
Jose, je weet werkelijk alles!! wat een mooie bijdragen, Proficiat!
Ik ga driemaal per week 11 km lopen in het geliefde Calmeynbos en uiteraard maakt mij dat nog niet bevoegd om over bosbehoud en -onderhoud te oordelen. Toch bloedt mijn hart als ik zie met welke kapwoede het bos stukje bij beetje aan het verdwijnen is. Wat er overblijft aan uitstekende stronken, lukraak weggestapelde of weggegooide takken en stammen, overal rottend hout, kapot gereden wandelpaden en uitstekende wortels van bomen die mensen doen struikelen kan mij noch weinig andere mensen bekoren. Ik heb daar heel veel vragen bij of dat wel allemaal nodig is en vooral waarom men op de grote kale plekken geen nieuwe beplanting aanbrengt. Wat een gruwelijk beeld trouwens als je als toerist De Panne binnenrijdt! Natuur en Bos : het zullen nooit mijn vrienden worden.
Inderdaad William er is een groot verschil tussen beide boshelften Het gemeentelijk deel van het bos (kant Oosthoek) heeft het statuut “Speelbos” met beheer door ANB. Het gedeelte kant Westhoekreservaat heeft het statuut “natuurbos” beheerd door Aquaduin met adviezen van ANB.
Geblokkeerde wandelwegen worden na een storm zeer snel opengekapt door de gemeente in het kader van het toeristisch beleid.
Volgens mij worden aan beide helften STEEDS nieuwe boompjes aangeplant bij iedere kapping.
Als je niet doorkan ingevolge windval gelieve de Milieudienst te verwittigen
Artikels 2/4 en 3/4 m.b.t. Calmeynbos (nog) niet ontvangen Jose. Kun je daar even voor (laten) zorgen, met dank.