
In DE BLIEDEMAKER werd reeds tweemaal gewezen op het groot windmolenproject van Duinkerke dat een wezenlijke invloed zal hebben op De Panne. De windmolens komen immers tot aan de Franse grens op amper 10 km van de hoogwaterlijn. Dus zeer zichtbaar vanuit onze toeristische gemeente.
In juni 2019 volgt de aanbesteding (tendering genoemd) en in 2022 zullen de eerste vergunningen aangevraagd worden. Aanvulling: de Omgevingsvergunning zal maar aangevraagd worden na eind 2023 na een Openbaar Onderzoek)
Heeft dit gevolgen voor onze gemeente?

In DE BLIEDEMAKER van 23 januari 2017 werd reeds gewezen op dit aankomend groot project Lees>>>>.
De Franse minister van Milieu, Ségolène Royal, had op 4 april 2016 reeds de procedure gestart met hoge prioriteit. Ze werd daarbij ook zwaar gesteund door de president van de CUD-Dunkerque Partice Vergriete (vooral i.v.m. met werkgelegenheid). Deze molens zouden zeer dicht komen in het zicht van De Panne.
Alleen op de Waalse media werd hierop enigszins gereageerd (zie de reactie van burgemeester Ann Vanheste van juli 2016. Dan had onze burgemeester de plannen nog niet gezien.
Lees RTBF,be>>>
Onze federale staatssecretaris Marie Christine Marghem Energie (Leefmilieu en Duurzame Ontwikkeling) zou in december 2016 met haar Franse collega Ségolène Royal overeengekomen zijn om een “Technische werkgroep” op te richten (maar niet voor milieuaspecten vb visuele pollutie) Lees L’Avenir>>>
In ditzelfde artikel heeft DE BLIEDEMAKER een kleine berekening + tekening gemaakt die tot volgende conclusies leidde wat betreft de visuele hinder voor DP.
“Conclusies: op 40% van de horizon zullen we windmolens zien maar de verste, helemaal in het oosten, zullen we normaal niet meer zien (afstand ongeveer 40 km). Deze op een afstand ter hoogte van Duinkerke zullen we wel zeer goed kunnen zien. Vandaar dat we toch nog 30% van onze horizon zullen we moeten bekijken met windmolens (de verste 10 % in het oosten zullen ook nog moeilijk zichtbaar zijn)..”
Een jaar later in januari 2018 heeft DE BLIEDEMAKER gerapporteerd dat de openbare onderzoeken en de studies beëindigd zijn en dat ook de fameuze gelijkstoom hoogspanning GRIDLINK tussen Loon-Plage en Kingsnorth zoveel als vast staat wat natuurlijk ook een booster is voor de Fanse windmolens. Lees>>>
Tussen Loon-Plage (ten oosten van de kerncentrale van Gravelines) en Kingsnorth (ten noorden van de Thames estuarium) nl over 140 km. Capaciteit = 1.400 MWe. Gelijkstroom 525 kV.
Ook werd het pilootproject aangekondigd om de overtollige E-productie te gebruiken voor elektrolyse van zeewater naar waterstof met opslag. Met deze waterstof zal men ook testen doen voor gedeeltelijke bijmenging in het bestaande aardgasnet van Coudekerque-Branche en in de aardgas DK-bussen (beide eventueel tot maximum 20%).
Dit windenergieproject wordt door president Vergriete van de CUD van Duinkerke als uiterst belangrijk geacht niet allen voor nieuwe arbeidsplaatsen maar ook om zijn stad op de kaart te zetten van deze nog jonge technologie..
In de Voix du Nord van 22/03/2019 staat voor de keuze van de aanbesteding van de windmolens:
“…Si le prix de production de l’électricité par les éoliennes en mer dunkerquoises est le premier critère (pour 70 %), le choix du lauréat dépend aussi de sa capacité à mener à bien et dans les temps un projet fiable, tenant compte de l’environnement. Les candidats sont encouragés à investir dans des mesures environnementales et touristiques..Nous avons signé des chartes avec les pêcheurs, des lettres d’engagement avec des associations environnementales, la CUD, les offices de tourisme (De Panne?)“Le projet prend en compte le passage d’une foule d’oiseaux migrateurs, assure Jan Vandenbroek : « On installe des radars qui voient arriver les flux d’oiseaux. Du coup, cela nous permet de ralentir le mouvement des éoliennes, voire de les arrêter. Le dispositif est déjà utilisé en Norvège », détaille le directeur général de Deme France, qui annonce un groupe de travail sur le sujet…
Men heeft een bezoek gebracht naar een vergelijkbaar windmolenpark voor de kust van IJmuiden: Luchterduinen uitgebaat door Eneco.(niet ver van Amsterdam)f
” ..Quelques dizaines de minutes après avoir largué les amarres du port d’IJmuiden, les éoliennes sont en vue. À une dizaine de kilomètres (19) des machines, l’équivalent de la distance entre le futur parc dunkerquois et la côte, les machines semblent bien petites au milieu de l’immensité marine. « Celles de Dunkerque seront plus grandes », annonce Eneco, candidat au parc éolien offshore de Dunkerque au sein du consortium Vents de Dunkerque.

Mis en service en 2015, le parc de Luchterduinen est équipé de 43 éoliennes de 3 MW, pour une puissance totale de 129 MW. Celle de Dunkerque sera de 450 à 600 MW, selon la fourchette fixée par l’État. Et les machines beaucoup plus puissantes, évolutions technologiques oblige. « Vents de Dunkerque » vise l’utilisation d’éoliennes de 12 MW, dont un prototype doit entrer en test cet été dans le port de Rotterdam.
Plus puissantes, cela veut dire plus grandes : « Le rotor (la largeur du bout d’une pale à l’autre) mesure 200 m », compte Linda Schot, directeur de projet éolien offshore pour Eneco. Mais aussi plus efficace : « Plus les machines sont grandes, moins elles ont besoin de vent pour fonctionner », appuie son collègue Arjan Donker.
Celles de Luchterduinen tournent quasiment tous les jours, pour produire en moyenne, à l’année, à 50 % de leur capacité maximale. Leurs seuls ennemis : jours sans vent ou une tempête à plus de 90 km/h. Ce mois-ci, elles se sont régalées : mercredi, le parc, qui alimente 150 000 foyers, affichait un score de 99 % !
En s’approchant, un tout autre paysage se dévoile. Posées sur leur pied jaune et blanc, les éoliennes brassent avec élégance le ciel de leurs pales effilées. Elles sont alignées par grappe de cinq ou six, comme l’imagine le consortium pour son projet dunkerquois.
La distance entre chacune, entre 500 et 600 m (le double pour le projet dunkerquois) fait qu’elles n’écrasent pas le paysage. L’environnement est paradoxalement paisible : ce n’est que juste en dessous qu’on entend le bruit du moteur, somme toute assez discret vu le mastodonte. Vu de la mer, un parc éolien offshore offre un tout autre visage qu’à terre. Et sans doute un but de croisière…
Les candidats au parc éolien en mer de Dunkerque avaient jusqu’au 15 mars pour déposer leur dossier. Sur les neuf présélectionnés, ils seraient finalement six en lice :1. le consortium Deme, Shell et Quadran Énergies Marines ; 2. celui composé de Vattenfall, WPD et de la Banque des territoires ; 3. l’entente Engie-EDPR rejointe fin février par l’Allemand E.ON ; 4. le consortium EDF Renouvelables – Innogy – Enbridge ; 5. l’alliance Elicio – Orsted à laquelle s’est rallié Total mi-février; et 6. Boralex, Eneco, Van Oord et DGE . …..
Les candidatures sont entre les mains de la Commission de régulation de l’énergie, qui laissera ensuite le ministre de l’Écologie trancher. L’annonce du lauréat est espérée début juin, à l’occasion du salon des énergies marines renouvelables à Dunkerque.
Le Dunkerquois attend du boulot des éoliennes en mer, mais aussi un respect de l’environnement et de l’activité touristique.
« Vents de Dunkerque » mise sur 35 les emplois pour préparer l’installation. Pour la construction, il table sur 850 emplois directs, pas tous locaux. Il envisage 50 emplois pour l’exploitation et la maintenance, avec une priorité à l’embauche locale : « C’est important d’avoir des gens qui vivent sur place, car nos interventions sont tributaires de la météo. »
Les partenaires imaginent faire du port de Dunkerque une base logistique pour alimenter leurs autres fermes éoliennes en fonctionnement ou en construction en Europe.
Eneco, Van Oord, Boralex et DGE ont inscrit dans leur dossier une initiative mise en place sur le parc de Luchterduinen , où la pêche est interdite : la réintroduction de l’huître plate. Pour les oiseaux, « Vents de Dunkerque » imagine créer une île artificielle, qui serait aussi un lieu d’observation et une base pour les loisirs nautiques.
Les promoteurs du parc éolien de Luchterduinen ne cachent pas que son arrivée a suscité des craintes pour l’activité touristique dans la station balnéaire d’IJmuiden. « On constate qu’il n’y a pas eu d’effet », assure Eneco.
Le prix du MWh d’électricité produit par les éoliennes dunkerquoises devrait être inférieur à 60 €. Parmi les concurrents en lice, certains ont déjà sorti des projets autour de 50 €. Il n’est pas impossible que ce prix ait été proposé par certains candidats au parc dunkerquois. Un sujet sur lequel la confidentialité demeure…
1,5 à 2 milliards, le coût de construction du parc éolien.
La date prévisionnelle de mise en service du parc est 2025.
La distance entre chaque éolienne doit être de 5 fois leur largeur. Comme autrefois les moulins à vent aux Pays-Bas, expliquent les Néerlandais….”
Bron: La Voix du Nord
Wel eigenaardig dat er hier aan de Westkust niet gesproken of geschreven wordt over dit project vlak vóór onze kust. In Duinkerke zullen de vissers een serieuze vergoeding krijgen voor het verlies aan visgronden want tussen de windmolens mag wellicht niet of veel minder gevist worden (cf ook zo in de bestaande Belgische windmolenparken). Op termijn denkt men wel aan aquacultuur (vb oesters).
Ook in Luchterduinen hebben de kustgemeentenbesturen van Zandvoort, Bloemendaal en Noordwijk een belangrijk fonds gekregen onder voorwaarde dat ze zich 20 jaar lang niet negatief zullen uiten over windenergieparken voor hun kust Lees>>>
Misschien kan de gemeente De Panne alleen niet veel inspraak krijgen in zo’n project. Ook onze buren Koksijde en Nieuwpoort zullen te maken hebben met dit windmolenpark. Daar horen we ook niets. Ik weet ook niet in welke mate er onderhandeld is met de Vlaamse en vooral met de federale regering.
Blijkbaar zullen we deze uitbreiding op zee van de haven van Duinkerke tot tegen onze grens gelaten ondergaan.
Eigenaardig ook weinig info in de media.
Wat was de reactie hierover van het vorige schepencollege?
Ik heb hier nooit geen reactie in het vorige schepencollege gehoord of gelezen. Ik denk ook nooit op gemeenteraad besproken? Gecoro??? Het is juist dat die me verwonderd.
Hoeveel km vd grens worden de windmolens geplaatst ?
Is er geen overeenkomst om in grensgebieden een neutrale zone te behouden?
Heeft Europa hier geen inmenging?
Ik heb nog nooit van een “neutrale grenszone” gehoord???
Af en toe begin ik de Brexiteers te begrijpen. Verenigd Europa maar toch doet ieder zijn eigen goesting. Toen Gravelines er kwam was het al van “Chez nous en France”. Ondertussen wil blijkbaar iedereen alternatieve energie voor de levering van stroom maar zonder de ongemakken.. Kiezen tussen de pest en de cholera of is het nog zo erg niet ?
Juist Johny. Maar toch eigenaardig dat de buren geen inspraak hebben.
De studiezone reikte tot op 6,5km van ons strand (Debliedemaeker 23/01/2017). Ik had begrepen dat deze dichtste zone niet is weerhouden. Zaait heel misschien verwarring voor de mensen die de link volgen naar DBM van toen, met de paarse zone.
Inderdaad wat te vinden is in de media, is dat de dichtste windmolens ten opzichte van onze kust 10km verwijderd zullen zijn ongeveer. Ter vergelijking: de bedrijvigheid van de haven (kranen en schouwen) van Duinkerke is ongeveer dezelfde afstand. De tekening uit de Voix du Nord van 25/11/2018 is dus een goede schets voor wat betreft de afstanden.
Moeilijk in te schatten, maar ik vrees dat de hoogte van de kop vd windmolens in zee ongeveer 1,5x zo hoog zouden kunnen zijn als de gekende hoogste schoorstenen (als je ze ter plaatse bekijkt) die je aan de horizon ziet. De wieken zwaaien daarrond. Zou dat kunnen kloppen?
Op land hebben “doorsnee” windturbines een masthoogte van 80 à 110 meter en een zogeheten “tiphoogte” van 120 à 160 meter. Tiphoogte is de lengte van de mast plus een (rechtopstaand) rotorblad; in vergunningsaanvragen zie je vaak staan: turbines met een maximale tiphoogte van X meter.
Op zee vind je doorgaans lagere hoogtes (omdat er weinig obstakels staan op zee en de wind dus vrij spel heeft). Ter vergelijking: de Ijzertoren is geen 100 m hoog (‘slechts’ 85 m).
Wat de zichtbaarheid betreft, val ik terug op argumentatie die ik al eens in bezwaarschriften tegen turbines op land hanteer. “Volgens algemeen aanvaarde wetenschappelijke normen is een windturbine dominant aanwezig in de omgeving op een afstand van 0 tot 5 maal de tiphoogte. Deskundigen noemen dat de “directe omgeving’ van een turbine. De windturbine is duidelijk waarneembaar in een gebied tussen 5 en 25 maal de tiphoogte; dat gebied wordt de “overgangszone” genoemd (verderop, tussen 25 en 100 maal de tiphoogte is de turbine matig of als een stip aan de horizon merkbaar).”
Nemen we (conservatief) een tiphoogte van 120 m (80 m mast en een rotorlengte van 40 m), dan kan je rond het voorgenomen turbineveld concentrische cirkels tekenen, eerst 600 m (dominante aanwezigheid), dan 3 km (duidelijke waarneembaarheid, overgangszone) en nadien tussen die 3 en 12 km (slechts beperkt zichtbaar). Mogelijk zijn de criteria op zee hoger (een langere of verdere zichtbaarheid), opnieuw omwille van het vlakke en ongeschonden of ononderbroken landschap (zee-schap?).
Dank u voor de info Guido
Bedankt voor uw inbreng. Voor mensen, inclusief onze beleidsmensen, is het soms moeilijk in te beelden hoe het er zou/zal uitzien. Vandaar dat meedenken geen kwaad kan, denk ik altijd.
Voor wie een idee wil hebben hoe het zicht zal kunnen zijn: de windmolens op zee zullen zeker niet kleiner/lager zijn dan die aan de vaart in Nieuwpoort (kleine types)
Voor wie ze van op 10km wil zien… Stippel uit op kaart en aanschouw van op uw gekozen plaats. Van bovenop de Hoge Blekker (zicht op IWVA) kun je ze bvb mooi zien draaien van achter de kerktoren van ODK.
https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2018/12/01/windmolenpark/
Wordt er ook hierover gepraat in onze gemeente ?
Naar ik begrepen had, zullen die Belgische windmolens 3,5 à 4x zo ver liggen dan die van Duinkerke: 35 à 40km ver. De afstand dus tussen de Caps en Engeland, maar hier is het zicht vanop het strandniveau niet zo ver, dus zou je ze amper moeten zien?
Bovendien denk ik steeds voor die zichtbare(!) van Duinkerke: voor mij zal dat een verandering zijn, ik zal er misschien niet meer aan wennen, maar is dat OK voor onze kinderen? En voor hun omgeving in de breedste zin van het woord?
… minstens even ver dan de huidige windmolenparken dus voor de kust van Zeebrugge.
Dit is helemaal niet te vergelijken met Duinkerke op 10km
-een laatste om het af te leren…-
Hieronder heb ik het NIET over de kop noch de tekst, maar over de foto erbij (weliswaar van slechte kwaliteit). De Belgische zijn dus zeer uitzonderlijk zichtbaar via telelenzen zoals geweten, die van Duinkerke zullen dus tussen de 2e (3 zeemijl) en de 3e foto (7 zeemijl) uitvallen…
https://nos.nl/artikel/2086540-windmolens-dichter-bij-de-kust-nauwelijks-nadelen.html
Beste José
Onderaan ‘de nieuwe post’ lees ik “Lees meer over dit bericht” maar behalve een encryptisch bericht valt niet veel te lezen: hoe komt dat, wat doe ik fout? Dit is eveneens het geval bij al je volgende berichten.
Mvg
willem deboyser
0475 59 99 62
Bij mij blijkbaar geen probleem????
Gekopieerd uit publicatie Franse Ministerie van Leefmilieu van februari 2017, genaamd “Évaluation environnementale Guide de lecture de la nomenclature des études d’impact (R.122-2)” (= gids of richtlijnen voor de interpretatie van artikel R.122-2 over milieueffectrapportage – études d’impact):
“31. Installation en mer de production d’énergie
Catégories de projets Projets soumis à évaluation environnementale 31. Installation en mer de production d’énergie : Éolienne en mer. Pour maintenir le niveau de protection actuelle, les projets d’éoliennes en mer sont soumis à une évaluation environnementale systématique.”
windmolenparken op zee moeten dus onder het Franse recht systematisch onderworpen worden aan een MER of impactstudie. Projecten met grensoverschrijdende milieu-effecten (zoals hier visuele effecten) moeten normaal ook aan de andere betrokken EU-lidstaat aangemeld; die beslist dan of er een openbaar onderzoek gehouden wordt, of er opmerkingen worden geformuleerd etc..
In Vlaanderen loopt dat zo:
1. Als uit de aanmelding blijkt dat het project aanzienlijke grensoverschrijdende milieueffecten kan hebben of op vraag van de bevoegde autoriteiten van de EU-lidstaat/gewest/verdragspartij die gevat is, meldt de dienst Mer het project aan de bevoegde autoriteiten met de vraag of ze hun commentaar kunnen meedelen. Die melding omvat ten minste de volgende informatie: 1° een afschrift van de aanmelding; 2° een beschrijving van de rapportageprocedure die op het voorgenomen project van toepassing is; 3° informatie over de vergunningsplicht waaraan het voorgenomen project onderworpen is.
2. De bevoegde autoriteiten in kwestie kunnen hun commentaar aan de dienst Mer binnen de 30 dagen bezorgen en laten weten of ze bij de verdere vergunningsprocedure wensen betrokken worden.
3. De dienst Mer neemt een beslissing over de aanmelding en bezorgt haar beslissing uiterlijk binnen een termijn van zestig dagen na de datum van ontvangst van het volledige aanmeldingsdossier aan de initiatiefnemer en aan de geraadpleegde autoriteiten van de lidstaat, verdragspartij of gewest. Op uitdrukkelijk gemotiveerd verzoek van de dienst Mer en in onderling overleg met de initiatiefnemer kan een langere termijn worden afgesproken.
4. Tijdens de vergunningsprocedure wordt de termijn van het openbaar onderzoek of de adviestermijn voor andere instanties niet verlengd naar aanleiding van een grensoverschrijdende consultatie. Volgens artikel 27, §3, tweede lid van het omgevingsvergunningsbesluit dient de bevoegde autoriteit haar opmerkingen, samen met de resultaten van het eventueel door haar georganiseerde openbaar onderzoek op eigen grondgebied, aan de bevoegde overheid en de dienst Mer mee te delen binnen een termijn vijftig dagen na de datum van de terbeschikkingstelling.
Interessant.
In Nederland geven ze ook de wetgevende achtergrond: het Verdrag van Espoo (Finland) uit 1991 en de Europese wijzigingsrichtlijn 97/11/EG.
“Op 25 februari 1991 is in Espoo (Finland) het VN-verdrag over grensoverschrijdende milieueffectrapportage tot stand gekomen. Het verdrag is op 10 september 1997 in werking getreden. Ook de Europese Unie heeft het verdrag van Espoo ondertekend. Dit leidde ertoe dat de Europese richtlijn ‘betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten’ (85/337/EEG) in overeenstemming moest worden gebracht met dit verdrag. Deze doorwerking heeft plaatsgevonden door middel van de wijzigingsrichtlijn 97/11/EG.
Kern van het Espoo verdrag is dat, in het geval van mogelijke grensoverschrijdende milieugevolgen, het publiek en autoriteiten in het buurland op dezelfde wijze en tijd worden betrokken bij de m.e.r.-procedure als de autoriteiten en het publiek in Nederland.”
Vandaag 29 juli in DS online: Hof van Justitie veroordeelt België voor verlenging Doel kerncentrales zonder voorafgaand MER: “Eind 2015 besliste de federale regering-Michel om de levensduur van Doel 1 en 2, twee van de oudste kerncentrales van ons land, met tien jaar te verlengen tot 2025. Dat gebeurde zonder bijkomend onderzoek naar de gevolgen voor het leefmilieu en zonder inspraakprocedure voor de burgers.
Het Europees Hof van Justitie oordeelde vandaag dat zo’n milieueffectenrapport (MER) wel degelijk nodig was. De hoogste rechtbank van de Europese Unie voegt er wel aan toe dat de kerncentrales open kunnen blijven, ‘indien het ernstige en reële risico bestaat dat de elektriciteitsbevoorrading wordt onderbroken’.”
Het is diezelfde MER-richtlijn als degenen die Frankrijk moet/had moeten naleven bij (voorafgaand aan) de beslissing over de windmolenparken op zee.