
Aansluitend op een vorig nummer over architect Georges Hobé ( lees>>>> ) zijn we naar Tervuren getrokken om enkele foto’s te maken van het “Hobé gebinte”.

Ter herinnering: de Brusselse architect Georges Hobé heeft een belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling van De Panne als badplaats. Zijn villa Kykhill (naast het “Duinpark Kykhill) bouwde hij in 1897 , als één van de eersten, boven op van één van de 5 duintoppen van de villaverkaveling van Pedro Ollevier (nu de Dumontwijk genoemd). In 1901 werd hij aangeduid als concessionaris voor de aanleg, het onderhoud en de uitbating, van de paardentramlijn tussen het station van Adinkerke en de zee. In 1918 werd hij de gemeentearchitect van De Panne en aldus kreeg de gemeente eindelijk ook iets te zeggen in die autonome pivéverkaveling. Hij heeft ook dokter Antoine Depage geholpen bij de uitbouw van het Rode Kruis Hospitaal de Océan en later na de oorlog ook bijgestaan om een groot universitair hospitaal te ontwerpen in Woluwe. (evenwel nooit gerealiseerd wegens politieke tegenstand)
Maar Georges Hobé heeft ook architect Ernest Acker (1852-1912) bijgestaan voor de bouw van het Kongomuseum, nu Koninklijk Museum voor Midden-Afrika (het koloniale luik van de Wereldtentoonstelling 1897) (sluit midden 2013 wegens renovatie zijn deuren voor een periode van drie jaar Lees meer>>>). Acker was professor en later ook directeur van de Brusselse Académie des Beaux-Arts en heeft de mooie, nog bestaande villa Nadiejda gebouwd in De Panne aan de voet van de villa Kykhill van Hobé.
Bijgevoegde foto’s zijn van het zogenoemd decoratief “Hobé-gebinte” dat opgesteld staat in open lucht achter het Koloniënpaleis naast het “Kongomuseum”. Dit werd in 1981 als monument beschermd.

“..Deze monumentale constructie werd gebouwd naar aanleiding van de Koloniale Tentoonstelling van 1897. Oorspronkelijk maakte het gebinte deel uit van de binnenaankledìng van het “Salon des Grandes Cultures” in de zuidvleugel van het Koloniënpaleis. Toen deze in 1980 gerenoveerd en heringericht werd demonteerde men het houtwerk. Na klassering als beschermd monument werd het gebinte in 1984 weer opgebouwd. ditmaal aan de achterzijde van het Koloniënpaleis. Het wordt er regelmatig gebruikt als decor voor openluchtrecepties of andere festiviteiten.
Voor zijn gebinte maakte Georges Hobé gebruik van het tropisch Bilinga hout. In België meestal Opepe hout genoemd. Dit was toentertijd een nieuw geelachtige houtsoort uit Congo die door zijn dichtheid tot de hoogste duurzaamheidsklasse behoorde. Bilinga wordt gebruikt voor zware constructies die weer en wind moeten doorstaan zoals sluisdeuren en palen waar schepen tegenaan kunnen varen. Bilinga is een beetje verdreven ten gunste van het duurzamere en harder vergelijkbare Bankirai. Bankirai is veel goedkoper.

Voor de Koloniale Tentoonstelling in Tervuren werden trouwens verschillende Afrikaanse houtsoorten door de Onafhankelijke Congostaat gratis ter beschikking gesteld van de medewerkende kunstenaars. Import van nieuwe producten uit de kolonie noodzaakte later de oprichting van een laboratorium voor scheikundige analyse, waaronder het Laboratorium voor Houtbiologie en het wereldbekende Xylarium Wood Database verbonden aan de afdeling Land en Bosbouweconomie van het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika
Hel gebinte zelf is in art nouveau. Een stijl die ingang vond op het einde van de 19de eeuw. De decoratieve lijnen tonen duidelijk Japanse invloeden. In het midden van de 19de eeuw hadden de Amerikanen immers een toegang geforceerd tot Japan dat tot dan toe voor westerlingen quasi ontoegankelijk was. Op de daaropvolgende Wereldtentoonstellìngen grepen de Japanners de kans zich aan het Westen te presenteren. Een rage van “Japonisrne” ontstond. Zo stonden Japanse prenten met hun natuurthema’s, hun uitgesproken lineair karakter, hun soepel lijnenspel, model voor de kunstwereld en dus ook voor de art nouveau. 
Niettegenstaande de neoclassicistische stijl van het hoofdgebouw was de art nouveau op de Koloniale Tentoonstelling van 1897 overduidelijk aanwezig. Voor de presentatie van de tentoon te stellen stukken en de binnenaankleding van de zalen werd een beroep gedaan op een handvol veelbelovende jonge kunstenaars waaronder Paul Hankar‚ Henry van de Velde, Gustave Serrurier-Bovy en Georges Hobé. Omdat ze voor hun ontwerp gretig gebruik maakten van de nieuwe materialen uit de kolonie werd de art nouveau in de volksmond smalend ook “Congostijl” genoemd.
Dank aan Jano Canse voor de cursieve tekst
Dit kunstwerk is vrij te bezoeken aan de achterzijde van het Koloniënpaleis.
PANNESPROKKELS:(wordt permanent bijgewerkt en sommige items komen ook op https://www.facebook.com/DEBLIEDEMAKER)
– Er was veel te doen voor de kinderen in het Halloweenverlof. o.a. 500 deelnemers voor het monsterzoeken in de Zeelaan-Kasteelstraat. De stoet tussen het Canadezenplein en de Esplanade + heksenverbranding duurde wat te lang voor veel kleintjes (cf opmerking verleden jaar).
-Zoals aangekondigd in DE BLIEDEMAKER van 20 augustus 2013 wordt tijdens het WE van 16-17 november in Duinkerke het nieuwe museum van hedendaagse kunsten geopend in de oude haven daar waar vroeger de scheepswerven gevestigd waren. Dit is nog èèn van de vele activiteiten van “Dunkerque 2013 Capitale régionale de la Culture”. Meer Info>>>>
De tweelinggebouwen zijn van zeer gewaagde moderne architectuur. Het nieuwe glazen gebouw is een exacte kopie in volume van de oude atelier. Op de 6 verdiepingen bevindt zich 9.000 m2 exporuimte. Het théma van de openingstentoonstelling noemt “LE FUTUR COMMENCE ICI” met zeer beroemde hedendaagse kunstenaars. De opening voor het publiek start zaterdag 16 nov om 16 uur. DE BLIEDEMAKER zal er zijn!


