Wacht ons een katastrofale lente-equinox?

Bericht ingestuurd door Noël Hoste

2015 Artikel DBM bis_html_fe4f156

De voorbije dagen staat de Noordfranse pers vol alarmerende berichten over de nakende tijhoogte (*) op 21 maart ek. Op die dag zal de maximale “coëfficiënt de marée” (**) van 120 bereikt worden, en daarom vragen verschillende journalisten zich af of de Noordfranse kust zich niet moet schrap zetten voor katastrofale overstromingen of een vernietigende kustafslag.


Met foto’s zoals hierboven over recente (?) stormvloeden, verhogen de Franse journalisten nog het alarmpeil van deze berichten.
Boulonnais : faut-il vraiment avoir peur de la grande marée du siècle?  (PUBLIÉ LE 19/02/2015  PATRICIA NOËL et GUY DROLLET)

Even snel waar het om gaat. Op 21 maart zullen alle getijbepalende factoren inderdaad samenwerken in dezelfde richting: niet alleen staan dan zon en maan op één lijn met de aarde, zoals bij het springtij (tweemaal per maand) en niet alleen gaat dan de zon door het dag- en nachteveningspunt (wat op 21 maart en 21 september steeds het geval is), maar zon én maan bereiken het perigeum van hun baan, waardoor ze de aarde het dichtst benaderen. Deze coïncidentie komt om de 10 à 20 jaar voor, en levert dan de “springtij van de eeuw” op. De vorige ‘marée du siècle’ was er op 10 maart 1997. De Mont Saint-Michel zal dan misschien weer even een eiland worden, want vooral het opstuweffect in de baaien kan tot versterkte hoogwaterstanden leiden. Aan onze kust is het allemaal niet zo belangrijk, zoals verder zal blijken uit ons getijdenboekje.

image

Maar het gaat niet alleen over getijhoogte

Om te beginnen gooien deze mensen twee totaal verschillende zaken op een hoop: het getijde, in dit geval een hoge springtij, en een stormvloed ingevolge een voorbijtrekkend stormfront. Als die twee samen zouden voorkomen, kunnen inderdaad problemen optreden. Maar aan de berichtgeving over een hoog getijde automatisch een vernietigende storm koppelen is sensatie-journalistiek. En toch vinden die berichten gretig aftrek, en maken veel mensen zich ongerust. Waarom?

Op 26 februari is het 5 jaar geleden dat de orkaan Xynthia een stormvloed veroorzaakte die de Westfranse kust overspoelde met rampzalige gevolgen. Na dit drama werden in diverse badplaatsen beschermende maatregelen uitgevoerd die niet altijd van een globale visie op kustbescherming blijk geven. Sinds 2011 is aan onze kust daarentegen een Vlaams Kustveiligheidsplan in werking getreden, waardoor stelselmatig werken worden uitgevoerd die onze kustlijn moeten beveiligen tegen een 1000-jarige storm tot 2050 (***). Een dergelijk nationaal plan bestaat er nog niet voor de uitgestrekte Franse kustlijn. Vandaar dat men er in Frankrijk niet overal van overtuigd is of de lokaal uitgevoerde strandophogingen, dijkversterkingen en steenstortingen zullen volstaan tegen volgende stormvloeden.
Maar nogmaals, een stormvloed hoort niet automatisch aan een hoog getij te worden gekoppeld.

De storm van 10 februari 2009.

2015 Artikel DBM bis_html_5618b425

Deze storm luidde voor José en mij het begin in van een reeks artikels in DepanneBlogt en de DE BLIEDEMAKER  over de veiligheid van onze Westkust, en eindigde met een lezingenreeks over het Vlaamse Kustveiligheidsplan in 2012.
Ik begon toen deze lezing met een persoonlijk verhaal, het relaas van een toch wel bange namiddag op ons strand toen ik bovenstaande foto nam.

“Ons werd altijd voorgehouden dat De Panne het breedste strand heeft van de Vlaamse kust – en dat is zo – en daardoor ook het veiligste ten opzichte van stormgeweld … en dat is niet zo, weet ik sinds 10 februari 2009. Toen ik die middag het strand opstapte om foto’s te nemen van een storm die sinds de voormiddag was gaan woeden en steeds heviger tekeer ging, kon ik mijn ogen niet geloven. Ik zag een ziedende watermassa hoog boven het strand uitstijgen, en schuimende brekers die de wandeldijk tot op een paar tiental meter naderden … waar was ons brede strand gebleven? Een snel opgeworpen zanddijk op de rampe vormde de laatste barrière tegen het onderlopen van de loodsen. Later zou ik met José Decoussemaeker enkele sprekende cijfers uitvissen: de wandeldijk kant “rampe” ligt op peil 8.50 m, en de dorpel van de voorlaatste loods op 6.67 m, telkens boven TAW. Dit betekent dus dat het water die namiddag gestegen was tot op 1.83 m onder het peil van de wandeldijk.

Diezelfde namiddag waren José en onze betreurde collega Godfried Warreyn onafhankelijk van elkaar langs de Westhoek zeereep op stap, en brachten sprekende foto’s mee van wat ze daar zagen. Overigens ligt de duinvoetversterking, waar de golven die dag moeiteloos overheen stromen, op peil 7.00 (dus 1,5 m onder het niveau van de wandeldijk kant “rampe”). Dat de golven hier een hoger niveau halen dan op het strand in het centrum heeft met de ondergrond te maken, nl. een hellend betonvlak ten opzichte van mul zand, waardoor het breekwater van de golven omhoog wordt gestuwd.”

Wat was er die dag gebeurd? De cijfers bij dit verhaal verklaren wat we op ons strand hadden waargenomen.

In de nacht van maandag op dinsdag duikt een frontale depressie op aan de ingang van het Kanaal. Deze “kanaalrat” hangt ’s morgens vroeg al boven onze kust, passeert in de voormiddag Gelderland en zal tegen de middag Duitsland bereiken. Deze snelle passage doet het weerbeeld aan de kust ongewoon snel kantelen, van een krachtige 5 Bft zuidenwind ’s nachts naar een relatief luwe 3 Bft in de vroege morgen, waarna de wind gaat ruimen naar het NW en tegen de middag stormkracht 10 Bft bereikt. Na de middag zal de kracht geleidelijk afnemen tot 7 Bft in de avond. De golfhoogte gaat uiteraard in dit verhaal mee en stijgt van 70 cm in de vroege morgen naar 3 m tegen de middag, om in de namiddag naar 2 m af te zwakken.
Voor de kustveiligheid is uiteindelijk de opstuwing van het zeeniveau van belang. Die dag was er een hoogwater voorzien van 4,87 m om 12u40. De storm veroorzaakte een maximale opstuwing van 1,30 m in de loop van de voormiddag, die tot 0,80 m terugliep tegen het tijdstip van hoogwater. Daardoor werd het harmonische peil tot 5,67 m opgestuwd. Tel daar 1 meter bij voor golven, en we komen op de 6,67 m die we in De Panne vaststelden.

Gelukkig was dit een storm die maar een half etmaal op volle kracht toesloeg, en dus geen echte stormvloed. Maar toch genoeg om ons geloof in ons brede, veilige strand aan het wankelen te brengen. Wat zou er gebeurd zijn indien diezelfde storm 2 tot 3 etmalen lang had gewoed, zoals die keer in 1953? Ondertussen werd ons strand in 2011 verhoogd om toekomstige stormvloeden verder van de wandeldijk weg te houden, en werd ons geloof in ons brede en veilige strand in ere hersteld.

Het voorziene voorjaarsspringtij in 2015

Om nu de heisa in de Franse pers beter te kaderen, zullen we er eens de cijfers bijhalen. De voorspellingen voor Nieuwpoort geven volgend beeld:
(noot: alle cijfers t.o.v. TAW, het Belgische basispeil)

21/02 eb (-0,23m) om 05u24
21/02 vloed (+5,24m) om 14u32
21/02 getijhoogte van 5,47 m
23/03 vloed (+5,23m) om 02u31
23/03 eb (-0,59m) om 09u23
23/03 getijhoogte van 5,82 m

Let wel, dit zijn de harmonische getijden, die volgen uit de astronomische omstandigheden. Deze cijfers houden geen rekening met weers- of klimaatinvloeden.
Vergelijk dit even met het vloedpeil van 4,87 m in februari 2009. Indien ons op 23 maart een gelijkaardige storm zou overvallen als toen, zou het waterpeil aan de rampe 36 cm hoger oplopen, en dus nog steeds ruim een meter onder het niveau van de wandeldijk blijven. De dijk bij de slufters zal dan uiteraard helemaal onder water verdwijnen, maar dat zijn we ondertussen al gewoon.

In Frankrijk zal dan inderdaad het coefficient van 120 worden bereikt, wat betekent dat in Brest de maximale (harmonische) getijhoogte van 7,32 m zal optreden. Normaal beloopt de getijhoogte bij de nachtevening hier 6,10 m wat met een coefficient van 100 wordt gewaardeerd. Uitzonderlijk kan die hoogte oplopen tot 7,32 m met coefficient 120. De Franse Noordzeekust kent sterk uiteenlopende getijhoogtes: van 6,10 m bij Brest, over 12 m bij Mont Saint Michel tot 5,50 m bij Duinkerke. Zie bijgaand kaartje. Door het gebruik van de “coëfficiënt de marée” kan de evolutie van die lokale getijhoogtes snel worden becijferd. Maar we hebben het dan steeds over harmonische getijden, zonder rekening te houden met opstuwing ingevolge storm of verhoging ingevolge klimaatwijzigingen.

2015 Artikel DBM bis_html_m73d8ee96

(*) De hoogte van het getij is het verschil tussen vloed- en ebpeil binnen eenzelfde etmaal. Deze hoogte bereikt – onder normale omstandigheden – een maximum bij de dag- en nachtevening, dit is op 2 maart en 21 september.

(**) Voor meer uitleg over deze “coëfficiënt de maréé” verwijs ik naar volgende website: http://www.shom.fr/les-activites/activites-scientifiques/maree-et-courants/marees/coefficient-de-maree/

(***) Om deze cijfers te kaderen volgt hier een kort overzicht van “alarmerende” hoogtepeilen voor onze kust:

terugkeerperiode/ waterpeil/ historische situering

250 jaar/ 6,50 m/ situatie Vlaamse kust in 1953
500 jaar/ 6,90 m/ situatie Hollandse kust 1953
1000 jaar/ 7,00 m/ Vlaamse kustbeveiligingsplan
4000 jaar/ 7,50 m/ Nederlands kustveiligheidsplan

Interessant ook zijn de waarschuwingsniveau’s voor Oostende:

5,40 m/ verhoogde waakzaamheid
5,60 m/ stormtij kust
5,90 m/ gevaarlijk stormtij kust

Artikel ingediend door ir. Noël Hoste

Onbekend's avatar

Auteur: DE BLIEDEMAKER

"Teruggespoelde" echte Pannenoar sinds 1993. Vroeger burgerlijk ingenieur bij ELECTRABEL, later zelfstandig natuurgids. Het e-mail krantje DE BLIEDEMAKER is gestart in september 2005

10 gedachten aan “Wacht ons een katastrofale lente-equinox?”

  1. Goed dat er hier wat duiding gegeven wordt. Ik las deze paniekberichten over Duinkerke (wat toch dicht bij De Panne ligt), maar ik weet niet genoeg over kustverdediging om er iets over te kunnen schrijven. Gelukkig heeft iemand anders dat gedaan.

  2. En nog een kleine nuance : het is vooral de Franse overheid die panikeert. Onlangs werd de toegang tot verschillende zeedijken (Wimereux…) en pieren (Calais…) door de prefect (rechtstreekse vertegenwoordiger van de centrale regering) enkele dagen verboden via een “arrêt préfectoral” (maar weinig gecontroleerd en nageleefd).

  3. Op de overstromingskaart uit het Bijzonder Nood- en Interventieplan ‘Overstromingen’ voor De Panne zijn slechts beperkte maatregelen (preventief) nodig vanaf + 8.00 TAW, de dijk ligt op 8.50 m. Op andere plaatsen aan de kust zijn de problemen dan al stukken groter

  4. Dan moet de brandweer maar eens in de 17.000 jaar uitrukken richting strand… want 8,00+TAW is het opgestuwde waterpeil bij een storm met terugkeerperiode van 17.000 jaar. Daar komen dan nog golven bovenop van 7 m hoog, zodat ook De Panne dan zwaar in de problemen zou komen. Nu, in alle ernst, ons kustveiligheidsplan gaat momenteel uit van een 1.000 jarige storm met een opgestuwde hoogte van 7,00+TAW en golven van 5 m hoog. Om die golven weg te houden van de wandeldijk en te laten stuklopen op het strand werd in 2011 ons strand aanzienlijk verhoogd. Maar op vandaag zou Nieuwpoort en verder weg een deel van de polders onderlopen zolang de voorziene stormvloedkering in de Ijzermonding niet wordt gebouwd. Dan kun je je beter daarheen haasten met je mannen, Philippe!

  5. geachte José,

    Ook op 29 oktober 2015 is er hoogwater met peil 5.35 boven TAW, dus hoger dan op 21, 22 en 23 maart 2015. De hoogte van het getij wordt eveneens verhoogd door noorden- en westenwind en verlaagd door oostenwind. Als er dan eens storm opsteekt met NW wind en grote golven kan het gaan spoken. Zelf heb ik het ondervonden bij het verlaten van de haven van Gravelines bij Bft 7 met noordwester. Bij het verlaten van de yachthaven op motor had de zeilboot een snelheid van 8 knopen. Bij het verlaten van de rivier de Aa aan de zeeingang was de snelheid gedaald tot 2 knopen wegen het opstuwend effect van het zeewater in de rivier de Aa door de noordwesterwind. Nooit gedacht dat zo iets kon gebeuren!!! En in 3u.40 bereikten we Nieuwpoort; de heenreis in beter weer hadden we 7 uur nodig. Of hoe de natuur en de depressies tekeer kunnen gaan op het water. En wij tevreden dat we in een veilige haven aangemeerd waren en twee vrienden die nooit meer meezeilen… Mvrg, Luk Vangheluwe De Panne

  6. Uiteraard heeft de heer Mouton gelijk, twee keer zelfs.
    1) Naamgeving: perigeum (van geos) slaat op een baan omheen de Aarde, perihelium (van helios) op een baan omheen de Zon. Worden soms dooreen gebruikt, maar juist is juist.
    2) De Zon staat het dichtst bij de Aarde op 4 of 5 januari (waardoor de winters op het noordelijk halfrond iets minder koud uitvallen dan de winters op het zuidelijk halfrond). Maar omdat de invloed van de Zon op de getijden op Aarde niet zwaar doorweegt t.o.v. de invloed van de Maan, is het niet belangrijk dat de Zon op 21 maart alweer iets verder weg zal staan. We hadden moeten schrijven dat de Aarde op 21 maart niet ver weg staat van het perihelium.

    Bedankt voor uw opmerkzaamheid.

    Noël Hoste

Laat een reactie achter bij noelhosteReactie annuleren

Ontdek meer van DE BLIEDEMAKER

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder