In de vorige DE BLIEDEMAKERs werd regelmatig iets gepubliceerd over de belangrijkheid van De Panne tijdens WO I. De naam van onze gemeente was internationaal bekend, niet voor gevechten, maar vooral wegens het Rode Kruis Hospitaal en het verblijf van de Koninklijke familie op de plaats “Koninklijke Villa’s” (zo door de volksmond genoemd). Hierover een eerste artikel.

De “Koninklijke Villa’s” na WO II
In de zomer van 1914 joeg de oprukkende Duitse legermacht meer dan 1,5 miljoen Belgen op de vlucht, onder hen ook de koninklijke familie. Toen de vijand Brussel naderde, zochten Albert en Elisabeth een onderkomen in het Koninklijk Paleis op de Meir in
Antwerpen. Voor alle veiligheid bracht de koningin haar drie kinderen op 31 augustus naar Engeland. Terug in Antwerpen, wachtte ze met de koning tot net voor de val van Antwerpen om de stad te verlaten. Op 10 oktober kwamen de vorsten in Oostende aan, dat toen overspoeld werd door vluchtelingen en soldaten, en namen ze hun intrek in het Koninklijk Chalet. Het werd een kort verblijf, waarbij Elisabeth zich met dokter Leopold Mélis, hoofd van de gezondheidsdienst van het leger, inzette voor de evacuatie van de gewonde soldaten. Doch, op 13 oktober zat er voor het vorstenpaar niets anders op dan het bedreigde Oostende te verlaten en de eindeloze stoet soldaten en vluchtelingen op weg naar Nieuwpoort te vervoegen. De regering vluchtte naar Sint Andresse met 2 schepen. Daar konden ze overnachten in de villa van grootgrondbezitter Benjamin Crombez op de zeedijk. Op de 13 de ondertekende Albert zijn beroemde dagorder::
“Verder zullen we niet wijken. De Fransen en de Engelsen staan vanaf nu aan onze zijde. Moge in de posities waarin ik u zal brengen uw blik uitsluitend voorwaarts zijn gericht en beschouwt u degene die het woord “terugtocht” uitspreekt zonder dat het uitdrukkelijk bevel daartoe is gegeven als een verrader van het vaderland“.
Doch, Nieuwpoort was gezien het naderende oorlogsgeweld alweer een verblijf van korte duur. Albert en Elisabeth moesten op zoek naar een nieuwe verblijfplaats, één die zich in elk geval op Belgisch grondgebied bevond. De koning wou immers als opperbevelhebber zo dicht mogelijk bij zijn troepen blijven en tegelijk voor zijn vrouw een veilig onderkomen hebben.
En zo vlucht koningin Elisabeth op 15 oktober uit Nieuwpoort en neemt haar intrek in onze gemeente, in de voorlaatste villa naar de Franse grens toe. Een dag of twee zouden ze er blijven zo dacht Elisabeth. De Panne werd meteen de laatst mogelijke koninklijke residentieplaats op onbezet Belgisch grondgebied, alhoewel de koning nog tot 26 oktober in Veurne verbleef. De villa was eigendom van de familie Maskens, die naar Frankrijk was gevlucht.
“Wij zijn als koekoeksjong in andermans nest getrokken”, schreef Elisabeth hierover met schroom in haar dagboek. Buiten alle verwachting werd deze verre van comfortabele villa de woonplaats van de vorsten voor de volgende jaren. Er was geen stromend water, geen centrale verwarming en lange tijd boden enkel carbidlampen verlichting.
Op 18 oktober barst de Slag aan de IJzer in volle hevigheid los.
Terwijl de regering en de administratie neerstrijken in het Franse Le Havre zal de villa uiteindelijk bijna vier jaar lang het onderkomen van de koninklijke familie blijven.
Lees de WIKI van DE BLIEDEMAKER >>>>
Foto’s Koninklijke Villa’s>>>>

Bron: De Standaard 17 oktober 2014
Uit de Standaard van 17 OKTOBER 2014 door Marc Reynebeau:
“..In 1914 stelt niemand Alberts positie ter discussie. Bij de Duitse agressie presenteert hij zich in het parlement meteen als ‘koning-soldaat’, hoe uitzonderlijk dat opperbevelhebberschap ook is voor een regerende vorst. De jonge koning – hij is dan 39 en nog geen zes jaar in functie – geniet een grote populariteit, niet alleen door zijn actieve rol in de oorlog, maar ook omdat hij de monarchie een nieuw, fris imago geeft. Daarbij kan het grote publiek (en dat is een historische primeur) ook kennismaken met zijn vrouw en kinderen. Het is eens wat anders, na zoveel decennia Leopold II, zoveel seks- en financiële schandalen en zoveel koninklijk cynisme.
In Antwerpen ziet Albert lang op tegen een aftocht uit de stad. Even overweegt hij de overgave, maar Elisabeth praat hem om. Niet alleen is de koning zich bewust van het drama dat de Belgen met de oorlog overkomt, voor hem staat met de machtsdrang van de Europese grootmachten niets minder dan het voortbestaan van België als zelfstandige natie op het spel.
Albert ziet zich als de incarnatie van de continuïteit van het land en blijft hameren op de diplomatieke neutraliteit, die door de Duitsers wel is geschonden, maar de garantie zal blijven voor de internationale rechtspositie van België. Zoals hij het op 4 augustus in het parlement al zei: ‘Een land dat zich verdedigt, dwingt ieders respect af. Dat land gaat niet ten onder.’
Naarmate de oorlog vordert en meer grondgebied bezet raakt, houdt hij daarvoor slechts één instrument meer over, het leger. Als dat verplicht zou zijn om zijn toevlucht te zoeken in Frankrijk, zou het niet alleen zelf zijn onafhankelijkheid verliezen, maar België al evenzeer. Maar dat leger is uitgeput en gedemoraliseerd en verloor al ruim de helft van zijn effectieven.

Waar even later de oorlog zal vastlopen in de loopgraven en een klein stukje België uit de Duitse greep blijft, ziet Albert de kans om die symboliek tot een sterkte te maken. Over veertig kilometer neemt het leger defensieve posities in. ‘Tot nog toe stond gij alleen in deze reuzenstrijd’, zo spreekt de koning op 13 oktober zijn soldaten toe. ‘Thans staat gij aan de zijde der dapperen Franse en Engelse legers. Het is uw plicht door uw hardnekkigheid en dapperheid waarvan gij zo veel blijken hebt gegeven de faam van onze wapens hoog te houden. ’s Lands eer staat op het spel. Blikt de toekomst met vertrouwen tegemoet. Strijdt met moed. In de stellingen waar ik u zal plaatsen zullen uw blikken zich alleen voorwaarts richten en iedereen aanzien als landverrader die het woord aftocht zal uitspreken alvorens daartoe het uitdrukkelijke bevel gegeven zal worden.’In zijn voorlopige militaire hoofdkwartier in Veurne ontvangt Albert op 16 oktober de Franse generaal en latere opperbevelhebber Ferdinand Foch. In zijn eentje; regeringsleider Charles de Broqueville moet buiten bij de deur wachten. Hij kan Foch ervan overtuigen dat het Belgische leger wel degelijk de strijd zal voortzetten, maar dat een Frans tegenoffensief de druk op de frontlijn moet verlichten.
Zo bezegelt de koning de samenwerking met de Fransen en wat later met de Britten, en wel als gelijke, als opperbevelhebbers onder elkaar. Hij zal zich in de loop van de oorlog wel van hen onderscheiden door ‘zuinig’ te zijn op zijn soldaten. Geregeld weigert hij om hen in te zetten voor geallieerde offensieven waarvan hij het militaire nut niet inziet. Voor een koning zijn mensen ook politiek belangrijker dan voor een professionele militair…”
Het beeld van de ‘koning-ridder’ werd een feit en snel voegt dat van Elisabeth als ‘koningin-verpleegster’ zich erbij. De mythe toont haar nut in de internationale propaganda, maar wordt vooral een focus voor de nationale oorlogsinspanning, zowel aan het front als in bezet België.
Wordt vervolgd


Beste José,
prachtig artikel! Maar wist je dat er momenteel op FB ook een aflevering loopt over WOI in De Panne?
https://www.facebook.com/pages/WO-I-Dagboek-De-Panne-14-18/755462697855272
Mvg,
Rudy
Inderdaad Rudy. Was ik vergeten. Zal de Link leggen in het vervolgartikel
Knap gedaan José, vol spanning kijken we uit naar je volgende aflevering! Ik kijk alvast eens in mijn documentatie en notities wanneer de mooie foto’s genomen werden. Van de laatste waar Prins Leopold op voorkomt heb ik trouwens een goede omschrijving!