Het was voorzien om tijdens een vroege, zonnige lentedag eens kennis te maken met de opnames van de Eén-serie “In Vlaamse velden”. Maar het werd een bezoek tijdens een late, gure winterdag. (artikel opgestuurd door Johan Dhaenens)
De opnames vonden plaats bij een temperatuur van -2 graden en dit in een loopgraaf-enscenering. Acteurs met de voeten in de koude modder, de technici ongemakkelijk in heel dikke kledij. Onmiddellijk naast de opnameset, gelukkkig een warme kan met koffie.
En wij daar rondlopend, ons inbeeldend dat ook wij deel uitmaken van……………
De tiendelige fictiereeks “In Vlaamse velden” wordt geproduceerd voor de VRT door het productiehuis Menuet, en wordt vanaf december 2013 uitgezonden op Eén. De cast bestaat oa uit enkele bekende acteurs zoals Barbara Sarafian, Wim Opbrouck, Lize Feryn, Mathieu Sys en Wietse Tanghe. Het geheel wordt geregiseerd door Jan Matthys.
Het verhaal gaat over de Gentse familie Boesman die probeert te overleven tijdens de eerste wereldoorlog. Vooral de 15-jarige dochter Marie staat centraal, maar ook de ouders en totaal van karakter verschillende broers tekenen het verhaal. Feit is dat deze familie na de oorlog, niet meer dezelfde is als ervoor.
Ook de provincie West-Vlaanderen is in het project gestapt en doet (letterlijk) een duit in het zakje. Doch er is niet alleen de financiële en materiële steun, de provincie coördineert samen met het productiehuis Menuet ook het figurantenproject. Tevens wilt de provincie zich opstellen als een waardig gastheer voor de filmmedewerkers.
Een groot aandachtspunt van de provincie West-Vlaanderen is de lokale verankering van dit project. 100 jaar geleden was het immers hier in onze contreien dat een groot stuk van de wereldgeschiedenis zich heeft afgespeeld.
Dat er voor deze serie ook wel scènes op het oorlogsveld worden uitgezet, zorgde tijdens de voorbereiding voor heel wat kopzorgen. Waar vind je nog een omgeving die hiervoor passend is?
Uiteindelijk werd gekozen voor het braakliggend terrein van de gesloopte suikerfabriek in Veurne. Hiervoor diende dan wel 400 vrachtwagens, goede kleigrond aangevoerd te worden en daarin de loopgraven gegraven. Met de hulp van wel 180 leerlingen van 10 verschillende scholen werden zo’n 6000 zandzakjes gevuld en op hun plaats gelegd en honderden meters prikkeldraad gespannen. Met twee brandslangen wordt het terrein van zo’n 50 m op 60 m nat gespoten zodat het nog de echte modder lijkt van honderd jaar geleden.
Iets verderop nog een tweede terrein met loopgraven, iets kleiner van oppervlakte, doch ook iets intiemer, hier worden de opnames in de tweede linie opgenomen. Een luide stem roept ons op tot stilte, men draait….. Actie: …. heel stil horen we de conversatie tussen twee soldaten in het typische blauwe uniform van het Belgisch leger in het begin van WOI
Dan cut….. ‘Heel goed, fantastisch gedaan’ horen we de regisseur aan beide acteurs zijn schouderklopje meegeven. De fotografen krijgen vijf minuutjes om enkele shots te nemen, dit terwijl zij en ook de acteurs in 20 centimeter modder staan…
Als je thuis zo’n serie bekijkt op tv, of in een zaal een film meepikt, besef je eigenlijk niet goed wat daarvoor allemaal nodig is. Mensen, materiaal, terreinen, catering, afspraken…
Het is moeilijk om zich dat voor te stellen. Je wordt op zo’n set rondgeleid en dan kom je bij de kleedsters je ziet en hoort wat een enorme hoeveelheid uniformen men nodig heeft, tja blijkbaar is tijdens die eerste wereldoorlog ook wel de uniformmode gewijzigd. Van het opvallend blauwe Belgische uniform in het begin, naar later dan het kaki (volgens Engels model) wat natuurlijk minder opviel en veel veiliger was.
Er zijn nog niet zoveel series of films geweest over de Belgische militairen tijdens de eerste wereldoorlog, zodat er ook niet veel uniformen of accessoires voorhanden zijn. Dus mag je die laten maken. Ach opnieuw een probleem, die zijn nieuw en moeten er uitzien alsof ze al jaren zijn gebruikt op het slagveld, dus met alle mogelijke middelen een spoed-verouderingsproces.
Tijdens het bezoek zie ik daar een man, de vlekken op een uniformjas uitwassen, of dat dacht ik toch; het is niet de vlekken uitwassen, maar er nieuwe slijkvlekken op aanbrengen waarmee hij bezig is….Daarnaast zijn er nog allerhande voorzieningen, ik denk aan de wapens die deze soldaten gebruiken. Ze moeten echt zijn ( of toch bijna) maar mogen toch geen gevaar opleveren. Met echte munitie beginnen schieten is inderdaad niet toegelaten….
Bajonetgevechten waren in deze oorlog toch redelijk frequent; dus ook bij de opnames, maar weliswaar met bajonetten in rubber
De bijzondere effecten worden ofwel onmiddellijk ter plaatse, bij de opname gebruikt, ofwel achteraf digitaal bijgevoegd. Blijkbaar moet men steeds afwegen wat visueel het mooist is, en wat praktisch en financieel mogelijk is. Voor de kijker moet het waarschijnlijk steeds heel spectaculair zijn.
Wat me vooral tot nadenken stemt, is dat alles vooraf volledig is uitgeschreven Niet alleen het scenario en de dialogen, maar ook elk klein detail; een rookwolkje hier, het geluid van een machinegeweer daar. Kortom alles is voorzien.
De opnames in Veurne zijn maar één onderdeel van het totaalpakket. Vorig jaar zijn er al enkele maanden opnames geweest. Dit dan vooral in het stadskasteel Rodenbach-Mergaert in Roeselare. Na Veurne zijn er nog opnames gepland. Zo gaat men oa nog naar Diksmuide om te filmen langs de oevers van de Handzamevaart, ook zijn er nog opnames gepland op het strand van Oostduinkerke en natuurlijk ook nog langs de frontzate te Nieuwpoort. Het einde van de opnames is voorzien voor 30 juni. Dan volgt nog het ultieme samenstellen van de reeks, zodat eind dit jaar deze serie een begin is van de honderdjarige herdenking van “de groote oorlog”.
Vooral het feit dat deze serie kan gezien worden in het licht van de herdenking van de eerste wereldoorlog in de periode 2014-2018 heeft de provincie West-Vlaanderen ertoe aangezet hierin te participeren.
Enerzijds omwille van de 600000 slachtoffers op Belgische bodem, waarvan 90% in deze provincie
Anderzijds verwacht men dat in deze periode maar liefst zo’n 2,5 miljoen bezoekers naar West-Vlaanderen zal komen.
In het kader van de herdenking van deze grote wereldbrand, zet de provincie zich ook in om de infrastructurele ontsluiting van erfgoedsites te bevorderen, denk daarbij maar aan :In Flanders Fields (Ieper), het bezoekerscentrum bij de begraafplaats Lijssenthoek (Poperinge), het monumentale en landschappelijke erfgoed van de slag van Passendale (Zonnebeke) de actualisering van de IJzertorensite (Diksmuide) en de bouw van een bezoekerscentrum aan de Ganzenpoot (Nieuwpoort)
Wellicht zullen de gewone inwoners van de kustprovincie, zich tijdens de vier volgende jaren massaal omringen met deelnames aan herdenkingen, bezoeken aan oorlog-erfgoedsites en de gespecialiseerde musea.
Maar tevens kijken naar de vele bezoekers vanuit alle hoeken van de wereld, die hier op die luttele vierkante kilometers een stukje geschiedenis van hun voorvaderen komen herdenken.
Door Johan Dhaenens
Nog een filmpje van Jacques Lecleire op Westhoek.be
en een fotolink>>>
PANNESPROKKELS:(wordt permanent bijgewerkt)












Hallo,goede verhalen en dito foto,s.
Een erg mooie site en ik blijf graag op de hoogte over west Vlaanderen en met name De Panne
met vriende lijke groet, Pieter van Tilburg.
Nederland
Hallo,
Kan men het decor of site na de opname van de film gaan bezoeken in Veurne?
G
Belinda
Als ik de foto’s van die (nagemaakte) loopgraven zie, denk ik aan mijn vader, die vier jaar aan het Yzerfront heeft meegemaakt. Maar over de miserie sprak hij weinig. Hij hield het meestal bij enkele anecdoten tussen de miserie en verveling in. Zoals die Waal, die enkele woorden Vlaams kende en zijn kennis graag uitteste. Toen er een vliegtuig over de frontlijn scheerde, riep hij tot mijn vader: “Kijk, Vanhoek, een vleesmachien”. Neen, zei mijn vader, een vliegmachine. Twee dagen later was het weer een vleesmachien. Toen heeft mijn vader het maar zo gelaten.
Als antwoord op de vraag van Belinda; het stadsbestuur Veurne biedt de mogelijkheid om site te gaan bezoeken op 30 en 31 maart van 10 tot 16 uur. er zullen ook geleide groepsrondleidingen gehouden worden, Zuidburgweg 150 (parkeren op stationplein)
inkom 2 euro
Bedankt voor de reacties.
Hopelijk kunnen de toeristen deze zomer ook de site bezoeken…
Belinda, zie: http://www.veurne-spreekt.be/bezoek-de-wo-1-filmset/#.UUdl7hcVGM8
Camiel Vanhoucke heb ik gekend als “schoolmeester” van het 2e studiejaar in de “meesterschoole” in de Duinenstraat. Dat zijn pa ’14-’18 oorlogsveteraan was wist ik niet. Mijn grootvader, Joseph Recour, was ook
betrokken bij WO1. Zijn vader en kroost waren gevlucht van LO naar De Panne, nadat hun huis er verwoest werd door een Duits bombardement. Mijn grootvader was een bakkersgast maar wilde niettemin als vrijwilliger ingelijfd worden. Geboren in 1899 was hij echter te jong, maar uiteindelijk is hij toch in 1916 erin geslaagd en werd wat dacht je ingedeeld bij het “Peleton Bakkerij”.
Date: Sun, 17 Mar 2013 10:16:21 +0000 To: annevandelaer@hotmail.com
Mooie reportage over “In de Vlaamse velden”, maar mijn waardering gaat nog meer uit naar de binnenopname in de Minerva… weliswaar van na de m.i. architecturaal minder geslaagde verbouwing voor CinemaScope van de vroege jaren ’50. Misschien krijgen we nog eens een foto te zien van de originele toestand, met het boogvormige art déco podium en dat donkerrode gordijn die bij de bouwstijl perfect aansloten?
En wat met de City en de Vieux Bruxelles, hopelijk bestaan daar ook nog foto’s van.