Louis XIV en Jan Baert staan hier mooi afgebeeld op het kleurrijke glasraam in het stadhuis van Duinkerke. Alle bezoekers zijn vol lof over het kunstwerk dat ze te zien krijgen. De Parijse glazenier Felix Gaudin realiseerde dit van 1899 tot 1901 naar de ontwerpen van ene Victor Tardieu. Maar wie heeft de fouten gemaakt: Gaudin of Tardieu. Onze historicus en Duinkerkekenner Jacques Bauwens stuurt onderstaande tekst op naar DE BLIEDEMAKER.
Op het stadhuis kregen bezoekers vorig jaar (2011) nog een fotokopie waarop het glasraam in volle glorie prijkt. Mooi, maar de begeleidende tekst is helaas een al dan niet bewuste misleiding:
‘Le vitrail célèbre le retour à Dunkerque de Jean Bart après sa victoire du Texel. Situé au centre du vitrail Jean Bart, le corsaire héroïque, est reçu par les autorités de la Ville au pied des fortifications de Vauban’.
- (…) au pied des fortifications de Vauban (…)
Sinds het huwelijk van Margaretha van Male met Filips de Stoute in 1384 was Duinkerke binnen de Bourgondische invloedsfeer gekomen. In die tijd groeide de kleine vissershaven en werd een belangrijk commercieel centrum. In 1400 liet Robert van Bar, heer van Duinkerke, toe dat er tegen Engelse invallen een nieuwe stadsmuur zou worden gebouwd. Het werd een omwalling met acht toegangspoorten en achtentwintig halfronde torens. Dat werk kwam in 1406 klaar en heel vermoedelijk werd de toren de Leughenaer toen ook opgetrokken. Over de uiteindelijke bestemming van deze toren, die op een tweetal meter vóór van de eigenlijke muur stond, heeft men geen zekerheid. Evenmin door wie en waarom deze naam gegeven werd.
De middeleeuwse stadsmuur op het glasraam werd zeker niet onder het toezicht van Vauban gerealiseerd. (Vauban is maar geboren in 1633. Zie ook realisaties Vauban op Wikipedia>>>) Daarentegen stamt de in het midden van het glasraam afgebeelde stadspoort of Noordpoorte wel degelijk uit de tijd van Lodewijk XIV. Deze gaf toegang tot de achterhaven of vandaag ‘Le bassin de commerce’. De kade heet ook vandaag nog ‘Quai des Hollandais’. De naam verwijst naar de aldaar in dichte rijen aangemeerde graanschepen die door Jan Baert op de Hollanders heroverd werden in 1694 en die Frankrijk hielpen om een hongersnood de baas te worden. Deze Noordpoorte heeft de afbraak van de stadsmuur overleefd en werd op een binnenkoer achter het stadhuis – jammer genoeg iets teveel uit het oog – weer opgebouwd.
De vlag van de stad telt drie witte en drie blauwe banen. Ze werd tot aan de Franse Revolutie door de Duinkerkse marine gehesen. Het ergert lokale historici nog steeds dat de glazenier de fout maakte door bovenaan met een blauwe baan te beginnen.
- (…) au centre du vitrail Jean Bart, le corsair héroïque, est reçu par les autorités (…)
In oktober 1662 verkocht de Engelse koning Karel II Duinkerke voor vijf miljoen pond aan Lodewijk XIV. Al op 2 december arriveerde de Zonnekoning in Duinkerke en woonde in de Sint-Elooiskerk een Te Deum bij om dit retour à la patrie luister bij te zetten.
In 1665 besliste Lodewijk XIV om de oude omwalling te herstellen en tussen 1669 en 1686 werd het handelsdok gegraven. Om verzanding van vaargeul tegen te gaan besloot Vauban om de haven te vergroten en een kanaal dwars doorheen de zandbank ‘t Scheurken te laten graven. Deze zandbank, pal voor de haven, had Hollandse en Engelse oorlogsbodems steeds verhinderd om de kleinere kaperschepen tot diep in de haven te achtervolgen.
Vauban kreeg van zijn vorst vijf jaar om van Duinkerke een onneembare vesting te maken. Hiertoe liet hij o.a. op het strand zes fortjes optrekken; telkens drie aan weerszijden van de nieuwe havengeul omdat nu vijandelijke oorlogsbodems konden binnenvaren. Op de ruïne het grootste van die fortjes werd later de huidige vuurtoren opgetrokken. En ten noorden van het Bassin de Commerce liet Vauban een citadel bouwen. De aanleg van de fortificaties rondom de havenstad kostte enorm veel geld, zodat Lodewijk in de jaren 1667, 1670 en 1680 op inspectie kwam. Vauban was buitengewoon trots op zijn realisatie en schreef: “Er was alleen water en zand”. Toen het werk klaar kwam, was Duinkerke de hoeksteen van de Franse noordelijke grenslinie of Pré Carré geworden.
Toen de Zonnekoning op 27 juli 1680 in de stad was, haalde de verantwoordelijke minister Colbert een stunt uit. Hij liet de L’Entreprenant, een prachtig schip met 94 kanonnen in de haven maneuvreren. Lodewijk was hierover enthousiast, maar hij wist niet dat er heel wat kanonnen weggenomen waren omdat het schip erg diep in het water lag en anders dreigde vast te lopen. De vorst was zo tevreden dat hij – volgens de overlevering – verklaard zou hebben dat “er op de hele wereld geen mooiere plek dan Duinkerke is”. Waarvan akte!
In het Parijse Musée de la Marine hangt een grandioos schilderij ter herinnering aan deze dag. Glazenier Gaudin en de ontwerper Tardieu hebben zich op deze prent laten inspireren. Hierdoor staat op het glasraam koning Lodewijk XIV in zijn goudgele pak centraal, moet de held Jan Baert zich tevreden stellen met een plaatsje in een sloep uiterst rechts. Heel erg triomfantelijk was die ‘retour de l’héroïque Jean Bart’ dan toch weer niet..!.
Verder hoort het achterkasteel van het afgebeelde schip zeker niet bij een kaperschip. De zeeslag bij Texel had op 29 juni 1694 plaats. Baert had het met zes kleine schepen moeten opnemen tegen acht Hollandse oorlogsbodems. Vermoedelijk is hij in Duinkerke gearriveerd met een haast aan flarden geschoten schip. Op het glasraam zijn echter masten en tuigage van zijn kaperschip (?) wonder boven wonder intact gebleven. Bij de thuiskomst van onze Jan was Lodewijk niet eens in Duinkerke om hem te feliciteren en hij zou ook niet meer komen. Het duurde nog tot 1696 vooraleer Baert in de adelstand verheven en tot eskadercommandant bevorderd werd. Deze titel was – net zo min als voor zijn zoon Korneel die viceadmiraal werd – niet weggelegd voor een jongeman van eenvoudige afkomst. Om admiraal te worden, moest je toen wel heel donkerblauw bloed in de aderen hebben.
Jan Baert en zijn tweede vrouw Maria Jacoba Tugghe staan op hun grafsteen tegen het hoogkoor van de Sint-Elooi als Jean Bart en Marie Jacqueline Tugghe vermeld. In het huwelijksregister van de Sint-Elooiskerk heeft het echtpaar in 1689 onder een weliswaar Franse tekst hun namen gezet: hij tekende met ‘Jan Baert’ en zij met ‘Maria’. Baert is een familienaam die in de Westhoek meer voorkomt. Dat Bart voor Nederlandstaligen een voornaam is, is een Fransman nu eenmaal onbekend.
Jacques Bauwens
PANNESPROKKELS:(wordt dagelijks aangepast)
– Vuilnis op privé terrein in de Meeuwenlaan is eindelijk opgeruimd (werd hier aangeklaagd). Volgende week komt het schepencollege ter plaatse om een oplossing te bedenken voor de hinder van de laad en losactiviteiten van sommige winkels in de Zeelaan
– De werken voor de nieuwe brug over het kanaal starten op 3 september






Als het historisch allemaal zo juist moet zijn.
http://nl.wikipedia.org/wiki/Jan_Bart
Wat schrijft men: Jean Bart, Jan Baert, Jean Baert, Jan Bart ? 😉
Jacques is voorzitter van de Gidsenkring Westhoek en kan zich dus geen fouten permitteren. Zijn bijdrage over WO II in De Panne in het boek van Hans is ook zeer gedetailleerd met mooie foto’s van tijdens en na den oorlog.
Het artikel van Jacques zegt dat de kaper zijn huwelijk ondertekend heeft met JAN BAERT (zie onderaan)
Inderdaad. Maar de Fransen schrijven op zijn standbeeld Jean Bart.
En “Sa langue maternelle est le flamand” volgens de Franstalige wikipedia
http://fr.wikipedia.org/wiki/Jean_Bart
Heeft allemaal wel weinig belang. Is gewoon interessant voor mensen met teveel vrije tijd ?
Mooi en interessant artikel.
Heb dit artikel aandachtig gelezen, en behoor nochtans niet tot die groep met veel vrij tijd.
Puur uit interesse.
Ik hou van onze streek en haar geschiedenis.
Vincent Deconinck
les 4 orthographes sont correctes, mais il s’agit d’un corsaire et non d’un pirate
Dat klopt. Baert was een kaper (Frans: corsaire) en geen piraat, zeerover, zeeschuimer, vrijbuiter (Frans: pirate). De kapers voeren met een legitimatie van hun vorst om alleen (!)schepen van de vijand (dus niet van andere staten) aan te vallen. Lodewijk XIV gebruikte de kapers als het hem goed uitkwam. Uiteraard was het grote verschil tussen kapers en de marine dat de discipiine en tucht op kapersschepen niet dezelfde waren als bij de nationale marine. Het is een feit dat veel mensen geen onderscheid maken tussen een kaper en een piraat. Kapers hesen ook geen vlag met een doodshoofd.
In mijn kort artikel is de naam van Jan Baert niet het belangrijkste. Wel hoe de stad Duinkerke niet erkent dat het prachtige glasraam geen verheerlijking is van hun Jan/Jean, maar wel van de Zonnekoning.
Als ik goed kan tellen, zal het op 2 december 2012 350jaar zijn dat Louis XIV in Duinkerke kwam om dit “retour àla patrie” te vieren. Zijn er feestelijkheden voorzien in Duinkerke ?
Toch interessant te zien hoe historische figuren graag worden “gekaapt” ten eigen voordele.
Jan Baert wordt voor de Fransen een “Jean Bart” en voor ons “Jan Bart”.
Een beetje historische kennis Jacques ( bedankt) helpt ons wel om iets in het juiste perspectief te zien.
Hier een link naar de geboorteakte van Jan Baert Lees>>>