
Ingang oorlogsmuseum (foto: F. Penel)
Iedereen is reeds vertrouwd met de tank aan de ingang van het IWVA gebied Cabour. Daar opent einde dit jaar het oorlogsmuseum van De Panne.
In deze oude duinen werd verleden week-end het oorlogspectakel “Cabour-1940” nagespeeld. De belangstelling was zeer groot. Zaterdag telde men 1.000 bezoekers en zondag 1.300.Zondag om 11 uur waren was er een ingetogen plechtigheid aan het monument van de ontscheping “Operatie Dynamo”, de evacuatie van Franse, Belgische en Britse soldaten van Duinkerke naar Engeland,(28 mei – 4 juni 1940). De Engelse veteranen waren zeer geëerd met de defilé’s van de militaire figuranten van de diverse legers (alleen de Duitsers mochten niet optreden (flauw)).

Huldiging Operatie Dynamo

Huldiging Operatie Dynamo
Ook de andere militaire begraafplaatsen werden aangedaan. Hier het Tsjechisch kerkhof

Kromfortstraat
Intussen werd in de oude duinen van Cabour de Tweede Wereldoorlog nagespeeld. Belgische, Duitse, Franse en Britse soldaten namen het domein in. Het domein Cabour biedt immers een ideaal kader aan voor een dergelijke evocatie. Sporen van de wereldoorlogen – onder meer 2 intacte beschermde bunkers – zijn er nog duidelijk aanwezig. Terzelfdetijd hebben de bezoekers kunnen kennismaken met dit uniek natuurgebied en in het bijzonder met het nieuwe wandelpad dwars door het domein. Dit pad werd recent ingehuldigd en is het ganse jaar open voor het publiek.

Natuurwandelpad Cabour
Hier kon je zowel Belgische, Franse, Engelse en Duitse soldaten zien vechten in alle vriendschap
Ze droegen originele uniformen en de wapens en ook hun voertuigen en ander oorlogsmaterieel waren authentiek.


Daar komt de vijand
Maar ook was er aandacht besteed aan het kampleven.

De soldaten hebben daar "echt" geslapen

De Franse geschutsbunker werd ingenomen door de Duitsers

Soms was het leven ook romantisch tijdens den oorlog

Liever hier niet moeten stoppen
Alhoewel Cabour in WO I een militair hospitaal was, toch mochten de verpleegsters van de Rode Kruis Ambulance l’Océan hier ook aanwezig zijn.
(naar ’t schijnt waren dat vooral jonge lekenverpleegsters uit Engeland, Amerika en de Scandinavische landen)
De evocatie ging uit van de Werkgroep Museum Cabour WO II, op vraag van het Salient Remembrance Detachement-1940 living history, bekend van historische tv-opnames over de
Nog mooi fotomateriaal kunt u vinden op volgende 2 fotoalbums:
Album Freddy Penel Kijk>>>>
Album Guido Mahieu, Jacqueline Vandenhende en De Bliedemaker Kijk>>>>
Album Guido Mahieu Kijk>>>>
En ook het onderstaand FOCUS filmpje niet vergeten
Proficiat aan de hoofdorganisatoren Guido Mahieu en Norbert Desiere!
De grote belangstelling zal hen vernieuwde moed geven om verder te “vechten” voor hun oorlogsmuseum: stand van zaken Lees meer>>>>
- Klik op foto voor het FOCUS filmpje en Start
Voor degene die een historische documentaire wille zien



Toch jammer dat de Duitse ploeg niet mocht aantreden! Voorafgaand waren er zelfs contacten met de Engelse aalmoezenier die er helemaal géén bezwaar tegen had dat de duitse équipe ook zou opkomen. De weigering bestempelen als flauw is wel een beetje kort door de bocht ! Een van de initiatiefnemers Alain Fontaine, stelde zich héél categoriek maar kleingeestig op en lag aan de basis van de uitsluiting van de Duitsers. Men moet kunnen vergeven, maar daarom zijn we het nog verre van vergeten. Het is één van de bloedigste pagina’s uit onze geschiedenis die blijvend onder de aandacht dienen te staan. Zonder uitsluiting van gelijk welke bevolkingsgroep dan ook. Dergelijke reactie is totaal ongepast in het Europa anno 2011.
Ook de voorziene speech van Schepen Serge Vandamme was niet welkom !
Ik vraag mij eigenlijk af, waarom de Duitsers niet welkom waren op de plechtigheid. En ik kan het immers niet begrijpen, dat het juist door één persoon is gebeurd. Wie is de baas in een gemeente, het schepencollege, of die ene persoon. Met alle respect voor de Vaderlandslievende verenigingen, en Leslie Jr. Verpoorte, U heeft groot gelijk, dat zoiets, anno Europa 2011, nog gebeurd, vind ik een echte schande.
Zie ook berichtje op Westkustmagazine “Cabour 1940: “den Duits” niet welkom” Lees>>>
Belachelijk dat de Duitsers niet mochten aanwezig zijn op de plechtigheid. Voor mij was dat een reden om niet te komen (al zal daar wel niemand van wakker heben gelegen).
Dit is warm en koud blazen zoals het nog nooit is vertoond. Ze mogen wel aanwezig zijn op Cabour, met een zeer knap uitgebouwde stelling, zoals ik zaterdag mocht ervaren. Zeer veel materiaal werd tentoongesteld. Die mannen waren uiterst vriendelijk en op alle vragen werd een degelijk antwoord gegeven.
Een pluim voor Cabour, wat de plechtigheid betreft: geleieve eens verder tekijken dan je nues lang is!
Dit zei Gerhard Schröder als eerste bondskanselier die uitgenodigd werd bij de herdenkingen in Normandie in 2004: “Wij in Duitsland weten wie zich schuldig gemaakt hebben aan de oorlog. Laten we deze herdenkingsdag gebruiken om ons vredeswerk voort te zetten.”
In De Panne zijn we daar dus duidelijk nog niet aan toe. Ondertussen investeert de dienst van toerisme centen om duitse toeristen naar hier te lokken en proberen wij onze kinderen vergiffenis en verdraagzaamheid bij te brengen.
De Duitser toeristen zijn welkom, in de hoop dat ze wat eurootjes spenderen in De Panne.
Vredesgedachte, verzoening en vergiffenis staat hier mijlen ver vandaan.
Erg betreurenswaardig op zijn zachtst uitgedrukt. En enorm hypocriet. De Duitse toeristen hun geld is meer dan welkom, maar hun gesneuvelden herdenken, neen dat kan dan weer niet.
Vreemd, de Britse(echte)veteranen, zelfs de Duikerke veteranen, vonden het jammer dat de Duitsers niet mochten komen (in uniform). Hadden ze het geweten, dan zouden ze naar Cabour zelf gekomen zijn weerklonk het zelfs!
Blijkbaar staan de Britse oudstrijders en vaderlandslievende verenigingen veel verder dan de bekrompen Vlamingen
@Kristof, ik zou maar voorzichtig zijn met die uitlating over “bekrompen Vlamingen”. De initiatiefnemer, annex ceremoniemeester is geen Vlaming van origine! Vraag is zelfs of zijn tamelijk autoritaire en bombastische stijl van ceremoniën te leiden wel gewaardeerd wordt door onze Vlaamse oudstrijders ? Een gouden raad voor eenieder van ons luister eens naar Willem Vermandere’s lied over WO I – Duizend Soldaten ! Deze tekst kan overal ter wereld gebruikt worden.
http://www.youtube.com/watch?v=J6MTbbM0sXY
Een eerbetoon aan alle vrijheidsstrijders !
Lat de boom’n nu moa zwiegen, en ‘t gras nieks vertelt !
Eerst en vooral een zeer warme proficiat aan de initiatiefnemers. Guido, Norbert, Kristof …. Het evenement in Cabour toonde een hoge graad van professionalisme en correctheid bij de verschillende groepen. De controverse rond de uitsluiting van de Duitse deelnemers aan de herdenking op de esplanade is dan ook zeer betreurenswaardig. Dit vooral omdat alles op voorhand gewikt en gewogen was, en er zich geen problemen stelden naar een serene Duitse deelname aan de herdenking. Dat één individu er dan in slaagt om de organisatie en afspraken te couperen valt dan ook zeer te betreuren. Sta mij toe om de argumentatie en de aard ervan niet verder te ventileren.
Respect verdien je door wederzijds respect te hanteren. Niet door om het luidst te kraaien.
Ook de rol / standpunt van het gemeentebestuur is hier en in het hele Cabour verhaal zeer onduidelijk en troebel. De publiciteit, technische/ politieke ondersteuning en aanwezigheid was zacht uitgedrukt “zeer schraal” en weerspiegelt blijkbaar de toestand rond het geplande museum op de site. Ik denk dat het hoog nodig tijd wordt (nog voor het bolletjesfeest van 2012) dat men eens eenduidig kleur gaat bekennen. Wil het gemeentebestuur de site Cabout gaan opwaarderen, exploiteren en er het geplande museum vestigen? Of laat met de voormalige collectie van R. Moeyaert (collectie WOII materiaal aangekocht voor een aardige duit) verder wegrotten en beschimmelen op de niet nader te vernoemen locatie waar het nu gestockeerd wordt.
Het unieke evenement van het voorbije weekend is zeker voor herhaling vatbaar, en geeft een zeer groot groeipotentieel. Alles hangt en staat bij het standpunt van het gemeentebestuur. Hopelijk wordt snel ingezien wat een pareltje Cabour is en wat de mogelijkheden zijn, ook op cultuur toeristisch vlak. De Panne is meer dan Plopsaland, badkarren en Franssprekende obers. De Panne is ook cultuur, geschiedenis en cultuurhistorisch erfgoed. … En vooral De Panne was Operatie Dynamo…. voor iedereen.. Belgen, Fransen, Britten .. en Duitsers. “Remember them”
Dat bekrompen naargeestig kereltje zou beter een voorbeeld nemen aan de Britse veteranen, die wel weten te vergeven…. En de mensen die levende geschiedenis brengen, daar kan verbroederen met onze “Deutsche Kameraden” zonder enig probleem of vooroordeel, want wij streven allen het zelfde doel na….herdenken, beleven en educatie op een correcte manier….
Persoonlijk heb ik geen militaire dienst moeten doen wegens broederdienst en vader krijgsgevangen geweest. Toen mijn vader gemobiliseerd was, woog hij 95 kg en toen hij na drie maanden krijgsgevangenschap vrijgelaten werd, woog hij nog 45 kg. en waren verschillende van zijn vrienden in het kamp gestorven.
Als kind werd mij dan ook de gruwel van de oorlog goed ingepompt.
Anderzijds heb ik in mijn kennissenkring gepensioneerde militairen en rijkswachters. En ik begrijp wel dat het bestuderen van veldslagen en de militaire tactieken en strategieën boeiend kan zijn. En dat men de oorlog ook niet moet doodzwijgen enz.
Sociale geschiedenis interesseert me wel.
Daarom ben ik ook gaan luisteren toen prof. Defoort naar De Panne kwam spreken. Ook een beetje omdat ik me de vraag stelde wat een prof. gynaecologie over de oorlog zou vertellen. Zijn (Vlaams gezinde) uiteenzetting was zeer interessant. De anekdote dat dr. Lepage in feite een boerenzoon was uit het toen nog Vlaamse Watermaal-Bosvoorde was raak (tuez cette bête ! – voor een vlieg in de operatiezaal) en hoe hij langs de Solvay’s en zijn echtgenote bevriend werd met het Koningshuis.
Ook de na-ijver tussen het Rode Kruis (L’Ocean) en de militaire hospitalen (Cabour; Clep in Hoogstade met dr. Willems) werd duidelijk enz.
Ook de uiteenzetting van Frank Becuwe over het brouwen was interessant. Voor mij ook een stukje familiegeschiedenis vermits tijdens de eerste wereldoorlog mijn grootvader woonde op een hoeve van de baron van Proven waar een militair vliegveld werd aangelegd en hij daar ook bier heeft gebrouwd en .. in 1922 een hoevetje van 10 hectaren heeft kunnen kopen in Fortem.
Ook de vele miljoenen die minister Bourgeois nu ter beschikking stelt om de oorlog 14 – 18 te herdenken en waarvoor specifiek, kunnen toch ook vragen oproepen.
Wat o.a. Guido en Norbert in Cabour verwezenlijkt hebben, daar mogen ze fier op zijn.
Het Cabour domein is prachtig en daarvoor ook geschikt. In feite zou deze eigendom van een intercommunale van de Westhoek steeds moeten worden open gesteld voor de bevolking en meer toegankelijk gemaakt ook voor minder mobiele mensen.
Wat de Vaderlandslievende verenigingen, betreft. Ook daar heb ik weinig verstand van en weet niet hoe dat juist in mekaar zit. In de subsidielijst van de gemeente, lees ik:
N.S.a. 220,00 euro
N.V.O.K. 110,00
Politieke Gevangenen 110,00
U.F.A.C. 110,00
Ware Vaderlanders 110,00
Veteranen Koning Albert I 110,00
Geheim Leger 110,00
Comité Koningin Elisabeth 110,00
Veteranen Leopold 111 110,00
Verstandhoudingscomité 440,00 euro
P.S. ik heb ook een vriend in Adinkerke met een klare kijk op de (sociale) geschiedenis van Adinkerke tijdens de oorlog 40-44 en vooral op deze naoorlogse periode. Toen is er toch ook het een en ander gebeurd in Adinkerke maar het zal wel best zijn om dat potje gedekt te laten want pas dan zouden de gemoederen en de emoties wel helemaal eens hoog kunnen oplaaien …
Bij mijn bezoek aan Cabour en bij het zien van die Duitse uniformen, kwamen nog wat herinneringen opborrelen uit mijn kindertijd tijdens de oorlog.
In ons dorp(Wulpen) was een compagnie veldartillerie gekazerneerd. Een goeie honderd man en een paar tientallen paarden, om kanonnen en munitiewagens te trekken.
Om die paarden te stallen, hadden de Duitsers een grote barak laten bouwen en op weg naar school moesten we daar elke dag langs. ’s Morgens, voor de school begon, moesten we soms de mis bijwonen, maar in de wintermaanden was dit weinig aantrekkelijk. In die grote, koude kerk luisteren naar een latijn mummelende pastoor werkte danig op de zenuwen.
Maar we vonden er iets op. Toen we voorbij die grote paardenbarak kwamen, stond de deur op een kier. We loerden naar binnen en zagen er twee soldaten, belast met het toezicht op de paarden.Ze kregen ons in de gaten en wenkten ons naar binnen.We brachten waarschijnlijk wat afwisseling in hun eentonige job. Ze vroegen onze naam en hoe oud we waren en met de paar woorden Duits, die we hier en daar hadden opgeraapt trachten we te antwoorden.
Het was er best gezellig en de dampende paardenlijven maakten het er lekker warm. De soldaten moesten ook zorgen, dat het er netjes uitzag (zo waren de Duitsers!) en de mest werd meteen opgeruimd en in een kruiwagen gedeponeerd. Ze hadden er zelf een spelletje op gevonden…Ze stonden klaar met hun schop en telkens er een paardenstaart omhoog rees, schoten ze toe om de paardendrol op te vangen nog voor die op de grond kon vallen. Iedere maal als het lukte,triomfeerden ze als een voetballer die een doelpunt had gescoord. En wij klapten in de handen als enthousiaste supporters…En ons moeder heeft het nooit vernomen.
Helaas zijn niet alle herinneringen aan die harde oorlogsjaren even onschuldig. Maar zoals je ziet was niet alles kommer en kwel…
Dat zijn inderdaad de echte verhalen uit de oorlog, Camiel. Mijn vader die krijgsgevangen was genomen door de Duitsers, moest bij zijn terugkeer op zijn hoeve in het centrum van Alveringem aanvaarden dat er Duitsers bij zijn gezin kwamen logeren.
De hoevewoning had ook een grote graanzolder en daar sliepen de officieren. In de stallingen de gewone soldaten. En geleidelijk aan werden die Duitsers blijkbaar toch willens nillens aanvaard. Want bij die Duitse soldaten waren er ook boeren, stielmannen, bakkers enz. En sommige waren gehuwd en hadden een jong kindje of zelfs een baby die ze nog nooit hadden gezien. En als ze post kregen uit Duitsland, was er veel weemoed.
En blijkbaar waren die Duitse soldaten inderdaad correct en gedroegen ze zich helemaal niet als crapuul of als overwinaars.
En het verhaal gaat dat ze eens een feestje hebben gegeven op de graanzolder dat uit de hand is gelopen en waarbij ze de ganse nacht lawaai hadden gemaakt en dronken waren.
De volgende dag precies een invasie van legervoertuigen en militaire politie en een paar hogere Duitse officieren die korte bevelen snauwden in het Duits maar anderzijds zich zeer vriendelijk gedroegen tegen het gastgezin en het tweejarig oud kindje en zich uitgebreid verontschuldigen en zegden dat het nooit meer zou gebeuren. En mijn moeder heeft toen zelfs verzachtende omstandigheden gepleit voor de Duitse soldaten zodat hun straf werd verminderd.
Dat lijkt mij meer het echte verhaal dan 70 jaar later de Duitsers niet toelaten op een herdenkingsceremonie ..
Nog een anekdote die mij werd verteld in mijn jeugd.
Onder de Duitse soldaten die mijn ouders verplicht onderdak moesten bieden op de hoeve, waren er enkele boerenzoons. Als een koe moest kalven put in de nacht, kwamen die soldaten een handje helpen en het kalf uittrekken.
Een kalving verliep eens zeer moeizaam. Trekkracht was er genoeg maar men mag ook niet overdrijven met dat trekken en sleuren aan het kalf. Kalf lag verkeerd in de moeder en met veel moeite kon mijn vader het kalf in de baarmoeder toch wat verplaatsen, dan een beetje trekken en voelen of er beweging in kwam, dan een poot van het kalf wat achteruit duwen, nog eens een duwtje trekken enz.
Op het nippertje werd het kalf er levend uitgetrokken. Twee stoere soldaten hielden het met de achterpoten omhoog en met stro wrijven over de borstkas, begon het toch naar adem te snakken.
Maar het kalf was nog niet gered. Want een kalf dat veel vruchtwater heeft geslikt, kan de volgende dagen nog sterven. Belangrijk is dat het rap biestemelk krijgt en drinkt. De soldaten stonden zelfs ’s nachts op, om dat kalf een “klikske biestemelk” te geven. Een verwend kalf …
De soldaten vroegen regelmatig aan mijn ouders om op de foto te gaan staan. Mijn ouders waren wel voorzichtig genoeg om dat niet te doen. Maar dat kalf is zowat met iedere soldaat gefotografeerd. En die Duitsers hadden een verhaal om naar het thuisfront te schrijven. Mijn vader heeft ooit nog gezegd, gelukkig dat dit kalf reeds tot biefstukken was versneden, anders was het nog veroordeeld geweest wegens collaboratie.
In de beginjaren 50 rijdt een mooie Duitse wagen op het erf. Het was een van die boerenzoons – die ondertussen een grote hoeve in Duitsland had – die zijn familie eens wilde tonen waar hij had verbleven tijdens de oorlog en hij was het verhaal van het kalf nog niet vergeten.
Mijn ouders hebben die Duitse familie niet van het erf gejaagd maar samen wat boerenstuten gegeten en allen rond de tafel waren blij dat de oorlog voorbij was, dat ze het hadden overleefd en dat er terug wat welstand en dynamisme onder de bevolking kwam.
Als ik vandaag in het Wekelijks Nieuws lees: Het is nog te vroeg. Er zouden mensen problemen kunnen hebben als de Duitsers deelnamen aan de plechtigheid …
Tja …
Tja ….. Franstalige Belgen hebben daar inderdaad meer problemen dan de nuchtere doorsnee Vlaming.
Naast de “Chien Vert” hebben we nu ook een “Fontaine Verte” in De Panne. Blijkbaar zijn de reacties op De Bliedemaeker in het verkeerde keelgat geschoten bij de “dril sergant-majoor” en is hij nu groen van koleire! !
Leslie Jr. Verpoorte, U slaat de nagel op de kop!
Bij het terugtrekken der Duitse troepen in 1944 hadden de tank-eskadrons de opdracht Parijs plat te branden. Mijn grootvader (onderofficier bij het verzet), samen met zijn compagnie konden dit verhinderen en vernietigden of brachten de tanks tot onbruikbare stilstand. Parijs was gered maar de compagnie werd uitgemoord. Mijn grootvader schoten ze neer in de benen, alle Duitse tank officieren kwamen rondom hem staan en stampten mijn grootvader dood met de hielen der bottines. Mijn grootvader kreeg voor zijn heldendaden een straatnaam naar hem vernoemd in Parijs (Drancy), hij was toen 27jaar oud. Wat ik erfde van mijn grootvader waren zijn vredesgedachten, het zit diep in mijn bloed. De Duitse soldaten waren eveneens soldaten die moesten vechten voor hun idealen of vaderland. Ook zij hadden vrouwen en kinderen in hun thuisland, ook zij sneuvelden ongewild voor een ziekelijk idealisme van een dictator.
2011, Tijd om ook de Duitse soldaten te eren en een mentaliteitswijziging te ondergaan. Vergeet niet dat Duitsland onze grootste bondgenoot is binnen Europa en dit verdiend eerherstel.
Binnenkort mag u van mij een actie verwachten met een vredesboodschap van de Duitse soldaat.
Met vriendelijke groeten Enca Caen,
Ambassadeur vredesgemeente Merelbeke.
Als ik kon toveren, zou ik alle slachtoffers van geweld een teken van troost en medelijden willen sturen…
Dagmar Rübenkamp
als Belgische met Duitse roots